Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3818

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/15/375739
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 556 RvArt. 557 RvArt. 558 sub a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot medewerking onderhoudswerkzaamheden standleidingen VvE

De VvE heeft een kort geding aangespannen tegen de gedaagde wegens weigering mee te werken aan onderhoudswerkzaamheden aan de standleidingen. De procedure omvatte een mondelinge behandeling en een verstekvonnis tegen de gedaagde die niet is verschenen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering van de VvE gegrond en spoedeisend was, mede omdat de besluiten over de standleidingen reeds op de VvE-vergadering van 30 september 2025 waren genomen. De gedaagde werd veroordeeld om binnen een week na betekening volledig en onvoorwaardelijk mee te werken aan de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden, waaronder het verlenen van toegang tot de woning.

Bij niet-naleving werd een dwangsom van € 1.000 per dag opgelegd, met een maximum van € 5.000. Indien de maximale dwangsom werd verbeurd, kon de VvE de woning tijdelijk laten ontruimen voor de duur van de werkzaamheden. Tevens werd de gedaagde veroordeeld in de proceskosten van € 1.837,02 plus bijkomende kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan onderhoudswerkzaamheden met dwangsommen en ontruimingsmaatregel bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/375739 / KG ZA 26-128
Vonnis in kort geding van 10 april 2026
in de zaak van
[eiser],
gevestigd te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: de VvE,
advocaat: mr. J.P.H. Willems,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de mondelinge behandeling van 8 april 2026
  • het tegen [gedaagde] verleende verstek
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De VvE heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. Ter zitting heeft de VvE toegevoegd dat de besluiten over de (financiering van de) standleidingen op de agenda voor de vergadering van de VvE van 30 september 2025 op die vergadering zijn genomen.
2.2.
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering.
2.3.
De vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met dien verstande dat [gedaagde] zal worden veroordeeld binnen een week na
betekening van het vonniszijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden aan de standleidingen.
2.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
760,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.837,02

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] binnen een week na betekening van dit vonnis volledig en onvoorwaardelijk mee te werken aan de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden ten aanzien van de standleidingen door zo nodig meermaals toegang te verlenen aan afgevaardigde(n) van het bestuur van de VvE en aannemer(s) tot de woning van [gedaagde] gelegen aan het Burgemeester van [adres], ([postcode]) [plaats] en zich hierbij te houden aan de instructies van de aannemer(s),
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een dwangsom van € 1.000,00 voor elke dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat [gedaagde] niet aan de onder 3.1. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] voorwaardelijk, voor het geval [gedaagde] op grond van de onder 3.1. en 3.2. uitgesproken veroordelingen de maximale dwangsom van € 5.000,00 heeft verbeurd, het appartementsrecht gelegen aan het Burgemeester van [adres], ([postcode]) [plaats], met al het zijne, tijdelijk, voor de duur van de werkzaamheden aan de standleidingen, een voor deze werkzaamheden vereist gedeelte van die onroerende zaak, een en ander ter uitsluitende beoordeling van de VvE, te ontruimen, te bewerkstellingen door de gerechtsdeurwaarder, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 558 sub a jo 556 lid 1 jo 557 Rv,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.837,02, als betekening heeft plaatsgevonden te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.