Op 20 mei 2015 vond een fietsongeval plaats tussen verzoekster en een groep meisjes, waaronder een minderjarige. Verzoekster liep letselschade op en stelde de ouders van de minderjarige en hun verzekeraar aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat het vorderingsrecht van verzoekster op zowel de ouders als de verzekeraar is verjaard.
De rechtbank overweegt dat de verjaringstermijn van vijf jaar voor de ouders en drie jaar voor de verzekeraar is verstreken zonder dat sprake was van stuiting door onderhandelingen. De verzekeraar heeft ondubbelzinnig aansprakelijkheid afgewezen en er was geen sprake van onderhandelingen die de verjaring zouden stuiten. Ook het beroep op rechtsverwerking faalt.
Ten overvloede oordeelt de rechtbank dat onvoldoende is komen vast te staan dat de minderjarige een verkeersfout heeft gemaakt die aansprakelijkheid van haar ouders rechtvaardigt. De vorderingen worden daarom afgewezen. De kosten van de deelgeschilprocedure worden begroot maar niet toegewezen aan verzoekster.