Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3972

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
12089819 \ KG EXPL 26-20
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:290 BWArt. 6:82 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruiming en betaling huurachterstand wegens niet-nakoming huurovereenkomst bedrijfsruimte

In deze kortgedingprocedure vordert verhuurder 't Hekeltje ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van een aanzienlijke huurachterstand, waarborgsom, contractuele boetes en incassokosten van huurder [gedaagde]. De huurder erkent de betalingsachterstand, maar verzoekt om een betalingsregeling vanwege financiële problemen en lagere omzet.

De kantonrechter benadrukt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die terughoudend moet worden toegepast. De huurachterstand staat echter vast en is zo groot dat ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure zeer waarschijnlijk is. Persoonlijke omstandigheden van de huurder kunnen dit niet rechtvaardigen.

De kantonrechter wijst de vorderingen toe, omdat de huurder tekort is geschoten in zijn betalingsverplichtingen en de verhuurder geen betalingsregeling wil treffen. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van de huurachterstand, waarborgsom, contractuele boetes, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming en betaling van huurachterstand, waarborgsom, boetes, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 12089819 \ KG EXPL 26-20/MdV
Vonnis in kort geding van 7 april 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
'T HEKELTJE BEHEER B.V.,
te Alkmaar,
eisende partij,
hierna te noemen: 't Hekeltje,
gemachtigde: mr. G.P. Poiesz,
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [naam],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze zaak vordert een verhuurder dat de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de door hem gehuurde bedrijfsruimte en tot betaling van een huurachterstand, waarborgsom en contractuele boetes. Deze vorderingen worden toegewezen, omdat de huurachterstand zo groot is dat het zeer waarschijnlijk is dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure wordt ontbonden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 maart 2026
- de mondelinge behandeling van 23 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurt vanaf 1 september 2025 van ’t Hekeltje een bedrijfsruimte aan de [adres] . Op de huurovereenkomst zijn de Algemene bepalingen huurovereenkomst winkelruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro (hierna: ‘de algemene bepalingen’) van 14 december 2022 van toepassing.
2.2.
Op basis van de huurovereenkomst en de algemene bepalingen had [gedaagde] voor het ondertekenen van de huurovereenkomst een waarborgsom van € 12.913,00 aan ’t Hekeltje moeten voldoen.
2.2.
Verder geldt dat [gedaagde] de huur op basis van de huurovereenkomst bij vooruitbetaling verschuldigd is en de huur dus vóór of op de eerste dag van de maand waarop de huur betrekking heeft moet worden betaald. Wordt deze verplichting niet nagekomen dan bepaalt artikel 28.3 van de algemene bepalingen dat de huurder per kalendermaand een boete verbeurt van € 300,00 per maand.
2.3.
[gedaagde] heeft de waarborgsom en de huur niet stipt en volledig voldaan, waardoor een betalingsachterstand is ontstaan.

3.Het geschil

3.1. '
t Hekeltje vordert samengevat - ontruiming van de bedrijfsruimte aan de [adres] . Daarnaast vordert ’t Hekeltje dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 32.380,00 en tot € 4.304,20 per maand voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde] nalaat het gehuurde te ontruimen. Verder vordert ’t Hekeltje dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 1.800,00 aan contractuele boetes, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover en tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proces- en nakosten.
3.2. '
t Hekeltje legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] op basis van de huurovereenkomst iedere maand voor of op de eerste dag van de maand huur aan ’t Hekeltje moet betalen. [gedaagde] heeft dit nagelaten, waardoor een huurachterstand is ontstaan. Deze huurachterstand bedraagt tot en met februari 2026 € 19.467,00. Ook heeft [gedaagde] de waarborgsom van € 12.913,00 die hij voor aanvang van de huurovereenkomst had moeten betalen, nog altijd niet betaald. De totale betalingsachterstand bedraagt daardoor op dit moment € 32.380,00. Deze betalingsachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en vooruitlopend daarop een ontruiming. Omdat [gedaagde] tekort is geschoten in zijn betalingsverplichting is hij op grond van de algemene bepalingen ook contractuele boetes verschuldigd. Daarnaast heeft ’t Hekeltje buitengerechtelijke incassokosten moeten maken. Ook deze kosten van € 1.098,80 alsmede de proces- en nakosten moet [gedaagde] betalen, aldus ’t Hekeltje.
3.3.
[gedaagde] erkent de (hoogte van de) betalingsachterstand. Hij voert echter aan dat hij problemen heeft met het verkrijgen van een financiering door de bank. Daar komt bij dat de omzet die hij haalt veel lager is dan door de vorige eigenaren van het restaurant is geschetst. Aangezien hij een gezin met jonge kinderen heeft en afhankelijk is van de inkomsten uit zijn onderneming wil hij graag een laatste kans om via een betalingsregeling de betalingsachterstand te betalen.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
4.2.
De (hoogte van de) huurachterstand is door [gedaagde] niet weersproken en staat daarmee vast. Deze achterstand is zo groot dat het zeer waarschijnlijk is dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden. De door [gedaagde] aangevoerde (persoonlijke) omstandigheden, doen daar niets aan af. ’t Hekeltje heeft op basis van de met [gedaagde] gesloten huurovereenkomst recht op tijdige en volledige betaling van de huur. Dat dit, om wat voor reden dan ook, niet is gelukt behoort voor rekening en risico van [gedaagde] te komen.
4.3.
[gedaagde] heeft de kantonrechter verzocht hem een laatste kans te geven, zodat hij de betalingsachterstand middels een betalingsregeling kan voldoen. De wet biedt de kantonrechter geen mogelijkheid om ’t Hekeltje een betalingsregeling op te leggen en ’t Hekeltje heeft op de zitting duidelijk aangegeven niet meer open te staan voor een regeling. Dit omdat [gedaagde] eerdere toezeggingen niet is nagekomen en ’t Hekeltje daardoor het vertrouwen in [gedaagde] is verloren.
4.4.
De conclusie is dat de gevorderde ontruiming en huurachterstand zullen worden toegewezen.
4.5.
Ook heeft ’t Hekeltje belang bij betaling van de waarborgsom. De waarborgsom heeft namelijk mede als doel om eventuele schade aan het gehuurde te dekken die pas aan het licht komt ná ontruiming en oplevering van het gehuurde. Mocht na ontruiming blijken dat er geen sprake is van oplevergebreken dat dient de waarborgsom aan [gedaagde] te worden terugbetaald, dan wel te worden verrekend met eventueel op dat moment nog andere door [gedaagde] aan ’t Hekeltje uit hoofde van dit vonnis verschuldigde bedragen.
4.6.
Zo lang [gedaagde] het gehuurde niet heeft ontruimd, blijft hij huur verschuldigd. De gevorderde huurtermijnen vanaf 1 maart 2026 zullen daarom ook worden toegewezen.
4.7.
Omdat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichtingen is hij op grond van de met ’t Hekeltje gesloten huurovereenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene bepalingen een contractuele boete verschuldigd. De gevorderde boete zal dan ook worden toegewezen zoals gevorderd. Rente over een verbeurde boete is echter pas verschuldigd na schriftelijke aanmaning op de voet van art. 6:82 BW Pro. Aangezien niet gesteld of gebleken is dat op een eerder moment dan de inleidende dagvaarding een aanmaning terzake van verbeurde boetes heeft plaatsgevonden, is rente pas toewijsbaar met ingang van de dag van dagvaarding. Anders dan gevorderd zal over de boetes verder slechts de wettelijke rente worden toegewezen. Dit omdat een boete een vorm van vermogensschade is en artikel 6:119a BW niet van toepassing is op betaling van schadevergoeding.
4.8. '
t Hekeltje vordert tot slot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Omdat vast staat dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, zullen de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen zoals gevorderd.
4.9.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van 't Hekeltje worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
127,08
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
987,08
4.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimte aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van 't Hekeltje zijn, en de sleutels af te geven aan 't Hekeltje,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan 't Hekeltje:
a. a) € 19.467,00 aan achterstallige huur tot en met 28 februari 2026,
b) € 4.304,20 per maand vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
c) € 12.913,00 aan waarborgsom, met inachtneming van r.o. 4.5,
d) € 1.800,00 aan contractuele boetes, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 maart 2026,
e) € 1.098,80 aan buitengerechtelijke incassokosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 987,08, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. Lourens en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.