Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3223

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
C/15/375329 / JU RK 26-351
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c, tweede lid, BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing wegens ernstige gedragsproblematiek minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met ernstige gedragsproblematiek en mogelijke hechtingsproblematiek. De minderjarige verblijft op een behandelgroep waar intensieve begeleiding en behandeling mogelijk zijn.

De kinderrechter constateert dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd door gedragsproblemen en onderliggende problematiek. De ouders kunnen onvoldoende invulling geven aan het ouderlijk gezag en bieden niet de benodigde intensieve nabijheid. Het contact tussen de ouders en de minderjarige verloopt moeizaam, hoewel de vader en stiefmoeder regelmatig contact hebben en het contact met de moeder recent is herstart.

De kinderrechter acht verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden noodzakelijk. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. De GI en ouders benadrukken dat de minderjarige op een goede plek zit, maar dat spoedige behandeling noodzakelijk is om verdere escalaties te voorkomen.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wegens ernstige gedragsproblematiek en onderliggende problematiek.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/375329 / JU RK 26-351
Datum uitspraak: 17 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. M.C. Kager, kantoorhoudende te Den Helder,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 5 maart 2026 en de daarbij behorende stukken.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de vader;
  • [de partner van de vader en stiefmoeder van de minderjarige] , de partner van de vader en stiefmoeder van [de minderjarige] ;
- mr. C. Teerenstra, waarnemend advocaat van de moeder;
- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI.
De moeder is – met bericht van afmelding – niet ter zitting verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft op een behandelgroep in [plaats] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 maart 2023 [de minderjarige] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, bij beschikking van 12 september 2025 nog tot 14 maart 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 maart 2023 een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen bij de gezaghebbende vader. Deze maatregel is vervolgens verlengd. Bij beschikking van 12 september 2025 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 14 maart 2026.
2.5.
Omdat het niet mogelijk was het verlengingsverzoek vóór het aflopen van de lopende ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing mondeling op zitting te behandelen, zijn bij beschikking van 5 maart 2026 beide maatregelen voor korte duur verlengd, te weten tot 21 maart 2026, en is de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot aan deze zitting.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van zes maanden.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd. Er is nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] , bestaande uit gedragsproblematiek en onderliggende problematiek. De betrokkenheid van de GI is nodig omdat het de ouders onvoldoende lukt om gezamenlijk en eenduidig invulling te geven aan het ouderlijk gezag. Daarnaast kunnen zij op dit moment niet voorzien in de intensieve begeleiding en continue nabijheid die [de minderjarige] nodig heeft. De voortzetting van het verblijf van [de minderjarige] op de groep is nodig voor verdere stabilisatie in zijn gedrag en om een terugval, escalaties en stagnatie in zijn ontwikkeling te voorkomen.

4.De standpunten

4.1.
De vader heeft ingestemd met het verzoek. [de minderjarige] zit op een goede plek, maar het is echt nodig dat snel gestart wordt met behandeling. [de minderjarige] heeft dingen meegemaakt in zijn leven en moet zijn trauma’s verwerken. Wanneer [de minderjarige] verlof heeft, is hij bij de vader en de stiefmoeder, en om het weekend gaan zij bij [de minderjarige] op bezoek.
4.2.
De advocaat heeft namens de moeder ingestemd met het verzoek. Zij is blij dat er eindelijk hulp komt voor [de minderjarige] . De moeder hoopt dat niet te lang gewacht wordt met behandeling voor [de minderjarige] . Het contact tussen [de minderjarige] en de moeder verloopt goed en de moeder herkent zich niet in het beeld dat over haar geschetst wordt door de groep, dat het haar moeite kost om aan te sluiten bij de belevingswereld van [de minderjarige] . De moeder is erg begaan met [de minderjarige] en zou graag het contact uitbreiden.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Bij [de minderjarige] is al langdurig sprake van hevige gedragsproblematiek. In de thuissituatie bij de vader liet [de minderjarige] externaliserend gedrag zien, zoals niet luisteren, spullen kapotmaken, liegen, plotseling wegrennen en mensen uitschelden. Ook op de groep heeft [de minderjarige] moeite met luisteren en het opvolgen van instructies, laat hij verbale agressie zien en is hij regelmatig betrokken bij incidenten. Recent heeft zich een ernstig incident voorgedaan waarbij [de minderjarige] uit boosheid heeft gedreigd met een mes dat hij uit de keuken had gepakt. Het gedrag van [de minderjarige] komt mogelijk voort uit zijn onderliggende problematiek. [de minderjarige] kampt met gevoelens van boosheid en teleurstelling, en mogelijk met hechtingsproblematiek. Hij heeft aan de GI verteld over ervaringen van vroeger waarbij hij zich niet gezien en verzorgd voelde, zoals dat hij niet werd opgehaald van het kinderdagverblijf en zelf voor zijn eten moest zorgen.
5.3.
De vader en de stiefmoeder zien [de minderjarige] om het weekend, en dit contact verloopt goed. Recent is het contact [de minderjarige] en de moeder weer opgestart, nadat zij elkaar twee jaar niet hadden gezien. Er zijn wekelijks videobelmomenten tussen de moeder en [de minderjarige] afgesproken, maar gezien wordt dat het de moeder niet altijd lukt deze afspraken na te komen.
5.4.
Het is nodig dat zo snel mogelijk individuele behandeling voor [de minderjarige] ingezet wordt, gericht op zijn gedrags- en onderliggende problematiek. Ook is systeembehandeling voor zowel de moeder en [de minderjarige] , als voor de vader en [de minderjarige] nodig. De samenwerking tussen de ouders en de samenwerking tussen de moeder en de GI verloopt moeizaam. De betrokkenheid van de GI is nodig om te zorgen dat beslissingen over [de minderjarige] tijdig gemaakt kunnen worden en om regie te voeren op de hulpverlening.
5.5.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de verzochte duur van een jaar.
5.6.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding, onderzoek van zijn geestelijke toestand en onderzoek van zijn lichamelijke toestand. [2]
5.7.
Het is de kinderrechter duidelijk dat [de minderjarige] vanwege zijn hevige gedragsproblematiek op dit moment niet bij één van de ouders kan wonen. Op de groep wordt hem de intensieve begeleiding en continue nabijheid geboden die hij nodig heeft, en kan voor hem diagnostiek en behandeling ingezet worden. Zowel de GI als de ouders hebben aangegeven dat [de minderjarige] nu op een goede plek zit, maar hebben ook benadrukt dat niet te lang gewacht moet worden met behandeling voor [de minderjarige] . De GI heeft over de verzochte duur van de machtiging tot uithuisplaatsing aangegeven niet de verwachting te hebben dat [de minderjarige] over zes maanden naar huis kan, maar wil met het verzoek een extra toetsmoment inlassen, zodat over een half jaar gekeken kan worden naar de plaatsing van [de minderjarige] op de groep en de voortgang van zijn behandeling. De kinderrechter verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing daarom zoals verzocht voor de duur van een half jaar.
5.8.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.9.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 14 maart 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 14 september 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.C.M. van Mierlo, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 24 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.