Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4209

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
K/4102/11750007
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:233 BWArt. 22 RvArt. 139 RvBoek 6, titel 5, afdeling 2B BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consumentenrechtelijke toetsing van overeenkomst en oneerlijk incassobeding in autowerkzaamheden

Pon Luxury Cars vordert betaling van werkzaamheden aan een Porsche Cayenne van gedaagden. Gedaagden betwisten de vordering en stellen dat zij reeds betaald hebben. De kantonrechter beoordeelt eerst of de overeenkomst onder het consumentenrecht valt en concludeert dat dit het geval is, omdat de overeenkomst in privé is aangegaan en niet in de uitoefening van beroep of bedrijf.

De kantonrechter benadrukt dat Pon niet heeft aangetoond te hebben voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten uit Boek 6 BW, titel 5, afdeling 2B, en dat zij daarom een nadere schriftelijke toelichting moet geven over de wijze van totstandkoming van de overeenkomst en de naleving van deze plichten.

Daarnaast onderzoekt de kantonrechter ambtshalve de toepasselijkheid en eerlijkheid van de algemene voorwaarden van Pon, met name het incassobeding. Dit beding wijkt onredelijk af van dwingendrechtelijke bepalingen en wordt voorlopig als oneerlijk beoordeeld. Pon krijgt de gelegenheid om zich hierover uit te laten.

De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 20 mei 2026, waarbij Pon schriftelijk moet reageren. Bij het uitblijven van een volledige reactie zal de kantonrechter passende gevolgen verbinden. De verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De kantonrechter houdt de zaak aan en geeft Pon de gelegenheid om schriftelijk te reageren op de totstandkoming van de overeenkomst, de informatieplicht en het incassobeding.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11750007 \ CV EXPL 25-3824
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap,
PON LUXURY CARS B.V.,
gevestigd te Leusden,
eisende partij,
hierna te noemen: Pon,
gemachtigde: M. Verheij,
tegen

1.[gedaagde 1],2. [gedaagde 2],

beiden te [plaats],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Pon vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van € 1.286,51, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 908,11 vanaf 28 mei 2025 en de proceskosten.
2.2.
Pon legt aan de vordering ten grondslag dat zij in opdracht en voor rekening van [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] werkzaamheden heeft verricht aan de Porsche Cayenne met kenteken [kenteken].
2.3.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van Pon, met veroordeling van Pon in de kosten van deze procedure. Volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben zij het verschuldigde bedrag reeds contant aan Pon betaald.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
Voordat de kantonrechter toekomt aan de beoordeling van het verweer van [gedaagde 1] en [gedaagde 2], zal zij eerst beoordelen of de vordering onder het consumentenrecht valt.
3.2.
Volgens Pon heeft zij de werkorder die aan de vordering ten grondslag ligt op eigen initiatief op naam van de vennootschap M4Makelaar B.V. gesteld, omdat dit bedrijf bij haar bekend was als klant. De vennootschap M4Makelaar B.V. was op dat moment echter al geruime tijd opgeheven, zodat de conclusie niet anders kan luiden dan dat Pon de overeenkomst met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in privé is aangegaan. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben het voorgaande niet betwist en zij hebben ook niet gesteld dat zij de overeenkomst zijn aangegaan in de uitoefening van hun beroep of bedrijf. De kantonrechter is daarom van oordeel dat sprake is van een overeenkomst tussen een handelaar en een consument.
3.3.
Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
3.4.
Pon heeft niet gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Pon heeft namelijk nagelaten een concrete toelichting te geven op de wijze van totstandkoming van de overeenkomst en hoe zij in die situatie heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen (op afstand, buiten de verkoopruimte of binnen de verkoopruimte) en of aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op duidelijke en begrijpelijke wijze de hiervoor bedoelde essentiële informatie is verstrekt.
3.5.
De kantonrechter wijst Pon erop dat het ontbreken van de toepasselijke algemene voorwaarden in eventuele vervolgzaken kan leiden tot een
directe afwijzingvan (een deel van) de vordering.
3.6.
In dit geval en bij wijze van uitzondering zal Pon echter eenmalig in de gelegenheid worden gesteld bij akte toe te lichten op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen (op afstand, buiten de verkoopruimte of binnen de verkoopruimte) en hoe zij daarbij concreet heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.7.
De kantonrechter moet verder onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [2] Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij – Pon – in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
3.8.
Op de overeenkomst zijn de volgende algemene voorwaarden van Pon van toepassing verklaard: ‘Algemene Verkoop- en Leveringsvoorwaarden’ van 1 juli 2022 (hierna: de algemene voorwaarden).
3.9.
Artikel VII van de algemene voorwaarden bevat een incassobeding. Dat luidt als volgt:
VII. Betalingen(…)
5. Tevens is koper de buitengerechtelijke en gerechtelijke incassokosten verschuldigd. Buitengerechtelijke incasso- kosten zijn alle kosten welke door ons worden gemaakt om tot incasso van de door koper uit de overeenkomst verschuldigde bedragen te geraken, zoals declaraties van advocaten en procureurs, deurwaarders, zaakwaarnemers en incassobureaus. De buitengerechtelijke kosten worden vastgesteld conform de Wet Incassokosten.”
3.10.
In voornoemd beding wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 BW Pro. De tekst van het beding biedt Pon namelijk de mogelijkheid om na elke aanmaning zonder verdere termijn al incassokosten in rekening te brengen, terwijl de wettekst voorschrijft dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd zijn. Contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen is op grond van het arrest van de Hoge Raad van 10 februari 2023 onredelijk bezwarend in de zin van art. 6:233, aanhef en onder a, BW en daarmee oneerlijk in de zin van de richtlijn.
Conclusie
3.11.
Pon wordt in de gelegenheid gesteld om bij akte toe te lichten op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen (op afstand, buiten de verkoopruimte of binnen de verkoopruimte) en hoe zij daarbij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. In deze akte kan zij zich eveneens uitlaten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde incassobeding.
3.12.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
3.13.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
verwijst de zaak naar de rol van 20 mei 2026 om Pon in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen en hoe zij daarbij concreet heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten alsmede het voorshands uitgesproken oordeel over het incassobeding zoals hiervoor is overwogen;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.HvJ EU 27 januari 2021, C229/19 en C289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).