Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak staat centraal of de huurovereenkomst tussen verhuurder en huurders ontbonden moet worden vanwege tekortkomingen zoals weigering tot woninginspectie, nalaten van tuinonderhoud en gebruik van de woning in strijd met de bestemming.
De huurders huren de woning sinds 1992 en de verhuurder is sinds 2020 eigenaar. Er zijn klachten over hoge bomen en stankoverlast. Een tuinexpert constateerde dat bomen te hoog zijn en overlast veroorzaken. De huurders weigerden toegang tot de woning voor inspectie, wat een tekortkoming vormt. Daarnaast is er sprake van opslag van handelsvoorraad in de tuin en hondenuitwerpselen, hoewel dit laatste incidenteel is.
De kantonrechter oordeelt dat de tekortkomingen niet ernstig genoeg zijn om ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen, mede gelet op de lange huurperiode en medische problemen van de huurders. Wel worden de huurders veroordeeld om de verhuurder toegang te verlenen voor inspectie en om de bomen in de achtertuin terug te snoeien tot vijf meter. De vorderingen tot verwijdering van auto’s en onderdelen worden afgewezen.
De tegenvordering van de huurders tot vernietiging van een uitspraak van de Huurcommissie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De huurders worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten van de procedure worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Ontbinding huurovereenkomst afgewezen; huurders veroordeeld tot toegang woning en snoeien bomen binnen gestelde termijnen.