Eiser woonde in een woning die VPS beheerde voor Ymere. Na een eerdere kort geding uitspraak tot ontruiming stelde eiser dat hij een huurovereenkomst had en dat VPS niet over een executoriale titel beschikte. Partijen sloten een schikking bij het gerechtshof Den Haag, waarin afspraken werden gemaakt over ontruiming en een bruikleenovereenkomst voor vervangende woonruimte.
VPS stelde dat de bruikleenovereenkomst een nadere uitwerking van de schikking was en geen zelfstandige overeenkomst. De voorzieningenrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat de schikking een vaststellingsovereenkomst is met executoriale titel, waardoor VPS gerechtigd is tot ontruiming.
Eiser vorderde subsidiair uitstel wegens psychische problemen en het ontbreken van een nieuwe noodsituatie, maar dit werd niet aanvaard. VPS toonde aan dat de woning nodig is voor renovatie en huisvesting van andere huurders. De ontruiming op 7 april 2026 kan doorgaan en eiser is veroordeeld in de proceskosten.