Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3820

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/15/373129
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding na ontbinding overeenkomst van opdracht

Eiser en ProntoPower sloten een overeenkomst van opdracht waarbij eiser als Operationeel Directeur werkzaamheden verrichtte. De overeenkomst kon tussentijds met een opzegtermijn van 90 dagen worden beëindigd, of direct bij wanprestatie mits onderbouwd met een dossier. ProntoPower beëindigde de overeenkomst per direct wegens vermeende wanprestatie en stuurde een dossier ter onderbouwing.

Eiser betwistte de wanprestatie en stelde dat de opzegging geen rechtsgevolg had, waarna hij de overeenkomst gedeeltelijk ontbond en schadevergoeding vorderde voor het positief contractsbelang. ProntoPower verweerde zich met het standpunt dat de opzegging rechtsgeldig was en dat de schadevergoeding speculatief was.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de opzegging niet evident onrechtmatig was en dat het dossier voldoende onderbouwing bood om de opzegging niet zonder meer ongeldig te verklaren. Ook was de hoogte van de schadevergoeding onvoldoende aannemelijk en niet geschikt voor kort geding. De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/373129 / KG ZA 25-800
Vonnis in kort geding van 12 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. J. van Hulst,
tegen
PRONTO INSTALLATIE B.V., tevens handelend onder de naam ProntoPower,
gevestigd te Purmerend,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ProntoPower,
advocaat: mr E.L. Abbink Spaink.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 14 producties, aangevuld met producties 15 t/m 19
- de akte overlegging producties met producties 1 t/m 16 van ProntoPower
- de mondelinge behandeling van 26 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij proces-verbaal is opgemaakt van een afspraak waarmee partijen een deel van het geschil hebben beslecht
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van ProntoPower.
1.2.
[eiser] heeft ter zitting met succes bezwaar gemaakt tegen de door ProntoPower ingediende producties. ProntoPower heeft in strijd met het procesreglement geen afschrift van de producties aan [eiser] verstrekt. Ter zitting is gebleken dat de advocaat van ProntoPower abusievelijk de kennisgeving over de ingediende producties naar ProntoPower zelf heeft gestuurd in plaats van naar de wederpartij. De voorzieningenrechter heeft daarom ter zitting beslist dat deze producties buiten beschouwing worden gelaten en geen onderdeel uitmaken van het dossier.

2.De feiten

2.1.
ProntoPower exploiteert een bedrijf dat actief is in de zakelijke markt van batterij- en energieoplossingen.
2.2.
[eiser] en ProntoPower zijn op 10 april 2025 een overeenkomst van opdracht aangegaan waarbij is overeengekomen dat [eiser] in de functie van Operationeel Directeur Interne en Externe Zaken werkzaamheden voor ProntoPower verricht (hierna: de overeenkomst). Artikel 3, over de duur en beëindiging, luidt als volgt:
1. De overeenkomst start op 1 april 2025 en eindigt op 1 april 2026.
2. Verlenging is mogelijk in onderling overleg.
3. Tussentijdse beëindiging is mogelijk met een opzegtermijn van 90 dagen.
4. Bij wanprestatie kan de overeenkomst per direct worden beëindigd, mits onderbouwd met een dossier.
2.3.
Partijen zijn een vergoeding van € 900,00 exclusief btw per gewerkte dag overeengekomen, uitgaande van vijf werkdagen per week (artikel 4 lid 1 van Pro de overeenkomst).
2.4.
ProntoPower heeft de volgende facturen van [eiser] onbetaald gelaten:
Factuurnummer week datum factuur bedrag inclusief btw
Factuur 2025-0022 33 25-08-2025 € 4.719,00
Factuur 2025-0026 37 15-09-2025 € 5.445,00
Factuur 2025-0027 38 23-09-2025
€ 2.722,50
Totaal € 12.886,50
2.5.
Op 29 oktober 2025 heeft ProntoPower de overeenkomst per direct beëindigd. Vanaf dat moment is [eiser] de toegang tot zijn e-mailadres voor ProntoPower ontzegd.
2.6.
[eiser] heeft diezelfde dag in een e-mail gewezen op de afspraken in de overeenkomst over opzegging en een factuur gestuurd voor 90 dagen (de contractuele opzegtermijn) van € 70.785,00 inclusief btw. Diezelfde dag om 16.22 uur heeft ProntoPower aan [eiser] per e-mail de opzegging bevestigd, met bijgevoegd het document ‘Dossier beëindiging samenwerking [eiser]’. In deze e-mail van ProntoPower aan [eiser] staat onder meer:
Hierbij bevestig ik dat de samenwerkingsovereenkomst tussen Pronto Power en jou per direct wordt beëindigd op grond van Artikel 3.4 van de overeenkomst (“bij wanprestatie kan de overeenkomst per direct worden beëindigd, mits onderbouwd met een dossier”).
Na meerdere schriftelijke en mondelinge waarschuwingen is gebleken dat de afspraken zoals vastgelegd in Artikel 2.2 —- Klantencommunicatie niet zijn nagekomen.
Ondanks herhaaldelijk aandringen zijn klanten en opdrachtgever niet tijdig geïnformeerd over de voortgang van projecten, klachten zijn niet binnen 24 uur opgepakt, en er is onvoldoende transparantie geboden in de communicatie en opvolging.
Daarnaast is er sprake van ernstig verlies van vertrouwen. Je hebt misbruik gemaakt van het vertrouwen dat ik in jou stelde door een lead te presenteren als afkomstig uit jouw persoonlijke netwerk, terwijl deze in werkelijkheid voortkwam uit onze strategische samenwerking met With the Grid en daarmee aan Pronto Power toebehoorde.
Ook ben je, ondanks meerdere waarschuwingen van zowel interne als externe partijen, zelfstandig doorgegaan met het indienen van een onrealistische prijsstelling binnen een tendertraject. Deze handelswijze heeft geleid tot reputatie- en financiële schade en is in strijd met de zorgvuldigheid die van jouw functie verwacht mocht worden.
Gezien de ernst van deze tekortkomingen, het structurele karakter ervan en de directe
gevolgen voor klanten, reputatie en bedrijfsvoering van Pronto Power, is besloten de
samenwerking met onmiddellijke ingang te beëindigen.
2.7.
Op 30 oktober 2025 heeft ProntoPower verzocht om een creditnota van de factuur van € 70.875,00 alsmede een onderbouwing voor de verrichte werkzaamheden voor de openstaande facturen voor week 33, 37 en 38.
2.8.
Bij brief en e-mail van 10 november 2025 heeft de advocaat van [eiser] betwist dat sprake is van wanprestatie aan de zijde van [eiser] en geschreven dat de beëindigingsverklaring van ProntoPower van 29 oktober 2025 geen rechtsgevolg heeft. [eiser] ontbindt in deze brief de overeenkomst gedeeltelijk, te weten over de periode vanaf de dag nadat [eiser] zijn laatste werkzaamheden heeft verricht tot het einde van de looptijd van de overeenkomst. De advocaat van [eiser] vervolgt:
Deze ontbinding heeft tot gevolg dat u wettelijk verplicht bent om de schade die cliënt door deze ontbinding lijdt, oftewel het bedrag dat cliënt zou hebben ontvangen als de overeenkomst niet zou zijn ontbonden maar netjes door u zou zijn nagekomen (het zogeheten positief contractsbelang), te vergoeden. Concreet gaat het hier om een bedrag van € 900,00 exclusief btw per gewerkte dag, mede conform artikel 4.1 van de overeenkomst daarbij uitgaande van vijf werkdagen per week, tot 1 april 2026, oftewel € 164.439,00 inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente.
ProntoPower is in deze brief gesommeerd tot het betalen van de openstaande facturen vermeerderd met rente, de schadevergoeding van € 164.439,00 en de buitengerechtelijke incassokosten.
2.9.
ProntoPower heeft geen gevolg gegeven aan de sommatie.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat en na gedeeltelijke intrekking van zijn vorderingen – veroordeling van ProntoPower tot betaling van € 135.900,00, vermeerderd met rente en kosten (buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten).
3.2.
[eiser] legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. Er is geen sprake van een tekortkoming in de nakoming aan de zijde van [eiser] en ProntoPower was niet bevoegd de overeenkomst per direct op te zeggen. ProntoPower heeft wel facturen onbetaald gelaten en is daardoor zelf in verzuim komen te verkeren. Op die grond heeft [eiser] de overeenkomst gedeeltelijk ontbonden. [eiser] stelt dat ProntoPower gehouden is de schade te vergoeden die [eiser] lijdt als gevolg van deze gedeeltelijke ontbinding. Volgens [eiser] moet de schade begroot worden op basis van het positief contractsbelang: het bedrag dat [eiser] over de resterende looptijd zou hebben ontvangen als de overeenkomst onberispelijk zou zijn nagekomen door ProntoPower, zijnde de dagvergoeding voor de resterende looptijd van de overeenkomst.
3.3.
ProntoPower voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de volledige proceskosten. ProntoPower voert primair aan dat niet voldaan is aan de vereisten voor toewijzing van een geldvordering in kort geding. Subsidiair is het standpunt dat ProntoPower bevoegd was tot directe ontbinding van de overeenkomst wegens disfunctioneren van [eiser]. Meer subsidiair is het verweer dat het type schadevergoeding dat [eiser] vordert, positief contractsbelang, niet eenvoudig is vast te stellen en niet geschikt is voor de summiere beoordeling in kort geding.
3.4.
Op de stellingen van partijen gaat de voorzieningenrechter hierna, voor zover van belang, nader in.

4.De beoordeling

4.1.
De vordering tot betaling van de openstaande facturen, genoemd onder 2.4 in dit vonnis, heeft [eiser] ter zitting ingetrokken na een aanbod van ProntoPower om deze facturen te voldoen onder behoud van alle rechten. Deze afspraak is ter zitting vastgelegd in een proces-verbaal.
4.2.
Ter beoordeling resteert de vordering tot betaling van – in hoofdsom – € 135.900,00. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De voorzieningenrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van eiser op gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de voorzieningenrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.
4.3.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vordering van [eiser] op ProntoPower niet voldoende aannemelijk is om in kort geding toegewezen te kunnen worden. Daartoe is het volgende redengevend.
4.4.
Voor het bestaan van een mogelijke vordering van [eiser] op ProntoPower moet aannemelijk zijn dat de opzegging van ProntoPower op 29 oktober 2025 geen rechtsgevolg heeft gehad. Bij een rechtsgeldige opzegging heeft de ontbinding door [eiser] op 10 november 2025 namelijk geen effect gesorteerd en kan daaruit geen schadevergoedingsplicht voor ProntoPower zijn voortgekomen. De eerste vraag die voorligt is daarom of sprake is van een rechtsgeldige opzegging, conform het bepaalde in de overeenkomst.
4.5.
Artikel 3 lid 4 van Pro de overeenkomst bepaalt dat bij wanprestatie direct opgezegd kan worden mits onderbouwd met een dossier. [eiser] stelt dat geen sprake is van wanprestatie en dat de opzegging evenmin is onderbouwd. ProntoPower voert aan dat er goede gronden waren voor de directe opzegging en dat deze opzegging, in het licht van de bewoordingen van de overeenkomst en de bedoeling van partijen, voldoende is onderbouwd.
4.6.
ProntoPower heeft ter zitting gemotiveerd toegelicht waarom volgens haar wel sprake is van structurele tekortkomingen van [eiser]. Het gaat volgens ProntoPower onder meer om een aantal projecten dat niet goed is verlopen en de klantcommunicatie daarbij (waarbij specifieke cases worden genoemd), de werkzaamheden en input van [eiser] bij een belangrijke aanbesteding en een verschil van inzicht over een aangedragen lead. Ook heeft ProntoPower verklaard dat meermaals is verzocht in gesprek te treden en dat voor [eiser] de onvrede over zijn functioneren kenbaar was. De tekortkomingen worden weliswaar weersproken door [eiser], maar deze motivering van ProntoPower brengt mee dat niet zonder meer aannemelijk is dat geen sprake is geweest van wanprestatie zoals door partijen bedoeld in de overeenkomst en dat daarom niet voldoende aannemelijk is dat de opzegging geen rechtsgevolg toekomt. Dat ter onderbouwing van dit standpunt geen producties zijn overgelegd doet hier niet aan af, omdat de betwisting door ProntoPower ter zitting concreet is toegelicht en gemotiveerd.
4.7.
[eiser] stelt verder dat de opzegging niet voldoet aan de overeenkomst omdat de opzegging niet is onderbouwd en bestrijdt (de geloofwaardigheid van) het dossier (zie 2.6) met de opmerking dat onderliggende documenten ontbreken en dat het dossier door ChatGPT lijkt te zijn opgesteld. Vast staat dat ProntoPower op de dag van opzegging een e-mail heeft gestuurd naar [eiser] met een motivering waarom volgens ProntoPower sprake is van tekortkomingen aan de zijde van [eiser]. Bij deze bevestiging van de opzegging is een document meegestuurd als het dossier. Zonder vast te stellen of de gestelde tekortkomingen van [eiser] juist zijn en een opzegging rechtvaardigen, is uit de e-mail en het bijgevoegde document wel op te maken dat specifieke projecten worden genoemd waar [eiser] werkzaamheden voor heeft verricht. Dat de opzegging in zijn geheel niet is onderbouwd en daarom evident niet conform de overeenkomst is, kan dus niet worden geoordeeld. Het dossier bevat geen onderliggende e-mails of andere bewijsstukken, maar de tekst van de overeenkomst stelt dat vereiste ook niet aan het dossier. De opzeggingsbepaling bevat ook geen andere vormvereisten die niet zijn nageleefd door ProntoPower. Om te beoordelen of het dossier voldoet aan de overeenkomst zal de inhoud van de overeenkomst uitgelegd moeten worden. Dat zal in een bodemprocedure aan de orde kunnen komen.
4.8.
Voorgaande brengt mee dat de vraag of rechtsgeldig is opgezegd niet zonneklaar is: er is geen sprake van een evident (on)juist standpunt wat betreft de rechtsgeldigheid van de opzegging. Bovendien is, mocht wel aannemelijk zijn dat rechtsgeldig is opgezegd, ook de hoogte van de schadevergoeding gemotiveerd betwist door ProntoPower. ProntoPower voert namelijk aan dat de gevorderde schade speculatief is, omdat niet zonder meer kan worden uitgegaan van een dagvergoeding voor de resterende looptijd, en dat andere omstandigheden ook een rol spelen bij het bepalen van de hoogte van de (vermeende) schade. Daarbij komt ook nog dat ProntoPower stelt schade te hebben geleden door het handelen van [eiser], waarmee een eventuele schadevergoeding verrekend zou moeten worden. Ook deze omstandigheden brengen mee dat, bij een eventuele verplichting schade te vergoeden, de hoogte van dit bedrag niet eenvoudig is vast te stellen en zich niet leent voor kort geding.
4.9.
Aan de beoordeling of sprake is van onverwijlde spoed of restitutierisico komt de voorzieningenrechter verder niet toe.
4.10.
Voor toewijzing van de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten is ook geen plaats nu het in hoofdsom gevorderde bedrag wordt afgewezen.
4.11.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. ProntoPower heeft onvoldoende omstandigheden aangevoerd die een veroordeling in de volledige proceskosten rechtvaardigen. De proceskosten van ProntoPower worden begroot op:
- griffierecht
7.062,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
8.428,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 8.428,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.