Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4001

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
C/15/376025
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 3 Wetboek van Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis in kort geding over ontruiming huurwoning na echtscheiding

Partijen zijn gehuwd sinds 2004 en wonen samen in een huurwoning in Nederland. Na hun echtscheiding in april 2025 is bepaald dat de vrouw huurster wordt van de woning vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Dit is bevestigd door het gerechtshof in december 2025.

Ondanks verzoeken van de vrouw is de man in de woning blijven wonen. De vrouw heeft daarom een kort geding aangespannen om ontruiming te vorderen. De man is niet verschenen en verstek is verleend.

De rechtbank oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft omdat zij anders geen huur- en zorgtoeslag kan aanvragen en zij de huur en huurschuld volledig zelf betaalt. De man wordt veroordeeld om binnen vijf dagen de woning te verlaten, zich uit te schrijven en op een ander adres in te schrijven, met een dwangsom van €250 per dag tot maximaal €25.000 bij niet-naleving.

De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De man wordt veroordeeld om binnen vijf dagen de huurwoning te verlaten en zich uit te schrijven, met een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/376025 / KG ZA 26-140
Vonnis in kort geding van 16 april 2026
in de zaak van
[de vrouw],
te [plaats 1], gemeente [gemeente],
eisende partij,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. A.C. Mens,
tegen
[de man],
te [plaats 1], gemeente [gemeente],
gedaagde partij,
hierna te noemen: de man,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 31 maart 2026 met producties 1 en 2
- de nagekomen producties 3 tot en met 7
- de mondelinge behandeling van 14 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn
gemaakt
- het tegen gedaagde verleende verstek.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op 5 augustus 2004 te [plaats 2], Ghana. De man heeft de Franse nationaliteit. De vrouw heeft de Ghanese nationaliteit.
2.2.
Partijen wonen in een huurwoning aan het adres [adres], [postcode] [plaats 1] (hierna: de huurwoning).
2.3.
Bij beschikking van 17 april 2025 heeft deze rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat de vrouw huurster zal zijn van de huurwoning met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
2.4.
De man is tegen de beschikking van de rechtbank in hoger beroep gegaan.
2.5.
Bij beschikking van 9 december 2025 van het gerechtshof te Amsterdam is de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd voor wat betreft haar oordeel dat de vrouw huurster zal zijn van de huurwoning met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand.
2.6.
Ondanks verzoeken van de vrouw om de woning te verlaten, is de man in de huurwoning blijven wonen.
2.7.
De echtscheidingsbeschikking is op 7 april 2026 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand te Den Haag.

3.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
3.1.
De zaak heeft een internationaal karakter omdat de vrouw de Ghanese nationaliteit heeft en de man de Franse nationaliteit.
De huurwoning ligt in Nederland, zodat op grond van artikel 4 lid 3 aanhef Pro en sub a Wetboek van Rechtsvordering (Rv) de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt om over de vordering van de vrouw tot ontruiming te oordelen.
De rechtbank zal bij de beoordeling van het geschil Nederlands recht als haar interne recht toepassen, zoals de rechtbank en het gerechtshof dit ook hebben toegepast ten aanzien van het verzoek van de vrouw over de huurwoning.
Spoedeisendheid
3.2.
Voor toewijzing van de gevorderde voorlopige voorziening is nodig dat de vrouw daarbij een spoedeisend belang heeft. De vrouw heeft toegelicht dat de situatie onhoudbaar is geworden. De man moet de huurwoning verlaten, zich uitschrijven en zich op een ander adres inschrijven, omdat zij anders geen huur- en zorgtoeslag aan kan vragen. Zij betaalt met haar beperkte inkomen de huur sinds september 2025 volledig zelf en daarnaast ook de afbetaling van een huurschuld. De man draagt daaraan niet bij. De Voorzieningenrechter is van oordeel dat hiermee het spoedeisend belang is gegeven.
De vorderingen
3.3.
De vrouw heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
3.4.
De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen; de gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd als in de beslissing vermeld.
3.5.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
veroordeelt de man om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis de woning te [plaats 1], gemeente [gemeente] aan de [adres] te verlaten en door overgave van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van de vrouw te stellen,
4.2.
machtigt de vrouw om de ontruiming met behulp van de sterke arm van justitie en politie te bewerkstelligen, indien de man in gebreke blijft aan het onder 4.1 van dit vonnis bepaalde te voldoen,
4.3.
veroordeelt de man om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis zich uit te laten schrijven op het adres [adres] te [plaats 1], gemeente [gemeente] en zich op een ander adres te laten inschrijven,
4.4.
veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat hij niet aan de veroordeling onder 4.3 voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 zal zijn bereikt,
4.5.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.
1621