ECLI:NL:RBNHO:2026:3629
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek moeder tot eenhoofdig gezag afgewezen wegens rechtsgevolg verhuizing kind naar Nederland
De moeder verzocht de rechtbank om een verklaring voor recht dat zij het eenhoofdig gezag heeft over haar minderjarige kind, dat na erkenning in het buitenland naar Nederland is verhuisd. De moeder stelde dat volgens Iers recht geen gezamenlijk gezag was ontstaan omdat niet aan de voorwaarden voor gezamenlijk gezag was voldaan.
De rechtbank stelde vast dat de vader het kind in het buitenland heeft erkend en als juridische vader op de geboorteakte staat vermeld. Volgens het Haags Kinderbeschermingsverdrag wordt het ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid beheerst door het recht van de gewone verblijfplaats van het kind. Op het moment van geboorte was dat het buitenland, maar na verhuizing naar Nederland geldt Nederlands recht.
Nederlands recht bepaalt dat bij een kind dat na erkenning in het buitenland in Nederland zijn gewone verblijfplaats krijgt, alsnog van rechtswege gezamenlijk gezag ontstaat. De rechtbank concludeerde dat de ouders gezamenlijk gezag hebben en wees het verzoek van de moeder af.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag wordt afgewezen omdat door de verhuizing van het kind naar Nederland van rechtswege gezamenlijk gezag is ontstaan.