Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 975.959,00en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de verdediging
bijlage 1bij dit vonnis opgenomen.
/2 =)
€ 590.479,95.
6.De verplichting tot betaling
€ 580.479,95.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
[veroordeelde]op de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van
€ 580.479,95(zegge: vijfhonderdtachtigduizend vierhonderdnegenenzeventig euro en vijfennegentig cent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum