Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 27 september 2025 op Schiphol werd aangehouden met bijna 6,9 kilogram cocaïne, verwerkt in koekjes en andere etenswaren. De verdachte, geboren in 1989 en nu gedetineerd in Justitieel Complex Schiphol, werd beschuldigd van opzettelijke invoer van cocaïne. De officier van justitie, mr. S. van Driel, vorderde bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, terwijl de verdediging, vertegenwoordigd door mr. M.H. Aalmoes, betoogde dat de verdachte niet op de hoogte was van de cocaïne in zijn bagage. De rechtbank oordeelde dat de verdachte wel degelijk op de hoogte moest zijn van de inhoud van zijn koffer, gezien zijn eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten en de omstandigheden van de zaak. De rechtbank achtte het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen en legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, met inachtneming van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht. De rechtbank weigerde het verzoek van de verdediging om de zaak aan te houden voor psychologisch onderzoek, maar erkende de noodzaak van hulp voor de verdachte in een vrijwillig kader. De uitspraak is gedaan in het kader van de nieuwe uitgangspunten van de rechtbank Noord-Holland voor de strafmaat in drugszaken, waarbij de rechtbank een lagere straf voor drugskoeriers overweegt, gezien hun kwetsbare positie.