Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3568

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
K/4102/11805526
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 2 BWArt. 6:119 BWArt. 10:158 BWArt. 3 VerkeersongevallenverdragVerordening (EU) No. 1215/2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering buitengerechtelijke kosten tegen Poolse aansprakelijkheidsverzekeraar

In deze civiele procedure vordert een Nederlands advocatenkantoor namens haar cliënten vergoeding van buitengerechtelijke kosten van een Poolse aansprakelijkheidsverzekeraar naar aanleiding van een verkeersongeval in Nederland. De verzekeraar erkende aansprakelijkheid en betaalde voorschotten en een slotbetaling. De cliënten droegen hun vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten over aan het advocatenkantoor.

De kantonrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van de plaats van het schadebrengende feit en dat Nederlands recht van toepassing is. De vordering van het advocatenkantoor is beperkt tot het bedrag dat zij via cessie heeft ontvangen, namelijk € 3.117,63 minus reeds betaalde € 2.500, dus maximaal € 617,63.

De kantonrechter stelt vast dat de gevorderde kosten boven dit bedrag niet redelijk zijn. Hoewel het uurtarief niet expliciet onredelijk wordt bevonden, is de tijdsbesteding voor het dossier onredelijk hoog geacht gezien de directe erkenning van aansprakelijkheid en de eenvoudige aard van het dossier. De gevorderde resterende kosten worden daarom afgewezen.

Het advocatenkantoor wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het meerdere en moet de proceskosten van de verzekeraar betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen en het advocatenkantoor wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11805526 \ CV EXPL 25-4774
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. G. Akaröz,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
DE ONDERNEMING NAAR POOLS RECHT AGRO UBEZPIECZENIA- TOWARZYSTWO UBEZPIECZEŃ WZAJEMNYCH,
te Warszawa (Polen) (Polen ),
gedaagde partij,
hierna te noemen: Agro,
gemachtigde: mr. B.F. Veldman.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Agro is een Poolse aansprakelijkheidsverzekeraar. Avus Nederland B.V. (hierna: Avus) treedt in Nederland op als vertegenwoordiger van Agro op grond van de zogenoemde groene kaart. [eiser] is een Nederlands advocatenkantoor.
2.2.
Op 23 juni 2023 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden in Beverwijk tussen twee cliënten van [eiser] en een verzekerde van Agro.
2.3.
Op 14 juli 2023 heeft [eiser] namens haar cliënten een aansprakelijkstelling aan Avus gestuurd, waarin zij heeft gesteld dat haar cliënten schade hebben geleden bestaande uit letsel als gevolg van het ongeval. Avus heeft op 21 juli 2023 de aansprakelijkheid erkend.
2.4.
In september 2023 heeft Agro een voorschot op de schade-uitkering betaald aan de cliënten van [eiser] van € 2.500. In februari 2025 hebben de cliënten van [eiser] ingestemd met een slotbetaling van € 2.000 (exclusief stallingskosten, kosten vliegtickets en kosten huurauto).
2.5.
Bij afzonderlijke akten van cessie van 3 maart 2025 hebben de cliënten van [eiser] een vordering op Agro van buitengerechtelijke kosten tot een bedrag van € 3.117,63, vermeerderd met rente en kosten, overgedragen aan [eiser].
2.6.
Op 4 maart 2025 heeft [eiser] een factuur van € 3.735,27 aan Avus gestuurd voor buitengerechtelijke kosten. Op 16 juni 2025 heeft Agro een bedrag van € 2.500 betaald aan [eiser].

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Agro tot betaling van € 1.235,27, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Agro heeft de aansprakelijkheid voor de schade van het verkeersongeval erkend. Zij moet daarom de schade van de cliënten van [eiser] vergoeden. Redelijke kosten ter vaststelling van schade een aansprakelijkheid, en kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, komen ook voor vergoeding in aanmerking. [1] De cliënten van [eiser] hebben deze vordering van de buitengerechtelijke kosten aan haar overgedragen.
3.3.
Agro voert verweer. Agro concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De Nederlandse rechter is bevoegd
4.1.
Dit geschil heeft een internationaal karakter omdat Agro is gevestigd in Polen. De kantonrechter zal daarom eerst beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering van [eiser] kennis te nemen. De vordering van [eiser] is gebaseerd op onrechtmatige daad, namelijk een ongeval in het verkeer. Dat betekent dat de Verordening Brussel I bis [2] van toepassing is (hierna: de Verordening).
4.2.
In Afdeling 3 van de Verordening is de bevoegdheid in verzekeringszaken geregeld. In deze zaak gaat het niet om de vordering van de verzekeringnemer, de verzekerde, de begunstigde, of de getroffene die rechtstreeks zijn vordering tegen de verzekeraar instelt, maar om de vordering van [eiser] tegen de verzekeraar. Zij heeft die vordering van haar cliënten - degenen die de schade hebben geleden - overgedragen gekregen. Daarom kan voor de bevoegdheid van de rechter niet worden aangesloten bij de woonplaats van de eiser. [3] Maar de verzekeraar kan ook worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan, indien het geschil een aansprakelijkheidsverzekering betreft. [4] Het verkeersongeval heeft zich voorgedaan in Beverwijk. Daarom is de kantonrechter van deze rechtbank bevoegd om van de vordering van [eiser] tegen Agro kennis te nemen.
Nederlands recht is van toepassing
4.3.
De vraag welk recht van toepassing is, moet worden beantwoord op grond van het Verkeersongevallenverdrag. [5] Het ongeval heeft in Nederland plaatsgevonden. Daarom is Nederlands recht van toepassing. [6]
[eiser] is niet-ontvankelijk in haar vordering, voor zover zij meer vordert dan de vordering die zij overgedragen heeft gekregen
4.4.
Agro stelt zich op het standpunt dat [eiser] een vordering heeft van hoogstens een bedrag van € 617,50. Zij wijst daarvoor op de akten van cessie, waarbij de cliënten van [eiser] volgens Agro hebben beoogd een vordering van € 3.117,63 aan [eiser] over te dragen. Agro heeft een bedrag van € 2.500 aan buitengerechtelijke kosten vergoed, zodat een bedrag van € 617,63 resteert.
4.5.
In de afzonderlijke akten van cessie van 3 maart 2025 hebben elk van de cliënten van [eiser] een vordering op Agro van buitengerechtelijke kosten tot € 3.117,60 overgedragen aan [eiser]. De cliënten waren beiden het slachtoffer van het verkeersongeval, [eiser] heeft aan beide cliënten gezamenlijk rechtsbijstand verleend onder één dossiernummer, en heeft voor haar werkzaamheden één declaratie opgesteld. De cliënten van [eiser] hebben daarom alleen gezamenlijk een vordering op Agro tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter is daarom van oordeel dat beide afzonderlijke akten van cessie zo moeten worden uitgelegd, en [eiser] die akten ook zo zal hebben begrepen, dat de cliënten van [eiser] hebben bedoeld hun gezamenlijke vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten tot een bedrag van € 3.117,63 aan [eiser] over te dragen. [eiser] heeft immers niet gesteld en het is ook niet gebleken dat haar cliënten elk een vordering van € 3.117,63 hadden tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Dat zou ook niet te rijmen zijn met de factuur van [eiser] van in totaal € 3.735,27 voor de verleende rechtsbijstand aan beide cliënten samen.
4.6.
Omdat [eiser] een vordering tot een bedrag van € 3.117,63 overgedragen heeft gekregen, en Agro daarna een bedrag van € 2.500 heeft betaald aan [eiser], stelt Agro terecht dat [eiser] op dit moment nog rechthebbende is op een vordering van ten hoogste € 617,63. Voor het meerdere dat [eiser] in deze procedure heeft gevorderd, zal de kantonrechter haar daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.
De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten: dubbele redelijkheidstoets
4.7.
Agro is aansprakelijk voor het verkeersongeval en moet daarom de schade vergoeden die de cliënten van [eiser] als gevolg van dat ongeval hebben geleden. De kosten die de cliënten van [eiser] hebben gemaakt voor rechtsbijstand behoren tot die schade, maar alleen als het inroepen van die rechtsbijstand redelijk was en de gemaakte kosten redelijk zijn. [7] [eiser] heeft de vordering tot vergoeding van deze buitengerechtelijke kosten van haar cliënten overgedragen gekregen, zodat zij deze vordering in deze procedure kan instellen. Zoals hiervoor is overwogen, kan (het restant van) die vordering niet meer bedragen dan
€ 617,63.
De gemaakte kosten voor rechtsbijstand zijn niet redelijk
4.8.
Partijen zijn het erover eens dat het inroepen van de rechtsbijstand redelijk was. Maar Agro meent dat de door [eiser] gemaakte kosten, voor zover die het door haar betaalde bedrag van € 2.500 te boven gaan, niet redelijk zijn. De kantonrechter geeft Agro daarin gelijk. Dat betekent dat de kantonrechter de vordering tot betaling van € 617,63 aan buitengerechtelijke kosten zal afwijzen. De kantonrechter zal dat hierna uitleggen.
4.9.
Het dossier van de cliënten van [eiser] is behandeld door mr. Akaröz. Volgens Agro is zowel het uurtarief van € 245 (exclusief btw) als de inrekening gebrachte tijdsbesteding onredelijk. De kantonrechter laat in het midden of het uurtarief van mr. Akaröz bovenmatig is, omdat de kantonrechter van oordeel is dat, uitgaande van dat uurtarief, het aantal gedeclareerde uren (12,6) voor de behandeling van het dossier van de cliënten van [eiser] onredelijk is. Het bedrag van € 2.500 dat Agro heeft betaald zijn redelijke kosten voor de verleende rechtsbijstand en het meerdere dat [eiser] vordert, beoordeelt de kantonrechter als niet redelijk.
4.10.
Bij het gehanteerde uurtarief kan een gespecialiseerde advocaat in het letselschaderecht worden verwacht. Bij een dergelijke specialisatie past een voortvarende behandeling van een dossier. De kantonrechter neemt verder in aanmerking dat geen sprake is geweest van een complex of bewerkelijk dossier. Avus heeft immers de aansprakelijkheid direct erkend, zodat dat geen punt van discussie is geweest tussen partijen. Het overleg tussen partijen over de schade ging over niet meer dan het opstellen en aanpassen van een schadestaat en het doen van enkele regelingsvoorstellen, zonder nadere medische onderbouwing of zonder dat medisch onderzoek is uitgevoerd.
4.11.
Agro heeft per geschreven werktijd uiteengezet dat en waarom [eiser] relatief veel tijd in rekening heeft gebracht voor het opstellen en lezen van steeds korte emailberichten en eenvoudige schadestaten. Zij stelt dat Avus het emailbericht van 10 juli 2023 zelfs nooit heeft ontvangen en dat dat bericht bovendien dateert van voor de aansprakelijkstelling, die Avus pas op 14 juli 2023 heeft ontvangen. [eiser] heeft in reactie daarop niet nader toegelicht waarom de door haar opgevoerde (ruime) tijdbesteding toch redelijk en noodzakelijk was. Zij stelt slechts dat Agro zich in haar analyse heeft beperkt tot de contactmomenten tussen [eiser] en Avus, terwijl [eiser] ook dossierstudie verrichtte en contact onderhield met haar cliënten.
De kantonrechter wijst de (resterende) vordering van [eiser] af
4.12.
Uitgaande van alleen de contactmomenten tussen [eiser] en Avus, komt de kantonrechter al tot het oordeel dat [eiser] daarvoor in totaal (tenminste) 4,2 uren bovenmatig in rekening heeft gebracht. Dat komt neer op een bedrag van (4,2 x 245 + 21% =)
€ 1.245,09 (inclusief btw). Uitgaande van de factuur van [eiser] ter hoogte van € 3.735,27 minus het door Agro betaalde bedrag van € 2.500 (= € 1.235,27), resteert daarmee geen vordering voor [eiser]. De kantonrechter zal daarom de (resterende) vordering van [eiser] afwijzen.
[eiser] moet de proceskosten van Agro betalen
4.13.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Agro worden begroot op:
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
360,00
4.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in haar vordering, voor zover die een bedrag van
€ 617,63 te boven gaat,
5.2.
wijst de vordering van [eiser] voor het overige af,
5.3.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 360,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:96 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)
2.Verordening (EU) No. 1215/2012 van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
3.Zoals bedoeld in artikel 11 lid Pro 1, onder b en artikel 13 lid 2 van Pro de Verordening.
4.Artikel 12 van Pro de Verordening
5.Verdrag van 4 mei 1971 inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg (Trb. 1971, 118); zie ook artikel 10:158 BW Pro
6.Artikel 3 van Pro het Verkeersongevallenverdrag
7.Artikel 6:96 lid 2 BW Pro