Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3810

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/15/376644
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • E. Jonker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging tot uithuisplaatsing minderjarige met harddrugverslaving

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 9 april 2026 om een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die dagelijks harddrugs gebruikt en zich in onveilige situaties begeeft. De minderjarige verblijft momenteel vrijwillig in een open jeugdhulpaccommodatie, maar werkt niet mee aan behandeling en vertoont manipulatief en risicovol gedrag.

De kinderrechter constateert dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de ontwikkeling van de minderjarige acuut en ernstig wordt bedreigd. De vrijwillige plaatsing biedt onvoldoende bescherming, mede door het contact met een onveilig netwerk en eerdere incidenten zoals seksueel misbruik en diefstal.

Daarom wordt de voorlopige ondertoezichtstelling voor vier weken bevolen en wordt een machtiging tot uithuisplaatsing verleend, met onmiddellijke ingang en uitvoerbaar bij voorraad. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling en belanghebbenden krijgen gelegenheid hun mening te geven. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige voorlopig onder toezicht en machtigt tot uithuisplaatsing voor vier weken wegens acuut gevaar voor haar ontwikkeling en veiligheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/376644 / JU RK 26-559
Datum uitspraak: 9 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbeschermingte Haarlem,
hierna te noemen de Raad,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 9 april 2026.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 maart 2026 een machtiging verleend [de minderjarige] in het vrijwillig kader gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 9 september 2026. [de minderjarige] verblijft nu in een accommodatie voor jeugdhulp, te weten [een accommodatie voor jeugdhulp] , maar niet gesloten.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4.De beoordeling

Uit de informatie die de kinderrechter heeft ontvangen blijkt dat er bij [de minderjarige] sprake is van zorgwekkend harddruggebruik. [de minderjarige] neemt dagelijks diverse soorten harddrugs tot zich. Door haar verslaving brengt zij zich in onveilige situaties, zoals contacten met dealers en loverboys. Eerder dit jaar heeft [de minderjarige] zich seksueel laten misbruiken door een meerderjarige dealer in ruil voor drugs. Ook heeft zij gestolen en schulden gemaakt om zichzelf te voorzien van drugs. Van de machtiging tot gesloten jeugdhulp in het vrijwillig kader van de kinderrechter van 9 maart 2026 is geen gebruik gemaakt. [de minderjarige] verblijft nu bij [een accommodatie voor jeugdhulp] (in een open setting). [de minderjarige] heeft niet willen meewerken aan de intensieve hulpverlening vanuit IHub en stelt momenteel geen behandeling te willen aangaan binnen [een accommodatie voor jeugdhulp] . [de minderjarige] heeft geen enkel ontzag (meer) voor moeder. Zij is zelfbepalend en manipulatief (passend bij verslavingsproblematiek) en zij is eerder veelvuldig weggelopen zowel van huis, maar ook van Joy Living (waar ze eerder verbleef) en van school. [de minderjarige] geeft aan dat het haar niet lukt om uit risicovolle situaties weg te blijven. Door middel van een telefoon heeft [de minderjarige] toegang tot haar zeer onveilige netwerk waarin zij, tot aan haar verblijf bij [een accommodatie voor jeugdhulp] actief wervend is geweest. Als zij behoefte heeft en kans ziet om weer middelen te gebruiken, kan zij in een levensbedreigende situatie komen te verkeren. Vanwege het zelfbepalende en risicovolle gedrag van [de minderjarige] vindt de Raad voor de Kinderbescherming dat de huidige vrijwillige plaatsing bij [een accommodatie voor jeugdhulp] onvoldoende bescherming biedt aan [de minderjarige] .
4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat gelet op het bovenstaande aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.2.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst. [2]
4.3.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van vier weken. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
4.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.5.
De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
stelt
[de minderjarige]voorlopig onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 9 april 2026 tot 7 mei 2026;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van
[de minderjarige]in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 9 april 2026 tot 7 mei 2026;
5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.5.
roept op voor de zitting van mr. N. Cuvelier op
[datum]in het gerechtsgebouw van deze rechtbank aan Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Jonker, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:257 BW Pro.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).