Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
€ 2.400,00 per jaar, te betalen in maandelijkse termijnen bij achterafbetaling, voor het eerst op 28 juli 2023. Ook staat in de hypotheekakte dat [gedaagde] na het einde van de looptijd van de geldlening een rente is verschuldigd van € 4.800,00 per jaar. Verder staat in de hypotheekakte dat aflossing van de hoofdsom in één bedrag bij het einde van de looptijd plaatsvindt.
3.Het geschil
€ 5.200,00, wettelijke rente van € 41,11 en buitengerechtelijke incassokosten van € 768,35 inclusief btw.
4.De beoordeling
€ 200,00 en na een jaar van € 400,00 heeft gedaan aan SvB. Deze bedragen komen overeen met de in de hypotheekakte vermelde rentebedragen per maand. [gedaagde] stelt dat dit aflossingen waren en baseert dat op een telefonische mededeling van de makelaar van SvB dat ‘het geld toch naar hem toe zou komen’. Dit telefoongesprek, dat wordt betwist door SvB, zou hebben plaatsgevonden nadat [gedaagde] op 8 november 2023 aan de makelaar liet weten dat hij dacht dat een rente van € 150,00 per maand was overeengekomen maar er die dag achter was gekomen dat hij € 200,00 per maand aan rente moest betalen. De kantonrechter volgt het verweer van [gedaagde] niet en licht dit als volgt toe.