De gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers verzoekt op 15 april 2026 een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij een netwerkpleeggezin, vanwege ernstige zorgen over het gedrag van de moeder. De moeder vertoont wanen en schreeuwt in het bijzijn van de kinderen, wat door de politie en de crisisdienst GGZ is gemeld. De moeder verzet zich tegen het weghalen van de kinderen, maar de politie heeft de kinderen veilig gesteld bij de oma van moederszijde.
De kinderrechter stelt vast dat de moeder onder toezicht staat tot januari 2027 en dat de vader niet betrokken is. Gezien het acute gevaar voor de minderjarige en het onvoorspelbare gedrag van de moeder, acht de kinderrechter onmiddellijke uithuisplaatsing noodzakelijk. De machtiging wordt verleend voor vier weken met de mogelijkheid tot verlenging voor drie maanden, en de beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De GI, de minderjarige en de belanghebbenden krijgen de gelegenheid hun mening te geven in een nader te bepalen zitting. De kinderrechter bepaalt dat de minderjarige en de betrokkenen tijdig worden opgeroepen voor deze voortzetting. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na de uitspraak.