Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3885

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/15/375397 / JU RK 26-368
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en gespannen thuissituatie

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de duur van een jaar, omdat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De minderjarige kampt met gedragsproblemen, een gestagneerde schoolgang en een gespannen thuissituatie met veel ruzie en vermoedelijke fysieke correctie. De vrijwillige hulpverlening is niet van de grond gekomen door wantrouwen van de moeder en het gedrag van de minderjarige.

Tijdens de zitting waren de ouders, de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig. De minderjarige is gehoord en de kinderrechter heeft zijn verhaal samengevat. Zowel de ouders als de gecertificeerde instelling steunen het verzoek. De vader is voornemens gezamenlijk gezag aan te vragen en staat open voor extra contactmomenten met de minderjarige.

De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan. De situatie van de minderjarige is zorgelijk vanwege zijn sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling, het langdurig thuisblijven zonder schoolbezoek en de gespannen thuissituatie. De gecertificeerde instelling krijgt de regie om passende hulpverlening in te zetten, gericht op traumaverwerking, emotieregulatie en opvoedondersteuning voor de ouders en stiefvader.

De beschikking wordt voor de duur van een jaar gegeven en is direct uitvoerbaar, ook bij hoger beroep. De beslissing wordt geregistreerd in het gezagsregister. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of kennisname van de beschikking.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht voor de duur van een jaar en verklaart de beschikking direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/375397 / JU RK 26-368
Datum uitspraak: 25 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 2 maart 2026 met bijlagen.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] is erkend door de vader. Hij woont bij de moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [de minderjarige] . Er bestaan grote zorgen over de stemming en gedrag van [de minderjarige] , zijn gestagneerde schoolgang en zijn thuissituatie. Het is in het vrijwillig kader niet gelukt een geschikte (zorg)plek voor [de minderjarige] te organiseren. Daarnaast is het vanwege het gebrek aan vertrouwen in de hulpverlening bij de moeder tot op heden niet gelukt om specialistische hulpverlening in de thuissituatie op te starten. De termijn van een jaar is nodig om stabiliteit en rust te creëren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder is het eens met het verzoek. Zij heeft verder naar voren gebracht dat het de afgelopen twee weken wat beter gaat met [de minderjarige] en zijn gedrag wat rustiger is. Ook heeft [de minderjarige] binnenkort een intakegesprek bij zorgboerderij [zorgboerderij] voor dagbesteding. Daar zal ook gewerkt aan zijn emotieregulatie. Het klopt dat de moeder wel eens het contact met hulpverlening heeft afgehouden, maar dat kwam omdat zij hun afspraken niet nakwamen of omdat de moeder geen connectie voelde met de hulpverlener.
4.2.
De vader is het ook eens met het verzoek van de Raad. Hij heeft verder naar voren gebracht dat het belangrijkste is dat [de minderjarige] weer naar school gaat, zodat hij weer contact heeft met andere kinderen en weer tot ontwikkeling kan komen. De vader is voornemens een verzoek in te dienen tot gezamenlijk gezag. Hij staat ervoor open dat [de minderjarige] , zoals [de minderjarige] ook zelf graag wil, een extra weekend in de maand bij hem verblijft.
4.3.
De GI is het eens met het verzoek van de Raad.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [de minderjarige] , gelegen in zijn sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling. [de minderjarige] heeft eerder huiselijk geweld meegemaakt tussen de ouders. Ook in de huidige thuissituatie bij de moeder en de stiefvader is veel ruzie en lijkt [de minderjarige] vaak fysiek gecorrigeerd te worden. Volgens de moeder is dat niet zo, maar [de minderjarige] is hier standvastig in. Daarnaast kampt [de minderjarige] met gedragsproblematiek en lijkt hij niet goed te hebben geleerd hoe hij met zijn emoties om moet gaan en hoe hij zich moet uiten. Hij kan snel heel boos worden, als hij zijn zin niet krijgt of iets moet doen wat hij niet wil en dan gaan schoppen, slaan en schelden. Op die momenten is het moeilijk om met [de minderjarige] in contact te komen. Als gevolg van zijn gedragsproblematiek gaat [de minderjarige] sinds de zomer van 2024 niet meer naar school. De dagbesteding van [dagbesteding] – waar [de minderjarige] het naar zijn zin leek te hebben – is in juni 2025 gestopt, omdat [de minderjarige] de begeleiding had aangevallen. [de minderjarige] is nog maar negen jaar oud en het is dan ook zorgelijk dat hij al zo lang niet naar school gaat, waardoor hij kennelijk ook nog niet kan lezen. [de minderjarige] zit nu al bijna een jaar hele dagen thuis, wat zijn (sociale) ontwikkeling evenmin ten goede komt. Ook is de thuissituatie bij de moeder, mede vanwege de woede-uitbarstingen van [de minderjarige] , zeer gespannen.
5.3.
In het vrijwillig kader is het niet gelukt om de situatie van [de minderjarige] te verbeteren. Hulpverlening is niet goed van de grond gekomen vanwege het gedrag van [de minderjarige] of het wantrouwen van de moeder naar de hulpverlening. Het is daarom nodig dat de GI de regie pakt en de juiste en passende hulpverlening inzet. De kinderrechter merkt daarbij op dat de hulpverlening die nodig is niet alleen ziet op [de minderjarige] , maar dat ook voor de ouders en stiefvader hulpverlening in de vorm van opvoedondersteuning noodzakelijk is. In dat kader is een goede samenwerking met en vertrouwen in de GI essentieel. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter verder gezien dat de ouders kunnen samenwerken in het belang van [de minderjarige] . De kinderrechter acht dat positief en belangrijk voor een soepel verloop van de ondertoezichtstelling. Ook is fijn dat voor [de minderjarige] inmiddels een dagbesteding is gevonden.
5.4.
Al met al is de ondertoezichtstelling nog steeds nodig. De kinderrechter stelt [de minderjarige] onder toezicht voor de verzochte duur van een jaar. Tijdens de ondertoezichtstelling zal hulpverlening voor de ouders worden ingezet om hen te ondersteunen in de zorg voor en bij het gedrag van [de minderjarige] , ook zodat thuis meer rust wordt gecreëerd voor [de minderjarige] . Daarnaast zal individuele hulpverlening voor [de minderjarige] worden ingezet gericht op traumaverwerking en emotieregulatie.
5.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [de minderjarige] onder toezicht van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers met ingang van 25 maart 2026 tot 25 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door A.K. Mireku, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 10 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.