Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
[slachtoffer] heeft verder verklaard dat zij op de avond van 24 februari 2024, ook samen met de verdachte in de hottub zat, en dat de verdachte weer met zijn hand in de buurt van haar vagina kwam en weer tussen haar schaamlippen en bij haar clitoris streelde. Zij heeft verder verklaard dat de verdachte haar hand pakte, om zijn penis deed, haar hand vast hield en een heen en weer gaande beweging maakte. De verdachte kneep in haar linkertiet en toen [slachtoffer] naar voren leunde ging hij met zijn hand naar haar billen.
dat het bij mijn rug en schouders blijft en niet verder richting mijn borst”. De verdachte heeft dezelfde avond hierop gereageerd door te zeggen dat hij het begrijpt. Een kwartier later stuurt hij een aanvullend bericht waarin hij sorry zegt, dat ze namelijk helemaal gelijk heeft en dat het sowieso niet nog een keer zal gebeuren. Hij hoopt dat hij haar “
niet al te veel ongemak of ongemakkelijk” heeft laten voelen. De rechtbank gaat niet mee in de uitleg die de verdachte ter zitting aan zijn appjes heeft gegeven, namelijk als begripvolle reactie die niet ziet op zijn handelen tijdens de massage, maar slechts ziet op het feit dat als [slachtoffer] een wens/grens heeft, zij die altijd mag aangeven en dat hij die dan dient te respecteren. De rechtbank ziet in de berichten, gelet op de gebruikte woorden, wel steun voor hetgeen de aangeefster stelt dat er gebeurd is. De rechtbank leest hierin namelijk dat de verdachte het ermee eens is dat het de volgende keer anders moet (
je hebt namelijk helemaal gelijk). Daar komt bij dat er een kwartier zit tussen de eerste en tweede reactie van de verdachte op het bericht van de aangeefster, waaruit de rechtbank opmaakt dat de verdachte voor het versturen hiervan een moment van reflectie heeft gehad, waarna hij ‘sorry’ zegt.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
2 maanden.
240 urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 dagen hechtenis.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.212,58bestaande uit € 1.212,58 als vergoeding voor de materiële en € 1.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
24 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.