Op 1 april 2026 heeft de rechtbank Noord-Holland het verzoek tot verschoning van een rechter toegewezen in een lopende zaak binnen het team Handel, Kanton & Insolventie. De rechter had verzocht zich te verschonen omdat hij op 13 februari 2025 al een vonnis had gewezen in een kort geding tussen dezelfde partijen over een vergelijkbare materie.
De rechtbank overwoog dat het eerdere vonnis en de huidige hoofdzaak inhoudelijk nauw met elkaar samenhangen, waardoor bij een van de partijen een objectief gerechtvaardigde vrees voor schade aan de rechterlijke onpartijdigheid kan ontstaan. Dit vormt een geldige grond voor verschoning.
De rechtbank besloot daarom het verzoek toe te wijzen en bepaalde dat de hoofdzaak door een andere rechter zal worden behandeld. De zaak wordt overgedragen aan de voorzitter van het team Handel, Kanton & Insolventie te Haarlem. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.