ECLI:NL:RBNHO:2026:2899

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
15/184285-24
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 OpiumwetArt. 3a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek en nader NFI-onderzoek naar stemherkenning in cocaïne-invoerzaak

De rechtbank Noord-Holland behandelt een zaak waarin verdachte wordt verdacht van medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van 120,6 kilogram cocaïne in Nederland op 19 mei 2024, dan wel het medeplegen van voorbereidings- en bevorderingshandelingen in de periode van 20 maart tot 19 mei 2024.

De verdediging betwist de bewijskracht van stemherkenning door verbalisanten op opgenomen OVC-gesprekken en verzoekt om uitsluiting van dit bewijs of, bij afwijzing, aanhouding van de zaak voor deskundig NFI-onderzoek. De officier van justitie acht de stemherkenning betrouwbaar, mede door aanvullende beoordeling en correcties van de Koninklijke Marechaussee.

De rechtbank constateert dat de bewijskracht van stemherkenning door verbalisanten onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd is en dat de verbalisanten geen deskundigheid op dit gebied hebben. Daarom wordt het onderzoek heropend en wordt het NFI opgedragen nader vergelijkend stemonderzoek te verrichten op diverse opgenomen gesprekken.

Het onderzoek wordt geschorst en de zaak aangehouden totdat het NFI-rapport beschikbaar is. De verdachte wordt opgeroepen voor een nieuwe zitting. De rechtbank acht nader onderzoek noodzakelijk om de betrouwbaarheid van het stembewijs te kunnen beoordelen.

Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en schorst de zaak voor nader NFI-onderzoek naar de bewijskracht van stemherkenning.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/184285-24
Uitspraakdatum: 3 maart 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 februari 2026 in de zaak tegen:
[naam verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] (Suriname),
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres].
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. A.M. de Leeuw en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A. Çimen, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij zich, kort en zakelijk weergegeven, op plaatsen in Nederland heeft schuldig gemaakt aan het volgende:
primair:
het medeplegen van het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van 120,6 kilogram cocaïne op 19 mei 2024;
subsidiair:
het medeplegen van voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen om 120,6 kilogram cocaïne opzettelijk binnen Nederland te brengen en/of te vervoeren in de periode van 20 maart 2024 tot en met 19 mei 2024.
De volledige tekst van de tenlastelegging is als
bijlageaan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd kennis te nemen van de zaak, de officier
van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3.Standpunten

3.1
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de rechtbank geen bewijskracht kan toekennen aan de processen-verbaal van herkenning van de stem van de verdachte op in ieder geval de OVC-gesprekken van 19 mei 2024. Volgens de verdediging ontbeert een stemherkenning door een verbalisant elke bewijswaarde. De betreffende verbalisanten hebben geen deskundigheid op het gebied van stemherkenning. Als er al van enige bewijswaarde sprake zou zijn, is die niet volgens de geldende regels tot uitdrukking gebracht. De processen-verbaal van herkenning moeten daarom van het bewijs worden uitgesloten. De verdachte ontkent dat hij deelnemer is geweest aan deze gesprekken. De overige inhoud van het dossier is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van ten laste gelegde te kunnen komen.
In het geval dat de rechtbank het verweer met betrekking tot de bewijsuitsluiting van de stemherkenning niet volgt, heeft de raadsvrouw het voorwaardelijke verzoek gedaan de zaak aan te houden, een getuige-deskundige van het NFI te benoemen en deze op te dragen op een wetenschappelijk verantwoorde wijze stemvergelijkend onderzoek uit te voeren.
3.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit gerekwireerd en heeft zich op het standpunt gesteld dat de stemherkenning van de verdachte en de OVC-gesprekken bruikbaar zijn voor het bewijs. De stemherkenning vindt immers steun in de parallelle observatie van 20 maart 2024. Bovendien heeft de Koninklijke Marechaussee (KMar) geconstateerd dat in het proces-verbaal PV0211 abusievelijk een foutieve weergave is vermeld. Na rectificatie hiervan heeft de KMar alle OVC-gesprekken van 19 mei 2024 nogmaals uitgeluisterd en beoordeeld. Dit draagt volgens de officier van justitie bij aan de betrouwbaarheid van de stemherkenning.

4.Oordeel van de rechtbank

4.1
InleidingOp 19 januari 2024 is naar aanleiding van informatie van het Team Criminele Inlichtingen over medeverdachte [medeverdachte] het onderzoek 27NINGAN gestart. Het onderzoek is uitgevoerd door het Drugsteam Schiphol en is gericht op de betrokkenheid van [medeverdachte] en eventueel andere verdachten bij de invoer van verdovende middelen via de luchthaven Schiphol. Tijdens dit onderzoek is naar voren gekomen dat op 19 mei 2024 per vliegtuig 120,6 kilogram cocaïne vanuit Gambia naar Nederland werd ingevoerd. Er zijn onder meer observaties uitgevoerd en OVC-gesprekken opgenomen. De verbalisanten hebben geconcludeerd dat onder meer de verdachte op de OVC-gesprekken is te horen.
4.2
De bewijswaarde/bewijskracht van stemherkenningen in het algemeenDe rechtbank stelt voorop dat gelet op de feilbaarheid van de menselijke waarneming en de kanttekeningen die mede daarom vanuit de wetenschap bij de betrouwbaarheid van stemherkenningen kunnen worden geplaatst, behoedzaamheid op zijn plaats is bij de waardering van de bewijskracht van stemherkenningen.
4.3
Beoordeling van de stemherkenningDe rechtbank stelt voorop dat de verdachte betwist dat hij heeft deelgenomen aan de OVC-gesprekken die zich in het dossier bevinden. De herkenning van de stem van de verdachte door de verbalisanten is – blijkens het proces-verbaal van bevindingen PV0211 van 29 juli 2024 – onder meer gebaseerd op de vergelijking van de stem in de OVC-gesprekken van 20 maart 2024 en 20 mei 2024 en met de stem van de gebruiker van telefoonnummer eindigend op *[telefoonnummer]. Uit de weergave van het OVC-gesprek van 20 maart 2024 volgt dat de gespreksdeelnemer die door de verbalisanten wordt aangeduid als: ‘[naam A]’ alleen het woord “jaaa” zou hebben gezegd. Bij dit gesprek heeft de verbalisant verder opgemerkt dat de stem van ‘[naam A]’ zacht op de achtergrond te horen is, waardoor ook onduidelijk is wat de geluidskwaliteit is geweest op basis waarvan de stemherkenning heeft plaatsgevonden. Uit het proces-verbaal volgt niet dat de verbalisanten een opleiding of ervaring hebben op het gebied van stemherkenningen.
In dit verband stelt de rechtbank vast dat de verbalisanten hebben geconcludeerd dat zij ‘naar alle waarschijnlijkheid’ durven te zeggen dat het de stem van de verdachte betreft. Dit is niet geformuleerd in een Bayesiaans model, zoals dat gebruikelijk is bij de beoordeling van de waarde van forensisch bewijs. Die waarde komt pas tot uitdrukking indien twee conflicterende hypothesen tegen elkaar worden afgezet.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat zij de bewijskracht van de stemherkenning van de verdachte door de verbalisanten niet voldoende op waarde kan schatten en ziet hierin aanleiding om het NFI hierover nader te laten rapporteren.
4.4
Beslissing van de rechtbankDe rechtbank acht het, gelet op wat hiervoor is overwogen, noodzakelijk dat door het NFI nader (vergelijkend) onderzoek wordt gedaan naar de stem die door de verbalisanten is aangeduid als ‘[naam A]’ en die te horen is op de OVC-gesprekken van 20 maart 2024 met sessienummer 200324_152913, van 19 mei 2024 met sessienummers 190524_154838, 190524_160638, 190524_161135, 190524_161635, 190524_163134, 190524_163627, 190524_164141, 190524_164350, 190524_164539, 190524_164811, 190524_170030, 190524_170530, 190524_171157, 190524_171806, 190524_182352, 190524_185538 en 190524_185908 en van 20 mei 2024 met sessienummer 200524_125027. Voorts dient deze stem te worden vergeleken met de stem die te horen is in het tapgesprek op 13 juni 2024 op de getapte entiteit [telefoonnummer], zoals geverbaliseerd in proces-verbaal PV0179 van 19 juni 2024.

5.Beslissing

De rechtbank:
- heropent het onderzoek ter terechtzitting dat op 17 februari 2026 is gesloten;
- stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris ter uitvoering van hetgeen hiervoor onder 4.4 is overwogen;
- schorst het onderzoek ter terechtzitting in het belang daarvan voor onbepaalde tijd;
- beveelt de oproeping van de verdachte, tegen een nader te bepalen datum en tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden voortgezet, met verstrekking van een afschrift van die oproeping aan de raadsvrouw van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. G.D. Kleijne, voorzitter,
mr. H.H.E. Boomgaart en mr. A. Stronkhorst, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Maerman,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 maart 2026.
Bijlage
Tekst van de tenlastelegging
hij op of omstreeks 19 mei 2024 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht ongeveer 120,6 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 maart 2024 tot en met 20 mei 2024, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 120,6 kilogram, althans een hoeveelheid, cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat die feit(en)
immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (daartoe)
- één of meer telefoon(s)/communicatiemiddel(en) voorhanden gehad en/of
- meermalen)(via telecommunicatie en/of persoonlijk) contact gehad en/of overleg gevoerd en/of informatie uitgewisseld over het beschikbaar zijn op de luchthaven Schiphol van luchthavenpersoneel voor het uithalen en/of verder vervoeren van voornoemde verdovende middelen uit het betreffende vliegtuig en/of informatie uitgewisseld over de plaatsing van verdovende middelen in een vliegtuig en/of over de lokatie van die verdovende middelen in de vracht van dat vliegtuig en/of over de wijze van het uithalen van die verdovend middelen uit het vliegtuig, althans gesprekken gevoerd in versluierd taalgebruik met betrekking tot het invoeren en vervoeren van (een) grote (handels)hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen en/of
- zijn mededader heeft vervoerd naar de luchthaven Schiphol.