Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3957

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/15/376720 / JU RK 26-568
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.3 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige wegens ernstige veiligheidszorgen

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 10 april 2026 om een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, die vanwege ernstige gedragsproblemen en acute veiligheidsrisico's uit huis geplaatst moest worden.

De kinderrechter constateerde dat de minderjarige ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen heeft die haar ontwikkeling belemmeren en dat er een groot risico bestaat dat zij zichzelf of door anderen in onveilige situaties wordt gebracht. Er was sprake van vermoedelijke loverboypraktijken, medische klachten en observaties die de zorgen bevestigen. De minderjarige was op dat moment weggelopen en zou waarschijnlijk niet vrijwillig meewerken.

Gezien de acute situatie en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven, besloot de kinderrechter dat onmiddellijke gesloten jeugdhulp noodzakelijk was. De spoedmachtiging werd verleend voor de duur van vier weken, met de mogelijkheid tot voortzetting na een nader te bepalen zitting. De beslissing werd op 10 april 2026 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter C. Maat.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor vier weken vanwege acute en ernstige veiligheidszorgen over de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/376720 / JU RK 26-568
Datum uitspraak: 10 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige],
geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Alkmaar.

1.Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 10 april 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 9 april 2026.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft bij een open groep van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 april 2026 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 2 juli 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 april 2026 een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 30 april 2026.

3.Het verzoek

De Raad verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, te weten tot 2 juli 2026. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Er is sprake van toenemende gedragsproblemen van [de minderjarige] en de zorgen over haar nemen sinds een maand in hoog tempo toe. Er is sprake van zeer zorgelijke contacten en er zijn ernstige en acute zorgen dat [de minderjarige] het slachtoffer is van loverboypraktijken. Er is sprake van (ernstige) medische klachten, telefoongegevens en observaties die hierbij passen. Er is vrijwel geen grip meer op [de minderjarige] en zeer weinig zicht. Het risico is groot dat zij door zichzelf of anderen in zeer onveilige situaties wordt gebracht. [de minderjarige] is op dit moment weggelopen. De verwachting is niet dat [de minderjarige] vrijwillig zal meewerken aan een plaatsing. Vanwege de acute en ernstige zorgen over haar veiligheid en mogelijk van de radar verdwijnen, kan niet langer worden afgewacht.
4.2.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
4.3.
De kinderrechter acht op basis van de stukken voldoende aannemelijk geworden dat onderzoek door een gedragswetenschapper in de onderhavige situatie feitelijk nog niet mogelijk was.
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.
4.5.
De Raad, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 10 april 2026 tot 8 mei 2026;
5.2.
verklaart de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voorzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;
5.4.
bepaalt dat de griffier de Raad, de GI, [de minderjarige] en de moeder tijdig zal oproepen voor die zitting.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 door mr. C. Maat, kinderrechter, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier, en op schrift gesteld op
13 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).