Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 5 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Velsen en [eiser 1] en [eiser 2] over eigendom van een betwiste strook grond naast hun perceel. De ouders van [eiser 1] hadden in 1994 een gebruiksovereenkomst met de gemeente gesloten voor een tussengelegen strook grond, maar namen ook een aangrenzende strook in gebruik zonder eigendomsrecht.
De gemeente vordert een verklaring voor recht dat zij eigenaar is van de betwiste strook grond, ontruiming door [eiser 1] en [eiser 2], en betaling van proceskosten. [Eiser 1] en [eiser 2] beroepen zich op bevrijdende verjaring en vorderen eigendom van de betwiste strook.
De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van bezit in juridische zin, omdat de gebruiksovereenkomst impliceert dat de ouders van [eiser 1] houder waren en geen eigenaar. Het gebruik van de betwiste strook wordt gezien als uitbreiding van houderschap, niet als bezit met eigendomspretentie. Het beroep op bevrijdende verjaring wordt daarom verworpen.
De gemeente blijft eigenaar en [eiser 1] en [eiser 2] worden veroordeeld tot ontruiming binnen drie maanden, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten worden hen eveneens opgelegd. De vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt het eigendomsrecht van de gemeente en veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] tot ontruiming en betaling van proceskosten.