Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3318

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
C/15/374933
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 4 lid 1 EEX-VoArt. 4 lid 1 sub b Rome I
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening over betaling facturen onderaannemer glasvezelprojecten

MDF Infra en Artemis ITS werkten sinds 2021 samen aan glasvezelprojecten waarbij MDF als onderaannemer opdrachten uitvoerde op basis van raamovereenkomsten. Na uitvoering werden werkzaamheden door Artemis administratief verwerkt en volgde een inkooporder (PO) voor facturatie. Er ontstond een geschil omdat Artemis facturen uit 2024 en 2025 zonder PO niet betaalde.

MDF vorderde betaling van €317.407,11 plus wettelijke rente en proceskosten. Artemis betwistte de vordering, stelde dat MDF onvoldoende onderbouwing gaf en voerde verrekening aan wegens vermeende tekortkomingen van MDF. De voorzieningenrechter oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd was en Nederlands recht van toepassing.

De rechter stelde vast dat de PO in deze samenwerking een administratieve functie heeft en dat het ontbreken ervan betaling niet mag verhinderen als aannemelijk is dat de werkzaamheden onder de raamovereenkomst vallen en met medeweten van Artemis zijn uitgevoerd. MDF maakte voldoende aannemelijk dat Artemis een bedrag van €177.616,29 verschuldigd is, waaronder onbetaalde facturen uit 2024 en een deel van de factuur uit 2025.

Het verrekenverweer van Artemis faalde omdat niet was aangetoond dat MDF in verzuim was of dat schade eenvoudig vast te stellen was. De voorzieningenrechter vond onmiddellijke betaling noodzakelijk vanwege de negatieve liquiditeitsimpact voor MDF en wees de vordering toe met wettelijke rente vanaf 3 oktober 2025. Proceskosten werden gecompenseerd.

Uitkomst: Artemis wordt veroordeeld tot betaling van €177.616,29 aan MDF met wettelijke rente vanaf 3 oktober 2025.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/374933 / KG ZA 26-79
Vonnis in kort geding van 31 maart 2026
in de zaak van
MDF INFRA B.V.,
te Den Haag,
eisende partij,
hierna te noemen: MDF,
advocaat: mr. R. de Mooij,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ARTEMIS ITS GMBH,
te Schiphol-Rijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ARTEMIS,
advocaat: mr. P. van Boxtel.

1.De zaak in het kort

1.1.
Partijen hebben vanaf 2021 samengewerkt waarbij Artemis als hoofdaannemer opdrachten verwierf voor de aanleg van glasvezelverbindingen en MDF deze als onderaannemer uitvoerde. Per project hebben partijen een raamovereenkomst gesloten op grond waarvan Artemis opdrachten aan MDF gaf. Na uitvoering werden de werkzaamheden met behulp van door MDF aangeleverde bestanden door Artemis geadministreerd. Artemis gaf vervolgens inkooporders af, zodat MDF aan Artemis kon factureren. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de facturatie van werkzaamheden die MDF stelt te hebben verricht, maar waarvoor Artemis geen inkooporders heeft afgegeven.
1.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat MDF voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Artemis de facturen van 2024 en een deel van de in 2025 zonder PO gefactureerde werkzaamheden moet betalen. Het verrekenverweer van Artemis slaagt niet. Of Artemis schade heeft geleden door toedoen van MDF is niet op eenvoudige wijze vast te stellen. Beoordeling van deze tegenvorderingen zal daarom in een bodemprocedure moeten plaatsvinden.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 23 producties
- de nagekomen productie 24 van de kant van MDF
- de conclusie van antwoord met 14 producties
- de pleitaantekeningen van de kant van MDF
- de mondelinge behandeling van 17 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

3.De feiten

3.1.
MDF is gespecialiseerd in glasvezel- en infratechniek. Zij legt in opdracht van derden elektriciteits- en telecommunicatiekabels aan en voert de daarbij behorende werkzaamheden uit.
3.2.
Artemis is gespecialiseerd in het aanleggen van (glas)vezel netwerken voor grote (telecom)leveranciers zoals KPN en Ziggo.
3.3.
MDF en Artemis zijn in 2021 een samenwerking aangegaan waarbij Artemis als hoofdaannemer MDF als onderaannemer heeft ingeschakeld voor de uitvoering van diverse (glasvezel)projecten in Nederland.
3.4.
Partijen hebben per project een raamwerkovereenkomst gesloten (hierna: de Overeenkomst), op grond waarvan Artemis middels de planning van een project opdrachten aan MDF gaf om bepaalde werkzaamheden uit te voeren.
3.5.
Als het werk gereed was, koppelde MDF aan Artemis terug welke werkzaamheden zij had verricht en voor welke kosten. Dit deed MDF door het aanleveren van gegevens in een gemeenschappelijk platform, die Artemis administratief verwerkte. Na goedkeuring van de werkzaamheden, verstrekte Artemis aan MDF een inkooporder (ook wel ‘Purchase Order’ of ‘PO’), waarna MDF een factuur aan Artemis stuurde.
3.6.
Artemis heeft van zes facturen uit 2024 van in totaal € 207.866,53 waarvoor Artemis inkooporders heeft afgegeven een bedrag van € 45.159,18 onbetaald gelaten.
3.7.
Op 3 juni 2025 heeft de advocaat van MDF Artemis gesommeerd om een openstaand bedrag van € 364.570,08 te voldoen. De advocaat schrijft onder meer:
Er zijn reeds opgeleverde werkzaamheden en extra werk waarvoor getekende documenten door beide partijen zijn verstrekt en inkooporders zijn verzonden. Toch betaalt Artemis ITS die facturen van MDF Infra niet. De door u opgegeven reden daarvoor is dat de oude manager niet meer in dienst is, en dat Artemis ITS intern veel zou moeten uitzoeken om de facturen te verifiëren. Ondanks meerdere besprekingen en bewijzen van de kant van MDF Infra blijft de situatie ongewijzigd. U zult begrijpen dat dit voor MDF Infra onaanvaardbaar is.
Het totaal openstaande bedrag is maarliefst € 364.570,08:
Omschrijving bedrag
Civil Pending purchase orders (required for invoicing) € 74.862,36
Civil Pending work purchase orders € 19.199,70
After Garden Drilling work 2024+2025 € 19.259,54
GCO ring € 24.502,66
Extra work 2024 Telco (approved, but no PO received) € 1.367,50
Extra work 2024 Telco (the work was carried out, but was €102.916,64
simply rejected without any reason)
Extra work 2023 Telco (the work was carried out, but was € 30.475,00
simply rejected without any reason)
Stagnatie Civiel en Telco werk 2025 € 2.500,00
Stagnatie Civiel en Telco werk 2023 € 44.327,50
Blocked invoices (24-0080 / 24-0083 / 24-0084 / 24-0085 / 24- € 45.159, 18
0156 / 24-0209) no feedback
Totaal openstaand € 364.570,08
3.8.
De (voormalige) advocaten van Artemis hebben op 10 juni 2025 gereageerd dat Artemis de verstrekte gegevens wil verifiëren en zo nodig corrigeren, voordat zij tot betaling overgaat. De advocaten schrijven onder meer:
Gebleken is dat sommige documenten niet strookten met de uitgevoerde werkzaamheden. (…)
Om de gesprekken tussen partijen te bespoedigen ontvangt cliënte graag een nadere onderbouwing van de in uw brief genoemde bedragen. Cliënte kan de bedragen namelijk niet plaatsen.
3.9.
Op 26 juni 2025 heeft de advocaat van MDF een herinnering gestuurd en erop gewezen dat Artemis precies weet om welke vorderingen het gaat. Hij schrijft dat de vraag eerder is gesteld en dat MDF op 26 maart 2025 in een e-mail een uitgebreide toelichting op de afzonderlijke posten heeft gegeven.
3.10.
Partijen hebben op 4 september 2025 onderling overleg gevoerd, maar zijn niet tot overeenstemming gekomen.
3.11.
MDF heeft op 24 september 2025 een factuur van € 349.606,03 met een betalingstermijn van drie dagen aan Artemis gestuurd in verband met in 2023 en 2024 uitgevoerde werkzaamheden waarvoor Artemis geen inkooporders heeft verstrekt.
3.12.
Artemis heeft op 30 september 2025 per e-mail aan MDF laten weten dat zij de factuur niet zal betalen, omdat deze niet in overeenstemming met de overeenkomst zijn en verwijzing naar inkooporders ontbreekt.
3.13.
Bij brief van 3 oktober 2025 aan de (voormalige) advocaten van Artemis heeft de advocaat van MDF er onder meer op gewezen dat Artemis een bedrag van in totaal € 394.765,21 verschuldigd is aan openstaande facturen (de som van 3.6 en 3.11).
3.14.
Op 14 oktober 2025 heeft MDF ten laste van Artemis derdenbeslag laten leggen onder de Rabobank.
3.15.
Vervolgens is tussen de nieuwe advocaten van Artemis en de advocaat van MDF gecorrespondeerd over voornamelijk de voorwaarden voor opheffing van het beslag.
3.16.
MDF heeft op 10 november 2025 de dagvaarding in de hoofdzaak uitgebracht.
3.17.
Artemis heeft begin december 2025 vijfenzeventig inkooporders aan MDF gestuurd en een bedrag van € 70.929,42 aan MDF betaald.
3.18.
Bij vonnis van 10 december 2025 van de rechtbank Amsterdam is het verzoek van Artemis tot opheffing van het beslag afgewezen.
3.19.
Op 11 februari 2026 heeft MDF het derdenbeslag opgeheven, omdat Artemis een bankgarantie heeft verstrekt.

4.Het geschil

4.1.
MDF vordert - samengevat - veroordeling van Artemis tot betaling van € 317.407,11, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2025 en veoordeling in de proceskosten.
4.2.
MDF legt aan de vordering ten grondslag dat Artemis zonder gegronde reden een betalingsachterstand heeft laten ontstaan en tracht (door geen inkooporders aan MDF te verstrekken) onder betaling uit te komen van door MDF in opdracht van Artemis uitgevoerde werkzaamheden.
4.3.
Artemis voert verweer. Artemis concludeert tot afwijzing van de vorderingen van MDF, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van MDF in de kosten van deze procedure.
4.4.
Artemis voert aan dat MDF op geen enkele wijze heeft onderbouwd op basis van welke contractuele afspraken de gevorderde bedragen zijn verschuldigd.
Steeds is geverifieerd wat er precies is gedaan. Dat is voor een deel van het werk van 2023 en 2024 nog steeds niet duidelijk geworden. In 2025 wordt dat voor MDF van belang en stuurt zij een sommatiebrief. De bedragen zijn onduidelijk voor Artemis en wijken af van de facturen die MDF heeft gestuurd. Er is overleg geweest over de facturen. Artemis heeft toen gezegd dat ze een bedrag van € 85.000 kon verifiëren en wilde betalen. Er wordt gedaan alsof MDF de werkzaamheden goed heeft gedaan en er geen reden is voor het niet betalen van facturen. Dat klopt niet.
Over de inhoud van de facturen is door partijen zelf gesproken en niet tussen de advocaten onderling. Dat blijkt ook uit de betaling die Artemis heeft gedaan na verificatie van de werkzaamheden. MDF onderbouwt nog steeds niet haar vordering en Artemis betwist de verschuldigdheid. Het is aan MDF om te stellen en bewijzen, aldus Artemis.
Daarnaast beroept Artemis zich op verrekening met tegenvorderingen wegens kosten die zij heeft moeten maken, omdat MDF bepaalde verplichtingen niet of niet deugdelijk is nagekomen of omdat MDF bepaalde informatie niet aanlevert waardoor de opdrachtgever Artemis niet betaalt.
MDF heeft volgens Artemis tenslotte onvoldoende gesteld om aan te nemen dat sprake is van een zodanig spoedeisend belang dat een onmiddellijke betalingsveroordeling in kort geding gerechtvaardigd is.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht
5.1.
Omdat Artemis (statutair) in het buitenland is gevestigd en de vorderingen uit dien hoofde een internationaal karakter dragen, moet allereerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is en welk recht van toepassing is. Gelet op artikel 4 lid 1 EEX Pro-Vo (herschikt) is de Nederlandse rechter bevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen, omdat Artemis kantoor houdt en dus woonplaats heeft in Nederland. Omdat het kantooradres in Schiphol-Rijk is gelegen, is de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem bevoegd.
5.2.
De bepaling van het op de vordering toepasselijke recht dient plaats te vinden aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende het recht dat van toepassing is op contractuele verbintenissen (Rome I), tenzij de rechtsverhouding specifiek door een verdrag wordt geregeld. Van dat laatste is geen sprake. Op grond van artikel 4 lid 1 sub b Rome Pro I is Nederlands recht van toepassing, omdat het een overeenkomst van opdracht (dienstverlening) betreft, zodat de overeenkomst wordt beheerst door het recht van het land waar de dienstverlener (MDF) zijn gewone verblijfplaats heeft.
Geldvordering in kort geding
5.3.
Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De voorzieningenrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de voorzieningenrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.
Opdrachtverlening en afgifte inkooporders (PO’s)
5.4.
Vooropgesteld wordt dat tussen partijen sprake was van een bestendige samenwerkingsrelatie in het kader van door de hoofdaannemer verworven opdrachten voor infrastructurele werkzaamheden, waarbij de onderaannemer werd ingezet voor de aanleg van glasvezelverbindingen. Partijen hebben toegelicht dat de werkzaamheden in de praktijk niet werden
voorafgegaandoor een formele schriftelijke opdracht in de vorm van een purchase order (hierna: PO), maar dat deze werden uitgevoerd op basis van planningen, instructies of anderszins door of namens de hoofdaannemer verstrekte opdrachten. Uit de door MDF ter zitting gegeven en door Artemis niet weersproken uitleg heeft de voorzieningenrechter begrepen dat de hiervoor bedoelde opdrachten per project en per distributiepunt in een planning in een daartoe door Artemis op een gemeenschappelijk platform aangehouden administratief systeem werden opgenomen. Na uitvoering van de werkzaamheden werden de betrokken gegevens daarin door MDF ingevoerd. De uitvoerders van Artemis werden daarbij betrokken, waarbij Artemis registreerde wat er was uitgevoerd. Bij vragen van Artemis werd nadere toelichting verschaft. Na controle en toelichting volgde dan de verzending van een PO. Overzichten van de aan die PO’s ten grondslag liggende registratie werden als verantwoording met de facturen meegezonden. De gegevens die gerelateerd aan de achterliggende facturen ter adstructie van de thans ingestelde vordering als productie E18 in het geding zijn gebracht, zijn de aan de daarmee gefactureerde opdrachten gerelateerde overzichten, afkomstig uit dit systeem.
5.5.
Uitgangspunt is dat de verplichting tot betaling van verrichte werkzaamheden haar grondslag vindt in de tussen partijen -per project- gesloten raamovereenkomsten en de op grond daarvan verstrekte opdrachten. Gelet op hetgeen hiervoor is vastgesteld heeft de PO in een situatie als de onderhavige in beginsel geen constitutieve betekenis voor het ontstaan van die verplichting, maar vervult deze een administratieve functie.
Waar Artemis er een systeem op nahoudt als hiervoor omschreven, waarbinnen de afgifte van een PO noodzakelijk is voor het in behandeling nemen van facturen, maar feitelijk het sluitstuk is van de administratieve verwerking van uitgevoerde opdrachten, kan het enkele ontbreken van een PO betaling niet verhinderen, indien aannemelijk is dat die PO ten onrechte niet is afgegeven.
Dat is het geval indien kan worden vastgesteld dat de betrokken werkzaamheden vallen onder de omschrijving van de raamovereenkomst en zijn uitgevoerd op verzoek van, dan wel met medeweten en instemming van de hoofdaannemer.
5.6.
Indien in de tussen partijen gevolgde werkwijze afgifte van een PO na voltooiing van de werkzaamheden plaatsvindt en die afgifte noodzakelijk is voor de administratieve verwerking van de werkzaamheden en de daarop gebaseerde facturatie, kan van Artemis worden verlangd dat hij zijn medewerking daaraan niet zonder redelijke grond onthoudt. Van Artemis mag in de context van deze uitvoeringspraktijk worden verwacht dat zij de uitgevoerde werkzaamheden binnen een redelijke termijn beoordeelt en eventuele bezwaren tijdig en voldoende concreet kenbaar maakt. Indien zij dat nalaat, kan dit onder omstandigheden meebrengen dat zij zich niet met succes op het ontbreken van goedkeuring kan beroepen.
Verschuldigdheid van (een deel van) de vordering
5.7.
Gelet op de hiervoor in 5.4 tot en met 5.6 vermelde uitgangspunten, moet worden beoordeeld of MDF voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de door haar gefactureerde werkzaamheden onder de omschrijving van de raamovereenkomst vallen en zijn uitgevoerd op verzoek van, dan wel met medeweten en instemming van Artemis. Ook moet worden beoordeeld of Artemis binnen een redelijke termijn de uitgevoerde werkzaamheden heeft beoordeeld en eventuele bezwaren tijdig en voldoende concreet kenbaar heeft gemaakt.
5.8.
MDF baseert haar vordering verder op onbetaalde facturen met achterliggende PO’s tot een bedrag van € 45.159,18 (hierna: de facturen 2024) en de factuur van 24 september 2025 voor een bedrag van € 349.606,03 (hierna: de factuur 2025), met dien verstande dat het meerdere boven het thans gevorderde bedrag van € 317.407,11, naar uit haar stellingen valt af te leiden, inmiddels is betaald.
5.9.
Vooropgesteld wordt dat Artemis op 3 juni 2025 is gewezen op een bedrag van € 45.159,18 aan onbetaalde facturen uit 2024. MDF heeft een kopie van de facturen 2024 overgelegd inclusief de achterliggende PO’s. Artemis heeft hiertegen aangevoerd dat MDF een creditfactuur zou sturen, omdat zij ten onrechte twee facturen had gezonden. MDF heeft dat weersproken met verwijzing naar productie E18 (betalingsoverzicht) laatste pagina. Uit die pagina blijkt dat Artemis van een zestal facturen het hiervoor genoemde bedrag onbetaald heeft gelaten. Geen van die facturen komen met elkaar overeen. Het had op de weg van Artemis gelegen om te laten zien om welke twee facturen het dan zou gaan.
MDF heeft dus voldoende aannemelijk gemaakt dat een bedrag van € 45.159,18 van de facturen 2024 verschuldigd is.
5.10.
De voorzieningenrechter zal de factuur 2025 aan de hand van voormelde uitganspunten bespreken. Op deze factuur wordt betaling gevraagd van de volgende opdrachten / posten:
Pending works € 47.817,33(hierna: post 1)
After Garden Drillings € 14.909,66(hierna: post 2)
Stagnation 2023 € 42.027,50(hierna: post 3)
Stagnation 2024 € 2.500,00(hierna: post 4)
Extra Works 2023 € 30.475,00(hierna: post 5)
Extra Works 2024 € 104.629,14(hierna: post 6)
GCO Works € 19.706,66(hierna: post 7)
Incomplete PO € 72.887,34(hierna: post 8)
Restoration Works € 14.653,40(hierna: post 9)
(…)
TO PAY €349.606,03
5.11.
Op de factuur 2025 is verwezen naar ‘bijlage & smartsheet’. Die bevatten een specificatie per in rekening gebrachte post met veelal de projectnaam, locatie, de code van de werkzaamheid, het weeknummer en het aantal uren. Daarnaast zijn bij post 2 ‘After Garden Drilling’ onder meer de adressen, pandID’s, afmelddatum en het (uitvoerende) team en de meters vermeld. Voor de onderbouwing van post 9 ‘Restoration Works’ is de specificatie een e-mail van 31 maart 2025 aan Artemis waarin staat dat het werk in telefonisch overleg en op verzoek van Artemis is uitgevoerd in aanwezigheid van een medewerker van Artemis.
5.12.
MDF heeft met haar stellingen en de hiervoor bedoelde specificaties naar het oordeel van de voorzieningenrechter tegenover het -wat dit betreft- volledig ontbreken van enig inhoudelijke commentaar voldoende aannemelijk gemaakt dat de werkzaamheden onder de omschrijving van de raamovereenkomst vallen en zijn uitgevoerd op verzoek van, dan wel met medeweten en instemming van Artemis. MDF heeft echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Artemis heeft ingestemd met de alle openstaande meerwerk posten en dat kosten van stagnatie onder de raamovereenkomst vallen. Een en ander wordt hierna toegelicht.
5.13.
De posten van de factuur komen grotendeels overeen met de posten die de advocaat van MDF noemt in zijn brief van 3 juni 2025. Uit de reactie van 10 juni 2025 van de kant van Artemis dat ‘
sommige documenten niet strookten met de uitgevoerde werkzaamheden.’leidt de voorzieningenrechter af dat Artemis ook toen al beschikte over onderliggende stukken / bijlagen om de werkzaamheden te kunnen controleren. Dat is ook aannemelijk gelet op de brief van 3 juni 2025 waarin MDF erover klaagt dat zij al geruime tijd op PO’s wacht om te kunnen factureren:
MDF Infra heeft al geruime tijd werkzaamheden uitgevoerd, maar tot op heden nog steeds geen inkooporders van u ontvangen om te kunnen factureren. Dit ondanks herhaaldelijke verzoeken en aanmaningen. Artemis ITS heeft herhaaldelijk toegezegd het nodige te regelen, maar zonder die toezeggingen na te komen. MDF Infra wacht nu al bijna een jaar op betaling en op nieuwe inkooporders om verricht werk te kunnen factureren.
5.14.
De overgelegde e-mail correspondentie tussen partijen bevestigt het beeld
dat MDF met regelmaat Artemis heeft gevraagd om afgifte van PO’s voor verschillende uitgevoerde werkzaamheden, in zijn algemeenheid maar weinig tot geen inhoudelijke reactie ontving. Afgezien van een enkele e-mail waarin Artemis aangeeft dat bepaalde details ontbreken of overleg met haar engineers en planning nodig is of dat een vereiste voorafgaande goedkeuring ontbreekt, is onduidelijk waarom zij bepaalde werkzaamheden wel en andere niet in haar administratie kon verwerken. Pas begin maart 2026 heeft zij in een akte uitlating producties in de tussen partijen lopende bodemzaak kort gereageerd, door – net als in deze procedure – te verwijzen naar de bespreking tussen partijen op 4 september 2025 waarin Artemis heeft toegelicht waarom MDF niet gerechtigd is tot betaling van de posten genoemd in de brief van 3 juni 2025. Behoudens het verweer tegen het meerwerk en de stagnatiekosten, overtuigt het betoog van Artemis niet.
Post 1 ‘Pending Works’ en post 8 ‘Incomplete PO’
5.15.
MDF heeft weliswaar erkend dat het bedrag van € 74.862,36 niet correct is, maar dat betekent niet dat er op die post niets te vorderen is. MDF heeft ter zitting toegelicht dat van het oorspronkelijke bedrag nog € 42.187,05 (nooit PO ontvangen) en € 20.866,18 (incompleet PO ontvangen) onbetaald is gebleven, namelijk de eerste twee bedragen van het betalingsoverzicht dat MDF heeft overgelegd (E18). Mede gelet op de schematische overzichten bij nr. 1 en nr. 2 van het betalingsoverzicht, heeft MDF voldoende aannemelijk gemaakt dat een bedrag van € 42.187,05 van de op de factuur opgenomen post 1 van € 47.817,33 verschuldigd is en een bedrag van € 20.866,18 van de op de factuur opgenomen post 8 van € 72.887,34.
Post 7 ‘GCO Works’
5.16.
MDF heeft ter zitting laten weten dat dit is betaald.
Post 5 en 6 ‘Extra Works 2023 / 2024’
5.17.
Artemis betwist dat zij opdracht voor meerwerk heeft verstrekt en betwist daarmee posten 5 en 6 van € 30.475,00 en € 104.629,14 van de factuur. In de schematische overzichten bij nrs. 6/7 (meerwerk 2024) en nr. 8 (meerwerk 2023) van het betalingsoverzicht (E18) is te zien hoe de communicatie hierover tussen partijen is verlopen en dat Artemis deze posten heeft geweigerd met een toelichting waarom. MDF heeft opgemerkt dat Artemis akkoord heeft gegeven voor de opdracht van € 104.629,14 (extra werk Telco), daar maar € 85.000 van wilde betalen. Dat laatste is niet betwist en vindt ook steun in de uitlating in de correspondentie ‘
Apologies for (..) [betrokkene] will send today a bunch of POs for Telco. Gelet op de hiervoor vermelde uitgangspunten ziet de voorzieningenrechter aanleiding om deze post tot een bedrag van € 85.000 toe te wijzen.
Post 3 en 4 ‘Stagnation 2023 / 2024’
5.18.
MDF heeft nagelaten toe te lichten op grond waarvan zij recht heeft op een vergoeding bij stagnatie van werk. Dit had wel op haar weg gelegen gelet op de betwisting door Artemis dat MDF daar contractueel aanspraak op kan maken. MDF heeft daarmee onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij recht heeft op betaling van de posten 3 en 4 van de factuur (samen ruim € 44.000,00).
Post 2 ‘After Garden Drillings’ en post 9 ‘Restoration Works’
5.19.
Artemis heeft geen specifiek verweer gevoerd op post 2 ‘After Garden Drillings’ van de factuur, zodat MDF voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij recht heeft op betaling van een bedrag van € 14.909,66. Datzelfde geldt voor een bedrag van € 14.653,40 voor post 9 ‘Restoration Works’.
Tussenconclusie
5.20.
Uit het vorenstaande volgt dat MDF voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Artemis van de facturen 2024 en de factuur 2025 samen een bedrag van € 177.616,29 aan MDF moet voldoen.
5.21.
Het beroep op verrekening van Artemis met tegenvorderingen slaagt niet. Artemis stelt dat MDF bepaalde werkzaamheden niet altijd naar behoren zou hebben uitgevoerd waardoor opdrachtgevers Artemis niet hebben betaald of zij andere onderaannemers heeft moeten inschakelen. Niet is echter gebleken dat MDF in gebreke is gesteld of anderszins in verzuim is. Of Artemis schade heeft geleden door toedoen van MDF is bovendien niet op eenvoudige wijze vast te stellen. De audit die Artemis zegt op dit moment uit te laten voeren naar het Open Dutch Fiber (ODF) project in Waalwijk en Ridderkerk is bovendien nog niet afgerond, zodat daar nog geen enkele conclusies uit kunnen worden getrokken. Beoordeling van deze tegenvorderingen zal daarom in een bodemprocedure moeten plaatsvinden.
Wettelijke rente
5.22.
De gevorderde wettelijke rente worden toegewezen per 3 oktober 2025. De voorzieningenrechter acht de verkorte betalingstermijn van de factuur in de gegeven omstandigheden toelaatbaar. Behoudens de ‘Restoration Works’, waar op 31 maart 2025 om een PO is gevraagd, hebben de werkzaamheden grotendeels in 2023 en 2024 plaatsgevonden en heeft Artemis ondanks vele herinneringen geen PO’s afgegeven.
Onmiddellijke voorziening is vereist
5.23.
Tussen partijen is sprake van een slepend conflict over een niet onaanzienlijk bedrag van ruim driehonderd duizend euro. Dat MDF gedurende de samenwerking een omzet heeft behaald van tientallen miljoenen, staat daar los van. MDF heeft gesteld dat zij al veel te lang op haar geld moet wachten, terwijl zij haar onderaannemers al wel heeft betaald. Het behoeft geen uitleg dat dit een negatieve invloed heeft op de liquiditeit van MDF, zoals MDF ook stelt, zodat een onmiddellijke voorziening is vereist. De toewijzing is ook bedoeld als tik op de vingers: Artemis is het als onderneming uit wiens koker de voorgeschreven administratieve werkwijze komt aan haar stand verplicht om dit soort geschillen vlot en zakelijk af te procederen.
Belangenafweging en restitutierisico
5.24.
Een belangenafweging maakt het oordeel niet anders. De voorzieningenrechter acht het belang van MDF om op korte termijn over een deel van het geld van de vordering te kunnen beschikken groter dan het belang van Artemis om niet te hoeven betalen vooruitlopend op een beoordeling van de vordering in een eventuele bodemprocedure.
Van een restitutierisico zoals Artemis stelt, is niet gebleken. MDF heeft dit weersproken en aangegeven dat zij een gezonde, goedlopende onderneming is.
Proceskosten
5.25.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
veroordeelt Artemis om aan MDF te betalen een bedrag van € 177.616,29, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.
1621