ECLI:NL:RBNHO:2026:3482

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
HAA 25/1903
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:4 AwbArt. 2:24 APV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen evenementenvergunningen Dutch Grand Prix 2024 wegens onvoldoende onderbouwde financiële schade

Deze bestuursrechtelijke procedure betreft het beroep van VOF Snackdrive, VOF Cees Visspecialiteiten en VOF Bademeisters tegen vier evenementenvergunningen die de burgemeester van Zandvoort heeft verleend voor de Dutch Grand Prix 2024 (DGP 2024).

Eisers stellen dat zij door de verkeers- en crowd-controlmaatregelen rondom het evenement nauwelijks inkomsten hebben kunnen genereren, omdat strandbezoekers wegbleven. Zij betogen dat de burgemeester hun financiële belangen onvoldoende heeft meegewogen en dat er een schaderegeling in natura had moeten worden getroffen, bijvoorbeeld door een alternatieve standplaats toe te wijzen. Tevens voeren zij aan dat bepaalde straten ten onrechte als evenemententerrein zijn aangewezen.

De rechtbank oordeelt dat eisers niet concreet hebben onderbouwd waaruit hun financiële schade bestaat en dat de burgemeester voldoende heeft aangetoond dat de betwiste straten onderdeel uitmaken van het evenemententerrein. Het belang van het evenement en de openbare orde en veiligheid weegt zwaarder dan de door eisers gestelde schade. De rechtbank volgt vaste rechtspraak dat een schaderegeling vooraf niet verplicht is indien de schade niet zodanig ernstig is dat deze niet via een nadeelcompensatieprocedure kan worden geclaimd.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, de evenementenvergunningen blijven in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. van Keken op 31 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de evenementenvergunningen voor de Dutch Grand Prix 2024 wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwde financiële schade.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/1903

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen

VOF Snackdrive, uit Haarlem,

VOF Cees Visspecialiteiten, uit Zandvoort,
VOF Bademeisters,uit Zandvoort, eisers
(gemachtigde: mr. G.L.M. Teeuwen),
en

de burgemeester van de gemeente Zandvoort

(gemachtigde: mr. J.E. van Gilst).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over vier evenementenvergunningen voor de Dutch Grand Prix 2024 (DGP 2024) in Zandvoort. Eisers stellen dat zij schade hebben geleden doordat zij amper inkomsten hadden tijdens het evenement. Volgens eisers heeft de burgemeester deze (financiële) belangen onvoldoende meegewogen bij de beoordeling van de evenementenvergunningen voor de DGP 2024 en het daartoe opgestelde Mobiliteitsplan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de burgemeester de evenementenvergunningen op goede gronden heeft verleend.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat hun financiële belangen zo zwaar wegen dat de burgemeester naar aanleiding van het verlenen van de evenementenvergunningen op voorhand een schadevoorziening had moeten treffen. Eisers hebben niet concreet onderbouwd waaruit hun financiële schade bestaat. Eisers krijgen geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. DGP Race B.V. heeft op 8 mei 2024 drie evenementenvergunningen aangevraagd voor de DGP 2024 van 21 tot en met 26 augustus 2024. De Stichting Zandvoort Beyond heeft op 21 mei 2024 een evenementenvergunning aangevraagd voor het Zandvoort Racefestival 2024 van 9 tot en met 25 augustus 2024.
3.1.
De burgemeester heeft de vier evenementenvergunningen verleend:
I. Bij besluit van 28 juni 2024 aan DGP Race BV voor ‘Dutch Grand Prix 2024 – Race Festival’.
II. Bij besluit van 28 juni 2024 aam DGP Race BV voor ‘Dutch Grand Prix 2024 – Fan Event’.
III. Bij besluit van 28 juni 2024 aan DGP Race BV voor ‘Official 538 Dutch Grand Prix Village 2024’
IV. Bij besluit van 17 juli 2024 aan Stichting Zandvoort Beyond voor ‘Zandvoort Racefestival’.
3.2.
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de evenementenvergunningen. Met het bestreden besluit van 25 februari 2025 op het bezwaar van eisers is de burgemeester bij de evenementenvergunningen gebleven.
3.3.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de beroepsgronden op 30 april 2025 en 10 februari 2026 aangevuld.
3.4.
De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3.5.
De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting bij de burgemeester aanvullende documenten opgevraagd over de indeling van het evenemententerrein. Deze stukken heeft de rechtbank op 18 februari 2026 ontvangen. Op 20 februari 2026 heeft de burgemeester meer aanvullende stukken en een nadere reactie ingediend.
3.6.
De rechtbank heeft het beroep op 23 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] namens VOF Cees Visspecialiteiten; [naam 4] en [naam 5] namens VOF Bademeisters; de gemachtigde van eisers; en de gemachtigde van de burgemeester, vergezeld door ing. [naam 6]
3.7.
Op de zitting heeft de burgemeester A3-versies van producties 13, 14 en 20 ingediend.

Beoordeling door de rechtbank

Inleiding
4. Eisers zijn strandventers en verkopen voedselwaren op het strand van Zandvoort. Een groot deel van hun omzet verdienen zij in de zomermaanden, wanneer meer bezoekers naar het strand komen.
4.1.
Sinds 2020 vindt jaarlijks op circuit Zandvoort de Dutch Grand Prix plaats. Dit evenement trekt elk jaar meer dan 300.000 mensen aan. Naast bezoekers van de races zijn dit ook de raceteams zelf en bijbehorende sponsoren, media, etc. Deze procedure gaat over de DGP editie 2024. Om de grote bezoekersstroom te reguleren hebben vergunninghouders voor de DGP 2024 een Mobiliteitsplan opgesteld. Als onderdeel hiervan worden de toegangswegen naar Zandvoort en het circuit gedeeltelijk afgesloten en gereguleerd via verkeersbesluiten en crowd-control. Het Mobiliteitsplan maakt onderdeel uit van de door eisers bestreden evenementenvergunningen.
4.2.
Eisers willen ook inkomsten genereren tijdens de DPG maar door de verschillende (verkeers-)maatregelen rondom de evenementen blijven strandbezoekers tijdens het evenement weg. Graag hadden eisers in de evenementenvergunningen een alternatieve locatie toegewezen gekregen op een van de evenemententerreinen waar wel klanten komen, als een soort schaderegeling in natura. Los hiervan hebben eisers ook een standplaatsvergunning aangevraagd, die de burgemeester geweigerd heeft. Hierover loopt een aparte procedure. [1] Verder hebben eisers de burgemeester verzocht om nadeelcompensatie.
4.3.
Van de organisatie van de DGP 2024 heeft Absea (Bademeisters) een ‘general admission food plek’ gekregen.
Het bestreden besluit
5. De burgemeester heeft na een heroverweging besloten om de evenementenvergunningen in stand te laten. Niet is gebleken dat de financiële gevolgen voor eisers zodanig waren dat de redelijkheid gebood dat de evenementenvergunningen op voorhand een schaderegeling (in natura) moesten bevatten.
Beroepsgronden
Evenemententerrein
6. Eisers voeren aan dat de evenementenvergunningen ten onrechte zijn verleend voor de Jac. P. Thijsseweg en het Stationsplein, nu daar geen vermakelijkheden in de zin van de Algemene Plaatselijke Verordening 2024 (APV) plaatsvonden.
Daarnaast zijn deze straten niet benoemd als onderdeel van een van de evenementenvergunningen, en behoren daardoor niet tot het evenementengebied.
7. De burgemeester stelt dat de Jac. P. Thijsseweg en het Stationsplein wel onderdeel uitmaken van het evenemententerrein. Deze straten zijn opgenomen op de bij de vergunningen behorende tekeningen en in het Mobiliteitsplan, en zijn in de voorschriften aangewezen als evenemententerrein.
8. De rechtbank overweegt als volgt. In de voorschriften van de evenementenvergunning is opgenomen welke gebieden zijn aangewezen als evenemententerrein voor de duur van het evenement:
  • In voorschrift 6 van evenementenvergunning I: het terrein zoals aangegeven op de kaart ‘Bijlage 2.3.1 DGP Evenementengebieden DGP’ (bijlage 13 van de burgemeester).
  • In voorschrift 6 van evenementenvergunning II: het terrein zoals aangegeven op de kaart ‘Bijlage 2.3.0 Terreintekening TOTAAL’ (bijlage 14 van de burgemeester).
  • In voorschrift 6 van evenementenvergunning III: het terrein zoals aangegeven op de kaart ‘Official 538 Dutch Grand Prix v1 07052024 TOTAAL CADO’ (bijlage 15 van de burgemeester).
  • In voorschrift 5 van evenementenvergunning IV: het terrein zoals aangegeven op de overzichtstekening ‘RZ24-NL-ZDV Racefestival Zandvoort v10.240712-A0L-TOTAAL-OVERVIEW’ (bijlage 17 van de burgemeester).
8.1.
Op de zitting heeft de gemachtigde van de burgemeester aan de hand van de kaart ‘DGP Evenementengebieden’ (bijlage 13) toegelicht wat het (totaal) aangewezen evenemententerrein is. Op de kaart staan de vier evenemententerreinen met kleuren aangegeven. Het stationsgebied (oranje) behoort tot het gebied ‘DGP Offsite’, net als de Dr. Jacobus P. Thijsseweg. Deze gebieden zijn onderdeel van de looproutes naar het circuit en de camping. Aanvullend heeft de gemachtigde gewezen op de kaart ‘PASSAGE_STATIONSPLEIN’, die deel uitmaakt van evenementenvergunning IV (gevoegd als productie 20), en op pagina 51 van het Mobiliteitsplan, dat deel uitmaakt van alle vier de evenementenvergunningen. Hierop staat de indeling van het Stationsplein aangegeven voor crowd-control van de bezoekers die met de trein komen en gaan.
8.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester met de aangewezen en vergunde kaarten inzichtelijk gemaakt dat de Dr. Jac. P. Thijsseweg en het Stationsplein zijn aangewezen als evenemententerrein voor de duur van het evenement de DGP 2024. Hierbij volgt de rechtbank ook het standpunt van de burgemeester dat de evenementen een geheel vormen, en de looproutes over de betreffende straten daarbij horen in het kader van de openbare orde, openbare veiligheid en verkeersveiligheid. De vraag of daar vermaak als bedoeld in artikel 2:24 van Pro de APV plaatsvindt, maakt daarom geen verschil voor de vraag of die gebieden als evenemententerrein kunnen worden aangewezen.
Evenredigheidsbeginsel
9.
9.1.
Eisers voeren – samengevat – aan dat de verkeers- en crowd control-maatregelen in het Mobiliteitsplan ertoe leiden dat zij onevenredig zwaar benadeeld worden. Hun verkoopwagens op het strand van Zandvoort waren onbereikbaar en daardoor onaantrekkelijk voor strandgangers en bezoekers van de DGP 2024. Het bleef tijdens de DGP 2024 dan ook leeg. Daarbij zijn de weekenden in het hoogseizoen belangrijk voor de jaaromzet. Ter ondersteuning verwijzen eisers naar een rapport van de Hogeschool Breda over de effecten van de DGP op lokale ondernemers. De ondernemers in het dorp zelf waren met het Mobiliteitsplan wel goed bereikbaar voor bezoekers, zodat eisers zich als ondernemer op het strand daarvan onderscheiden.
Een evenement als de DGP valt volgens eisers verder niet binnen het normaal maatschappelijk- en/of ondernemersrisico: de aard, omvang en impact van de DGP laat zich lastig vergelijken, gelet op het grootschalige karakter van het evenement.
9.2.
Terwijl eisers onevenredig zwaar benadeeld worden, hebben zij van de burgemeester geen alternatieve bereikbare en rendabele standplaats aangeboden gekregen binnen of direct nabij het evenementengebied. Zo’n alternatieve standplaats had de burgemeester in redelijkheid ook voor eisers moeten opnemen in de evenementenvergunningen. Andere verkoopwagens hebben immers wel een plek toegekend gekregen van de vergunninghouder, na instigatie van de gemeente. Door voor eisers niet ook een plek te regelen en op te nemen in de evenementenvergunning, handelt de burgemeester in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
1.
10.1.
De rechtbank beantwoordt vervolgens de vraag of het bestreden besluit ten aanzien van eisers in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. [2] Hierbij beoordeelt de rechtbank op grond van vaste rechtspraak of de evenementenvergunningen zodanige schade bij eisers hebben veroorzaakt, dat hun belang zwaarder zou moeten wegen dan het belang dat is gediend bij het verlenen van de evenementenvergunningen, zodat de burgemeester vooraf in de evenementenvergunningen had moeten voorzien in een schaderegeling. Dit is bijvoorbeeld het geval als de besluiten ertoe leiden dat de bedrijven van eisers niet meer rendabel kunnen worden geëxploiteerd of de continuïteit van de bedrijfsvoering onvoldoende verzekerd is. [3]
2.
10.2.
Het gaat er op grond van vaste rechtspraak dus om of eisers aannemelijk hebben gemaakt dat de schade zodanig ernstig is dat de schadekwestie niet doorgeschoven kon worden naar een afzonderlijke nadeelcompensatieprocedure. Naar het oordeel van de rechtbank zijn eisers daar niet in geslaagd. Eisers hebben namelijk geen enkel inzicht gegeven in de door hen geleden inkomensschade tijdens en door de DGP 2024. En zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State al eerder heeft uitgemaakt, volstaat de enkele verwijzing naar een onderzoeksrapport van de Hogeschool Breda daarvoor niet. [4]
10.4.
Hierom is er geen grond voor het oordeel dat de burgemeester op grond van het evenredigheidsbeginsel was gehouden om de gestelde, maar dus niet onderbouwde, schade als gevolg van de evenementenvergunningen in de besluitvorming daartoe te betrekken.
10.5.
Hetgeen eisers hebben aangevoerd over of het gestelde inkomstenverlies onder het normaal maatschappelijk (ondernemers)risico valt, komt aan de orde in de nadeelcompensatieprocedure. De rechtbank beoordeelt die grond nu daarom niet.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit en de evenementenvergunningen in stand blijven en eisers geen proceskostenvergoeding krijgen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. van Keken, rechter, in aanwezigheid van
mr.I.A. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

BIJLAGE

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 3:4

1Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
2De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Voetnoten

1.Het beroep van eisers is door de rechtbank in de uitspraak van 15 december 2025 ongegrond verklaard, ECLI:NL:RBNHO:2025:15636. Eisers hebben hoger beroep ingesteld.
2.Artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
3.Zie rechtsoverweging 23 van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4494.
4.Zie rechtsoverweging 11 van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2854.