Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3564

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
K/4102/11738217
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:38 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling facturen en afwijzing verrekening in overeenkomst van opdracht

Eiser en Fiberr Group B.V. sloten een overeenkomst waarbij eiser werkzaamheden in onderaanneming verrichtte voor Fiberr. Eiser stuurde drie facturen voor verrichte werkzaamheden die Fiberr niet betaalde. Eiser vorderde betaling van deze facturen, vermeerderd met rente en kosten.

Fiberr voerde verweer met onder meer betwisting van het uurtarief, het niet in mindering brengen van pauze-uren, en een beroep op verrekening van kosten voor apparatuur en schade aan een elektriciteitsleiding. De rechtbank oordeelde dat het overeengekomen uurtarief € 62,50 bedroeg, dat geen afspraken waren gemaakt over pauze-uren, en dat Fiberr onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat eiser apparatuur had gekocht of schade moest vergoeden.

De rechtbank veroordeelde Fiberr tot betaling van de drie facturen ter hoogte van € 7.187,50, wettelijke handelsrente, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 734,38, en proceskosten van € 883,35. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Fiberr Group B.V. wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, rente, incassokosten en proceskosten, terwijl het beroep op verrekening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11738217 \ CV EXPL 25-3610
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
[eiser], H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
FIBERR GROUP B.V.,
te Velsen-Noord,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Fiberr,
gemachtigde: mr. M.W.J.M. Jonk (DAS).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek
- de akte van [eiser].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] en Fiberr hebben een overeenkomst tot aanneming van werk gesloten. Fiberr heeft werkzaamheden verricht waarbij zij glasvezelkabels heeft aangelegd. [eiser] heeft daarbij in onderaanneming werkzaamheden voor Fiberr verricht.
2.2.
[eiser] heeft aan Fiberr facturen verstuurd voor de werkzaamheden die hij heeft verricht. De facturen met nummers 2024-019, voor de werkzaamheden in week 25 van 2024, 2024-020, voor de werkzaamheden in week 26 van 2024, en 2024-026, voor werkzaamheden in week 22 van 2024, heeft Fiberr niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Fiberr tot betaling van € 7.187,50, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat Fiberr op grond van de overeenkomst tussen partijen zijn facturen moet betalen voor de werkzaamheden die hij voor Fiberr heeft verricht. Fiberr heeft een drietal facturen niet betaald en verkeert in verzuim.
3.3.
Fiberr voert verweer. Fiberr concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Het afgesproken uurtarief
4.1.
Fiberr voert aan dat [eiser] ten onrechte een tarief van € 62,50 per uur bij haar in rekening heeft gebracht. Volgens Fiberr is dat niet afgesproken tussen partijen. Fiberr hanteert een vast tarief van € 60,00 per uur voor al haar opdrachtnemers of onderaannemers.
4.2.
[eiser] heeft verwezen naar andere facturen voor hetzelfde project waarin hij een uurtarief van € 62,50 heeft opgenomen en die Fiberr zonder protest heeft betaald. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] daarmee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat partijen een uurtarief van € 62,50 zijn overeengekomen. Dat Fiberr kennelijk met andere opdrachtnemers een uurtarief van € 60,00 is overeengekomen, zegt niets over de afspraken die [eiser] en Fiberr, expliciet of stilzwijgend, hebben gemaakt. Fiberr heeft ook niet op een andere manier aannemelijk gemaakt dat zij met [eiser] een uurtarief van € 60,00 heeft afgesproken.
Partijen hebben geen afspraken gemaakt over het niet in rekening brengen van pauze
4.3.
Fiberr voert verder aan dat [eiser] ten onrechte geen pauze-uren in mindering heeft gebracht op zijn facturen en hij daardoor structureel een uur per dag teveel heeft gedeclareerd. Hiervoor geldt hetzelfde als hiervoor is overwogen. Fiberr heeft de overige facturen van [eiser] steeds zonder protest betaald. Het is daarom niet aannemelijk dat partijen hebben afgesproken dat [eiser] een uur pauze per dag in mindering op zijn factuurbedrag moest brengen. Fiberr heeft niet onderbouwd dat partijen die afspraak hebben gemaakt.
Fiberr kan geen kosten van apparatuur en materiaal verrekenen4.4. Fiberr stelt dat [eiser] voor een bedrag van € 1.000,00 een lasmachine, een OTDR en overig klein materiaal van haar heeft gekocht voor de werkzaamheden die [eiser] ging uitvoeren. [eiser] heeft dat bedrag niet aan Fiberr betaald. Volgens Fiberr kan zij daarom dat bedrag verrekenen met het bedrag dat [eiser] van haar vordert.
4.5.
[eiser] betwist dat hij deze apparatuur en materialen van Fiberr heeft gekocht. Volgens [eiser] heeft Fiberr deze apparatuur en materialen aan hem ter beschikking gesteld om de afgesproken werkzaamheden te verrichten. Fiberr heeft hem ook nooit een factuur gestuurd voor deze materialen.
4.6.
De kantonrechter is van oordeel dat Fiberr onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat partijen hebben afgesproken dat [eiser] de genoemde apparatuur en materialen van Fiberr zou kopen. De enige aanwijzing die Fiberr daarvoor geeft, is een WhatsApp bericht van [eiser] waarin hij lijkt in te stemmen met verrekening van zijn factuur van € 2.250 met een bedrag van € 1.000 voor een lasmachine. Volgens [eiser] dateert dat bericht van na het einde van zijn werkzaamheden en heeft hij toen alleen ingestemd met het bedrag van € 1.000 om daarmee betaling van (het resterende bedrag van) zijn facturen te krijgen. Uit het bericht kan niet worden geconcludeerd dat [eiser] de koop van de lasmachine (en overige materialen) erkent. Fiberr kan zich daarom niet beroepen op verrekening met het bedrag van € 1.000. [eiser] heeft de lasmachine nog wel in zijn bezit. Dat betekent dat hij die machine moet teruggeven aan Fiberr. [eiser] heeft ook aangegeven bereid te zijn dat te doen.
Fiberr kan geen schade als gevolg van een tekortkoming van [eiser] verrekenen
4.7.
Fiberr beroept zich daarnaast op verrekening met een bedrag van € 1.520,50. [eiser] heeft bij het boren in een meterkast schade veroorzaakt aan een hoofdleiding van de elektriciteit. Fiberr heeft een externe partij moeten inschakelen om die schade te herstellen. Die partij heeft daarvoor een bedrag van € 1.520,50 bij haar in rekening gebracht.
4.8.
[eiser] erkent dat hij bij de uitvoering van zijn werkzaamheden een stroomkabel heeft beschadigd. Volgens [eiser] heeft Fiberr zich pas beroepen op verrekening met deze schade nadat hij bij de rechtbank betaling van zijn facturen heeft gevorderd. De kantonrechter begrijpt daaruit dat [eiser] bedoelt aan te voeren dat Fiberr geen ingebrekestelling heeft gestuurd aan [eiser] vanwege deze tekortkoming in de uitvoering van de werkzaamheden, waarin hij in de gelegenheid is gesteld om het gebrek binnen een redelijke termijn te (laten) herstellen. Fiberr heeft direct zelf de schade laten herstellen. Dat betekent dat [eiser] niet in verzuim is. Daarom is [eiser] niet verplicht de schade van Fiberr te vergoeden, bestaande uit de herstelkosten van € 1.520,50. Fiberr kan daarom de betaling van de facturen van [eiser] ook niet verrekenen met dit bedrag.
Factuur 2024-019 (week 25) en factuur 2024-020 (week 26)
4.9.
Fiberr stelt dat [eiser] voor het laatst op (woensdag) 19 juni 2024 werkzaamheden voor Fiberr heeft uitgevoerd. Fiberr betwist daarom een vergoeding aan [eiser] verschuldigd te zijn voor werkzaamheden na 19 juni 2024.
4.10.
[eiser] heeft onder verwijzing naar WhatsApp-correspondentie met Fiberr en een aan Fiberr gezonden Productielijst gesteld dat hij tot en met 28 juni 2024 (week 26) werkzaamheden heeft verricht voor Fiberr. Fiberr heeft erkend dat [eiser] na 19 juni op locatie nog werkzaamheden heeft verricht, maar volgens Fiberr waren dat enkel herstelwerkzaamheden van door hem veroorzaakte schades, maar geen reguliere werkzaamheden in opdracht van en voor rekening van Fiberr. Dat deze werkzaamheden enkel herstelwerkzaamheden betroffen van schade waarvoor [eiser] verantwoordelijk was, heeft Fiberr op geen enkele manier onderbouwd. De kantonrechter gaat daarom ervan uit dat [eiser] tot en met week 26 werkzaamheden in opdracht van Fiberr heeft verricht. Fiberr moet daarom de facturen voor de weken 25 en 26 (volledig) betalen.
Factuur 2024-026 (week 22)
4.11.
Fiberr stelt dat zij deze factuur nooit eerder dan bij de dagvaarding heeft ontvangen. Fiberr stelt zich op het standpunt dat deze factuur niet (direct) opeisbaar is.
4.12.
[eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij deze factuur, gedateerd 30 september 2024, eerder dan bij de dagvaarding aan Fiberr heeft toegestuurd. [eiser] wijst erop dat hij voorafgaand aan de dagvaarding wel diverse betalingsherinneringen aan Fiberr heeft gestuurd. Maar die betalingsherinneringen hebben geen betrekking op factuur 2024-026. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat Fiberr deze factuur voor het eerst bij de dagvaarding, op 12 mei 2025, heeft ontvangen. Anders dan Fiberr aanvoert, betekent dat niet dat deze factuur niet opeisbaar is. Fiberr heeft niet gesteld dat partijen een betalingstermijn zijn overeengekomen. Dat betekent dat de factuur na ontvangst meteen opeisbaar is. [1] Fiberr heeft niet betwist dat [eiser] de gefactureerde werkzaamheden in week 22 heeft verricht. Dat betekent dat dat Fiberr het bedrag van deze factuur aan [eiser] moet betalen.
Conclusie
4.13.
De conclusie van het voorgaande is dat de rechtbank Fiberr zal veroordelen tot betaling aan [eiser] van het bedrag van drie facturen. Dat is in hoofdsom een totaalbedrag van (2.500 + 2.187,50 + 2.500 =) € 7.187,50.
4.14.
De gevorderde wettelijke handelsrente [2] zal worden toegewezen, voor de facturen 2024-019 en 2024-020 vanaf 30 dagen na de (niet betwiste) ontvangst van die facturen (21 juli 2024) en voor de factuur 2024-026 vanaf 30 dagen na de dagvaarding (13 juni 2025) omdat Fiberr die laatste factuur pas bij de dagvaarding heeft ontvangen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.15.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 734,38 worden toegewezen.
4.16.
Fiberr is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [eiser] heeft na het uitbrengen van de dagvaarding de opdracht aan zijn gemachtigde beëindigd. De proceskosten van [eiser] worden daarom begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
360,00
(1 punt × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
883,35
4.17.
De gevorderde wettelijke handelsrente over de proceskosten wordt afgewezen, omdat de proceskosten niet onder de reikwijdte van artikel 6:119a BW vallen. Wel wordt de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro toegewezen zoals hierna vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Fiberr om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 7.187,50, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf 21 juli 2024 voor de facturen 2024-019 en 2024-020 en vanaf 13 juni 2025 voor de factuur 2024-026, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Fiberr om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 734,38 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt Fiberr in de proceskosten van € 883,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Fiberr niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Fiberr tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:38 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)
2.Artikel 6:119a BW