Betrokkenen verzoeken de opheffing van het bewind dat al meer dan twaalf jaar loopt, omdat er door toedoen van de bewindvoerder geen schuldhulpverlening is gestart en zij geen vertrouwen meer hebben. Zij willen hun schulden zelfstandig oplossen en een van hen wil als zzp’er gaan werken, wat de bewindvoerder tegenhoudt.
De bewindvoerder stelt dat pogingen tot schuldhulpverlening zijn mislukt door onvoldoende medewerking van betrokkenen, die niet alle benodigde documenten aanleveren en afspraken niet nakomen. De schulden zijn hoog en zonder schuldhulpverlening niet zelfstandig af te lossen, met risico op huurachterstand en huisuitzetting.
De kantonrechter constateert ter zitting dat de communicatie ernstig verstoord is en dat betrokkenen niet meer bereid zijn samen te werken met de bewindvoerder of een andere bewindvoerder. Hierdoor is een vruchtbare samenwerking niet langer mogelijk en is voortzetting van het bewind niet zinvol.
Gelet op deze omstandigheden wordt het verzoek tot opheffing van het bewind toegewezen. De opheffing gaat in twee weken na de datum van de beschikking. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk via het gerechtshof Amsterdam, uitsluitend door tussenkomst van een advocaat.