Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3788

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
11936698 \ CV EXPL 25-7175
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230m lid 1 onder h BWArt. 6:230o lid 2 BWArt. 6:230v lid 7 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging rentebeding en gedeeltelijke toewijzing vordering wegens schending informatieplicht bij overeenkomst op afstand

De zaak betreft een vordering van Woningstichting Eigen Haard tegen een consument, waarbij de kantonrechter ambtshalve toetst of aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten is voldaan bij het sluiten van een overeenkomst op afstand. De eisende partij heeft onvoldoende aangetoond dat zij de gedaagde heeft geïnformeerd over het ontbindingsrecht, zoals vereist in artikel 6:230m lid 1 BW.

De kantonrechter constateert dat ook de contractuele informatieplicht uit artikel 6:230v lid 7 BW niet is nageleefd, omdat de huurovereenkomst niet alle verplichte informatie bevat, met name over het ontbindingsrecht. Dit leidt tot sancties conform de jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Hoge Raad, waarbij de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.

Daarnaast wordt het rentebeding in de algemene voorwaarden vernietigd wegens oneerlijkheid, waardoor de gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van €360,34 en de proceskosten, met uitzondering van de kosten voor het opstellen van de akte die voor rekening van de eisende partij komen.

Uitkomst: De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen met vernietiging van het rentebeding en vermindering van de betalingsverplichting met 20%.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11936698 \ CV EXPL 25-7175
Uitspraakdatum: 8 april 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Woningstichting Eigen Haard
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: KVN gerechtsdeurwaarders en juristen
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 18 februari 2026 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om toe te lichten op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen en hoe zij daarbij tegenover de gedaagde partij heeft voldaan aan haar (pre)contractuele informatieplichten. Zij is ook in de gelegenheid gesteld om zich in deze akte uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van een rentebeding in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De beoordeling

2.1.
Uit de toelichting van de eisende partij in de akte blijkt dat de vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.2.
De eisende partij stelt te hebben voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW. Ter onderbouwing hiervan heeft zij een e-mail en een afschrift van de huurovereenkomst overgelegd, voorzien van een toelichting. Uit deze toelichting en stukken blijkt niet (voldoende) dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplicht(en) als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h BW heeft voldaan. Niet gesteld of gebleken is immers dat zij de gedaagde partij heeft geïnformeerd over het recht op ontbinding van de overeenkomst en de voorwaarden daarvoor. Voor deze schending(en) zal een sanctie worden toegepast.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht
2.3.
De eisende partij stelt te hebben voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW. De huurovereenkomst bevat echter niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. Zoals zojuist overwogen ontbreekt daarin namelijk informatie over het ontbindingsrecht. Dit betekent dat zij op dit punt ook niet heeft voldaan aan haar contractuele informatieplicht. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
Welke sanctie hoort hierbij?
2.4.
De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Omdat deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst binnen die termijn heeft willen herroepen, zal aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie worden verbonden.
2.5.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie [1] en onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 [2] moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
2.6.
De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn [3] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.7.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter het rentebeding in artikel 18 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden voorlopig oneerlijk bevonden en het voornemen uitgesproken om het om die reden te vernietigen. De eisende partij is in de gelegenheid gesteld om zich daarover uit te laten in de akte, maar heeft dit nagelaten. De kantonrechter ziet daarom en ook anderszins geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt dit beding, voor zover dit ziet op de bedongen rente. De wettelijke rente zal daarom worden afgewezen.
Wat is toewijsbaar?
2.8.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 360,34 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 450,43 x 0,80). De gevorderde wettelijke rente wordt gelet op het voorgaande afgewezen.
2.9.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 360,34;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 145,16;
griffierecht € 135,00;
salaris gemachtigde € 87,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44.
2.Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.