De rechtbank Noord-Holland heeft op 18 maart 2026 besloten tot verlenging van de TBS-maatregel met voorwaarden van betrokkene met één jaar. De maatregel was eerder opgelegd wegens medeplegen van poging tot diefstal met geweld en afpersing en was gestart op 22 maart 2020. De maatregel was reeds twee keer verlengd en omgezet in een TBS met verpleging van overheidswege, waartegen betrokkene beroep heeft ingesteld.
De rechtbank nam kennis van adviezen van de reclassering en twee onafhankelijke gedragsdeskundigen, een psychiater en een psycholoog. Deze deskundigen stelden vast dat betrokkene lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken en middelengebruikstoornissen. Het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel wordt als hoog ingeschat. De psycholoog benadrukte dat betrokkene onvoldoende heeft geprofiteerd van eerdere behandeling gericht op een bipolaire stoornis, en dat een behandeling gericht op de borderline problematiek noodzakelijk is.
De officier van justitie vorderde verlenging met twee jaar, maar beperkte dit tot één jaar om de regie over het verdere verloop te behouden. Betrokkene stemde hiermee in. De rechtbank achtte verlenging noodzakelijk vanwege de veiligheid van anderen en wijzigde de voorwaarden: betrokkene kan op indicatie van de reclassering een time-out in een klinische setting krijgen van maximaal veertien weken per jaar, en mag niet zonder toestemming naar het buitenland of de Nederlandse Antillen reizen.
De rechtbank wees de vordering van de officier van justitie toe en verlengde de TBS-maatregel met één jaar, met de gewijzigde voorwaarden. De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van mr. C.H. de Jonge van Ellemeet.