Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
10-287415-22 (tul) (P)
1.Tenlastelegging
- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten de woning gelegen aan de [adres 2] en/of goederen in die woning en/of de omliggende woningen en/of voertuigen, te duchten was en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners van, althans aanwezige personen in, de woning aan de [adres 2] te duchten was;
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
zeg tegen die boy van rk, je kan je hap ophalen bij [naam 2]”. De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte, al dan niet samen met [naam 1] , ook een rol speelde bij de beloning voor het plaatsen van de explosieven.
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning gelegen aan de [adres 2] en goederen in die woning en de omliggende woningen en voertuigen, te duchten was en
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen, te weten de aanwezige personen in de woning aan de [adres 2] te duchten was;
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
40 (veertig) maanden.
€ 3.000,-, als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(n) is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
€ 3.000,-, als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(n) is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
€ 125,-, als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(n) is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum