Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3752

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/15/373614 / JU RK 26-65
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling begeleide omgang en zorgregeling tussen ouders in belang van minderjarige kinderen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders van twee minderjarige kinderen. De vader en moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, maar de kinderen wonen bij de moeder. De GI verzoekt een wekelijkse begeleide omgang tussen vader en kinderen, uitgevoerd door Zorggeslaagd, om het contact te structureren en de veiligheid te waarborgen.

De moeder verzet zich tegen het verzoek en vraagt om niet-ontvankelijkheid of afwijzing, verwijzend naar eerdere zorgen over het drugsgebruik van de vader en zijn betrouwbaarheid. De vader stemt in met de voorgestelde regeling en toont een positieve ontwikkeling in het nakomen van afspraken.

De kinderrechter oordeelt dat het in het belang van de kinderen is om contact met beide ouders te hebben en dat zonder duidelijke afspraken het contact onvoldoende is. De voorgestelde begeleide omgang biedt een veilige en voorspelbare structuur, waarbij de vader ondersteund wordt en de veiligheid van de kinderen gewaarborgd blijft. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De kinderrechter stelt een wekelijkse begeleide omgang vast tussen vader en kinderen, direct uitvoerbaar en in het belang van de kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/373614 / JU RK 26-65
Datum uitspraak: 18 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclasseringte Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. M. van der Weide uit Heerhugowaard,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. S. Kuijs uit Heiloo,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van 30 december 2025 met bijlagen, ontvangen op 31 december 2025;
  • het plan van aanpak van 10 december 2025, ontvangen op 30 januari 2026;
  • het verweerschrift van de advocaat van de moeder van 15 maart 2026 met producties, ontvangen op 16 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat;
  • de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 juli 2023 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van 30 december 2025, tot 4 juli 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt vast te stellen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren:
  • Er vindt wekelijks begeleide omgang (uitgevoerd door Zorggeslaagd) tussen de vader en de kinderen plaats op zaterdag, startend met een uur;
  • na enkele maanden wordt er geëvalueerd over de duur van de omgang en in welke mate er nog begeleiding nodig zal zijn.
3.2.
De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd. De GI is van mening dat de kinderen op structurele wijze omgang moeten hebben met de vader. De omgangsbegeleiding kan hierin faciliteren, de vader ondersteunen om zijn afspraken na te komen en hem te helpen bij het maken van verstandige keuzes omtrent zijn drugsgebruik en de veiligheid van de kinderen te waarborgen.
3.3.
Ter zitting heeft de GI hieraan toegevoegd dat de ouders verschillen van visie, maar hetzelfde willen: dat het goed gaat met de kinderen en dat er sprake is van een voorspelbare omgangsregeling die past bij de kinderen en waar beide ouders zich aan houden. De GI wil vandaag graag concrete afspraken maken. De hulpverlening van Zorggeslaagd is in het weekend beschikbaar, waardoor de omgang nu op een juiste manier vormgegeven kan worden.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder is verzocht om de GI in het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling niet-ontvankelijk te verklaren althans dit verzoek af te wijzen. Een eerder verzoek tot vaststellen van de omgangsregeling van de GI is bij beschikking van 10 juli 2025 afgewezen vanwege zorgen over het drugsgebruik van de vader en over zijn mogelijkheden om zich aan de omgangsregeling te houden. Deze zorgen zijn sindsdien niet weggenomen. De moeder is niet tegen contact tussen de vader en de kinderen. Het is echter nodig dat de vader eerst laat zien dat hij betrouwbaar is voordat gestart wordt met structurele omgang, om (nog meer) teleurstelling en schade bij de kinderen te voorkomen. De moeder stelt voor dat eerst gestart wordt met ondersteuning van vader via Zorggeslaagd en dat het SCHIP-traject gevolgd word waarna vervolgens concrete afspraken gemaakt kunnen worden over belmomenten tussen de vader en de kinderen, zodat de vader kan laten zien dat hij in staat is om structureel (bel)afspraken na te komen.
4.2.
Door en namens de vader is ingestemd met het verzoek. De vader heeft zich de laatste periode aan de afspraken met de hulpverlening gehouden en heeft daarin een stijgende lijn laten zien. De omgangsregeling zoals verzocht biedt duidelijkheid, structuur en voorspelbaarheid, wat nodig is om de omgang te laten slagen. De vader wil vandaag afspraken maken en laten zien dat hij zich daaraan kan houden.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] noodzakelijk is dat een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgesteld. De kinderrechter legt hierna uit waarom.
5.2.
Het uitgangspunt is dat het in het belang van het kind is om contact te hebben met hun beide ouders. Het ontbreken van structureel contact kan negatieve gevolgen hebben voor de identiteitsontwikkeling en veilige hechting van een kind. Op dit moment is het contact tussen de vader en de kinderen niet vastgelegd, wat als gevolg heeft dat zij elkaar niet regelmatig zien. De vader ziet de kinderen af en toe bij de moeder thuis. Gezien de onderlinge verstandhouding van de ouders is de verwachting niet gerechtvaardigd dat zij, zonder duidelijk vastgelegde afspraken, zelfstandig tot structureel contact tussen de vader en de kinderen gaan komen. De kinderrechter is daarom met de GI van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] nodig is om een zorgregeling vast te leggen. De kinderrechter is eveneens van oordeel dat het contact zorgvuldig moet worden vormgegeven en veilig moet zijn voor de kinderen. De door de GI verzochte zorgregeling voldoet hieraan. De moeder heeft veel wantrouwen richting de vader omdat het hem in het verleden niet is gelukt om afspraken na te komen en vanwege zijn drugsgebruik. Middels de begeleide omgang kan zicht worden gehouden op de veiligheid van de kinderen wanneer zij bij de vader zijn. De GI heeft hulpverlening van Zorggeslaagd benaderd om de omgang te begeleiden, maar ook om de vader te ondersteunen bij het nakomen van de afspraken en het invullen van zijn vaderschap. Na drie maanden zal de begeleide omgang geëvalueerd worden en zal gekeken worden naar het verloop van de omgang en het effect daarvan op de kinderen.
5.3.
De kinderrechter is dan ook van oordeel dat de verzochte zorgregeling in het belang van de kinderen is en zal het verzoek van de GI toewijzen. De kinderrechter benadrukt dat het nu aan de vader is om zich te bewijzen en om de afspraken na te komen.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders:
  • Er vindt wekelijks begeleide omgang (uitgevoerd door Zorggeslaagd) tussen de vader en de kinderen plaats op zaterdag, startend met een uur;
  • na enkele maanden wordt er geëvalueerd over de duur van de omgang en in welke mate er nog begeleiding nodig zal zijn;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 2 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.