ECLI:NL:RBNHO:2026:4146
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 9 april 2026 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Haarlem om de woning en schuur van verzoeker te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
De sluiting is gebaseerd op een bestuurlijke rapportage waarin op 29 januari 2026 een doorzoeking plaatsvond waarbij ruim 18 kilogram henneptoppen, bijna 8 kilogram hasj, duizenden voorgedraaide joints en diverse drugsgerelateerde materialen werden aangetroffen. Dit wijst op een ernstig geval van georganiseerde drugshandel, waarvoor de burgemeester bevoegd is de woning voor zes maanden te sluiten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de sluiting een geschikt en noodzakelijk middel is, ondanks het tijdsverloop van bijna drie maanden sinds de constatering. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat het belang van de openbare orde en bestrijding van drugshandel zwaarder weegt dan het belang van verzoeker, die elders opvang kan vinden. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens drugshandel wordt afgewezen.