De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 3 april 2026 een beschikking gegeven tot ondercuratelestelling van betrokkene op verzoek van de officier van justitie. Betrokkene is kwetsbaar voor financieel misbruik en vertoont cognitieve achteruitgang, waardoor een minder verstrekkende maatregel onvoldoende bescherming biedt.
De procedure kende meerdere mondelinge behandelingen waarbij betrokkene deels aanwezig was. De provisioneel bewindvoerder rapporteerde dat betrokkene wekelijks over een relatief groot bedrag kan beschikken, dat hij geheel aan boodschappen besteedt, maar dit niet kan controleren. Er zijn aanwijzingen van onverklaarbare grote geldopnames en overboekingen naar een vriend, waarvan de terugbetaling onduidelijk is.
Betrokkene vertoont ook signalen van vervuiling in zijn woning en cognitieve achteruitgang, is warriger en kan zijn pincode niet onthouden. Hij ontkent de ernst van zijn situatie en wil zelf over zijn geld blijven beschikken. Gezien deze omstandigheden acht de kantonrechter curatele passend en noodzakelijk om betrokkene te beschermen.
De kantonrechter benoemt MeerVida B.V. tot curator en beëindigt het provisioneel bewind. De beschikking wordt ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister en kan binnen drie maanden met tussenkomst van een advocaat worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.