Uitspraak
[verzoekers] , verzoekers,(gemachtigde: mr. L.A. Fischer)
(gemachtigde: mr. C.J. Loggen-ten Hoopen)
Samenvatting
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Verder overweegt de voorzieningenrechter dat uit het verweerschrift volgt en ter zitting is bevestigd dat verzoekers inmiddels zijn ingeschreven in het Brp, en dat zij tijdelijk zijn opgevangen in een hotel in Oostzaan, nadat de rechtbank een ordemaatregel had afgegeven.
In de Europese richtlijn, meer in het bijzonder artikel 13, eerste lid, en artikel 25, worden de lidstaten opgedragen om voor opvang van begunstigden van tijdelijke bescherming zorg te dragen. Uit artikel 13 van Pro de Europese Richtlijn volgt dat de opvang een ‘fatsoenlijk onderkomen’ moet betreffen. Voor ontheemden Oekraïners is de opvang geregeld in de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne. In artikel 2 van Pro deze Tijdelijke Wet is bepaald dat het college de zorg voor de materiële en immateriële opvang draagt van ontheemden. Dit is verder uitgewerkt in de Rooo. Het college van de gemeente waar een verzoeker zich meldt, draagt zorg voor de opvang. In dit geval, de gemeente Zaanstad.
In artikel 25, derde lid, van de Europese richtlijn is nog bepaald dat als het aantal personen de opvangcapaciteit te boven gaat, er passende maatregelen moeten worden genomen en aanvullende steun moet worden verleend.
In het van rijkswege opgestelde Naslagwerk voor de Gemeentelijke Opvang Oekraïners 2026 (GOO) wordt ten behoeve van de gemeenten nader toegelicht wat de regelingen omvatten. Op pagina 20 van dit Naslagwerk wordt, onder meer, nadrukkelijk gewezen op de plicht tot opvang, die voortkomt uit de Europese Richtlijn en dat gemeenten er aan gebonden zijn ontheemden te voorzien in hun elementaire levensbehoeften, zoals voedsel en onderdak. Ook wordt nog vermeld dat het niet is toegestaan ontheemden die recht hebben op opvang zonder meer uit de locatie te zetten, ook niet tijdelijk.
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- bepaalt dat het college verzoekers moet inschrijven en moet voorzien van passende opvang als bedoeld in de Europese richtlijn, tot in ieder geval zes weken na de te nemen beslissing op het bezwaar van verzoekers;
- draagt het college op het door verzoekers betaalde griffierecht van € 54,-- te vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 934,-- aan proceskosten aan verzoekers.