Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3979

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
HAA 25/2781
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1 OmgevingswetArt. 22.26 OmgevingsplanArt. 22.280 OmgevingsplanArt. 8 lid 3 Verordening gemeentelijke adviescommissieArt. 8.80 Besluit kwaliteit leefomgeving
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen omgevingsvergunning voor aanbouw aan rijksmonument

Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiseres tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland om een omgevingsvergunning te verlenen voor het vervangen van een aanbouw aan een woning die een rijksmonument betreft.

Eiseres betwist dat de hoogte van de aanbouw binnen het bestemmingsplan valt en dat de uitvoering van de zijgevel voldoet aan de redelijke eisen van welstand. De rechtbank stelt vast dat de oorspronkelijke vergunning onherroepelijk is en dat het geschil zich beperkt tot de afwijkingen in hoogte en uitvoering van de zijgevel.

De rechtbank oordeelt dat de hoogte van 3100 mm niet hoger is dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw en daarmee binnen het bestemmingsplan past. Ook is het college terecht van oordeel dat de zijgevel, uitgevoerd in verticale houten planken met een donkere kleur, voldoet aan de redelijke eisen van welstand zoals vastgelegd in de Nota uiterlijk van bouwwerken Waterland. De adviezen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit zijn zorgvuldig tot stand gekomen.

Verder zijn er geen aanwijzingen voor zorgvuldigheids- of motiveringsgebreken in het besluit. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/2781

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: J.J.A. Leemans),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland

(gemachtigde: S. Bek).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[vergunninghoudster]uit [plaats] (vergunninghoudster).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verlenen van een omgevingsvergunning aan vergunninghoudster om een aanbouw aan haar woning te vervangen. Eiseres is het niet eens met dit besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de hoogte van de aanbouw niet in strijd is met het bestemmingsplan en dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat wordt voldaan aan de redelijke eisen van welstand. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Daarbij gaat de rechtbank onder meer in op de volgende vragen. Is de hoogte van de aanbouw in strijd met het bestemmingsplan? Heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat de voorgenomen uitvoering van de zijgevel voldoet aan de redelijke eisen van welstand zoals vastgelegd in de ‘Nota uiterlijk van bouwwerken Waterland’ (de Nota)? Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Vergunninghoudster heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het vervangen van een aanbouw aan de woning op haar perceel. Het college heeft deze omgevingsvergunning met het besluit van 13 september 2024 verleend. Met het bestreden besluit van 13 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij het verlenen van de omgevingsvergunning gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres met haar echtgenoot, [naam 1] , de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het college bijgestaan door [naam 2] en vergunninghoudster.
Het bestreden besluit en vaststaande feiten
3. Vergunninghoudster woont aan [adres 1] in [plaats] . De woning op het perceel is een rijksmonument. Zij heeft in 2022-2023 een omgevingsvergunning gekregen voor het bouwen van een aanbouw aan de woning. Deze omgevingsvergunning is onherroepelijk geworden. De aanbouw is vervolgens niet volledig in overeenstemming met deze omgevingsvergunning uitgevoerd. De hoogtemaat week af en de zijgevel is uitgevoerd in hout geïmpregneerd met blanke lak in plaats van in steen. Vergunninghoudster heeft daarop een nieuwe aanvraag ingediend ter legalisatie van de gerealiseerde aanbouw. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend om de aanbouw op dit perceel te vervangen. Deze omgevingsvergunning ziet op:
  • een bouwactiviteit, zoals bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet in combinatie met artikel 22.26 van het omgevingsplan;
  • het afwijken van regels in het omgevingsplan, zoals bedoeld in artikel 22.280 van het omgevingsplan;
  • een activiteit die betrekking heeft op een rijksmonument, zoals bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet.
3.1.
Het perceel van vergunninghoudster ligt binnen het bestemmingplan ‘Monnickendam Binnen de vesting 2013’ (hierna: het bestemmingsplan). Dit bestemmingplan maakt onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het perceel heeft de bestemming ‘Wonen’ en de dubbelstemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Beschermd standsgezicht’.
3.2.
Eiseres woont op het naastgelegen perceel aan [adres 2] . De aanbouw van vergunninghoudster grenst direct aan de tuin van eiseres. Zij heeft vanuit haar tuin direct zicht op de aanbouw en in het bijzonder op de afwijkend uitgevoerde zijgevel van de aanbouw, die met de bestreden omgevingsvergunning alsnog is vergund.

Beoordeling door de rechtbank

Incompleet dossier
4. De rechtbank stelt vast dat zij niet over het volledige dossier beschikt, omdat de tekeningen bij de nieuwe aanvraag en de oorspronkelijke omgevingsvergunning met het bijbehorende welstandsadvies ontbreken. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om deze stukken alsnog op te vragen, omdat zij voldoende is geïnformeerd met de ter zitting gegeven toelichtingen.
Omvang van het geding
5. De rechtbank stelt vast dat de oorspronkelijke omgevingsvergunning inmiddels onherroepelijk is en dat de nieuwe aanvraag alleen ziet op de afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke vergunning. In beroep kan het geschil dus enkel gaan over de afwijkende hoogte van de aanbouw en de afwijkende uitvoering van de zijgevel. Voor zover partijen hebben gediscussieerd over andere aspecten van de aanbouw, zoals de oppervlakte, liggen deze niet voor in deze procedure.
Is de hoogte van de aanbouw in strijd met het bestemmingsplan?
6. Eiseres voert aan dat uit de oorspronkelijke tekeningen volgde dat er slechts een verhoging zou zijn van 75 mm. De feitelijke verhoging bleek aanzienlijk meer te zijn. Eiseres wijst er in dit verband ook op dat gedurende de vergunningsprocedure de tekeningen zijn herzien naar aanleiding van het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Waterland (CRKW) en dat de hoogtematen in latere herzieningen zelfs zijn weggelaten. Over geen van de herzieningen heeft formele communicatie plaatsgevonden met eiseres. Dit leidt te meer tot bezwaar bij eiseres, omdat de maatvoeringen van de hoogte in het bijzonder relevant zijn voor het beoordelen van de aanvraag.
6.1.
De rechtbank begrijpt dat de nieuwe aanvraag gedeeltelijk is gedaan omdat op de oorspronkelijke tekeningen onjuiste hoogtematen waren opgenomen. Deze zijn gecorrigeerd in de tekeningen bij de nieuwe aanvraag. De tekeningen zijn daarmee in overeenstemming gebracht met de feitelijke gebouwde situatie. De rechtbank volgt het college in het standpunt dat de aanbouw, gebouwd in overeenstemming met de tekeningen, past binnen het bestemmingsplan. De hoogte van de aanbouw is 3100 mm en dit is niet hoger dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, zoals artikel 21.2.2, onder g, van het bestemmingsplan vereist. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat de voorgenomen uitvoering van de zijgevel voldoet aan de redelijke eisen van welstand zoals vastgelegd in de Nota?
7. Eiseres voert aan dat de aanbouw niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. De zijwand is uitgevoerd in verticale houten planken, terwijl de CRKW heeft geadviseerd de zijwand uit te voeren in horizontaal overlappende planken, ‘Zweeds rabat’. Deze uitvoering past niet binnen het karakteristieke beeld van de beschermde omgeving Monnickendam en voldoet niet aan de vereisten die worden gesteld in de Nota. Eiseres stelt in dit kader in de eerste plaats dat geen sprake is van een positief advies van de CRKW. Het advies luidde ‘niet akkoord, tenzij.’ De materialen wijken af van wat is vergund en vergunningshoudster heeft niet over de kleur overlegd met eiseres, terwijl dit wel het advies was van de CRKW. Eiseres voert verder aan dat het advies onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Het advies is gegeven in strijd met artikel 8, derde lid, van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Waterland 2023 (de Verordening). Dit artikel bepaalt onder andere dat over een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit moet worden besloten in aanwezigheid van tenminste twee leden met verstand van monumentenzorg. Uit de overgelegde adviezen blijkt niet dat bij de behandeling tenminste twee leden met deze deskundigheid aanwezig waren. Het college was verplicht om te controleren of het advies zorgvuldig en conform de wettelijke voorschriften tot stand was gekomen. Dit heeft het college niet gedaan. Het bestreden besluit is daarom niet zorgvuldig voorbereid. Eiseres kan daarnaast het advies op een aantal punten niet volgen. Zij heeft in dit kader een contra-expertise overgelegd.
7.1.
De rechtbank begrijpt op basis van het verhandelde ter zitting dat in eerste instantie een zijgevel uitgevoerd in steen was vergund. In afwijking van de oorspronkelijke vergunning is de zijgevel uitgevoerd in verticale houten bekleding, zoals is weergegeven op de tekening bij de nieuwe aanvraag. De CRKW heeft over deze nieuwe aanvraag geadviseerd. De CRKW adviseerde dat niet alleen een stenen zijgevel, maar ook een houten zijgevel in overeenstemming kan zijn met de redelijke eisen van welstand. Daarvoor is wel vereist dat de zijgevel wordt uitgevoerd in een donkere dekkende kleur. Voor zover in de aanvraagfase op enig moment een tekening is ingediend met horizontale planken, geldt dat de rechtbank alleen het vergunde beoordeelt. De rechtbank is verder van oordeel dat geen sprake is van strijd met artikel 8, derde lid, van de Verordening. De samenstelling van de CRKW voldoet aan artikel 8, derde lid, van de Verordening. Gelet op de toelichting van het college ter zitting, waarbij de leden met deskundigheid op het gebied van monumentenzorg zijn benoemd bij naam, en gezien de e-mail van 7 april 2025 aan de bezwaaradviescommissie over de werkwijze en de leden van de CRKW, is er geen reden om aan te nemen dat het advies in strijd met de Verordening tot stand is gekomen. Ook de contra-expertise biedt geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van het advies, onder meer omdat dit advies hoofdzakelijk ingaat op aspecten die buiten de hiervoor omschreven omvang van het geding vallen. Er is dus geen grond voor het oordeel dat het bestreden besluit op dit punt niet zorgvuldig tot stand is gekomen. De beroepsgrond slaagt niet.
Overige beroepsgronden
8. Voor het overige ziet de rechtbank in hetgeen door eiseres is aangevoerd geen grond om te oordelen dat sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek of een motiveringsgebrek. Voor zover eiseres bezwaar heeft tegen de gang van zaken bij het herzien van de tekeningen, ziet de rechtbank in de omschreven werkwijze geen reden om een zorgvuldigheidsgebrek aan te nemen. Nadat een besluit was genomen, zijn de relevante stukken openbaar gemaakt en konden zij worden ingezien door eiseres. Het is verder maar de vraag in hoeverre nog aan artikel 8.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (het Bkl) getoetst moet worden, omdat het grootste gedeelte van de aanbouw al onherroepelijk is vergund. Daarnaast is het bestemmingsplan opgesteld conform artikel 5.130 tweede lid, van het Bkl, dat inhoudelijk hetzelfde is als artikel 8.80 van het Bkl. Met de toets aan het bestemmingsplan is dus voldaan aan de toets van artikel 8.80 van het Bkl.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de omgevingsvergunning van aanvraagster in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.M. Duijkersloot, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.