Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2760

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
11330374 \ CV EXPL 24-6897
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 9 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 19 Verdrag van MontrealArt. 6:74 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatievordering passagiers wegens niet tijdig melden bij gate

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam naar Malaga op 11 mei 2024. Zij kwamen meer dan drie uur later aan dan gepland en vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 en aanvullende regelgeving.

De vervoerder betwist de vertraging en stelt dat de passagiers als 'no-show' zijn aangemerkt omdat zij zich niet tijdig bij de gate hebben gemeld. De kantonrechter volgt dit verweer en stelt vast dat de passagiers niet aan de voorwaarden van de Verordening hebben voldaan. Ook het betoog dat een storing aan de bagagebanden de oorzaak was, wordt verworpen omdat dit onder verantwoordelijkheid van de luchthaven valt.

De vorderingen van de passagiers worden daarom afgewezen. De passagiers worden veroordeeld in de proceskosten en nakosten, die uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wordt afgewezen omdat passagiers zich niet tijdig bij de gate meldden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11330374 \ CV EXPL 24-6897
Uitspraakdatum: 4 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1.[eiser 1], wonende te [plaats 1]

2. [eiser 2]wonende te [plaats 2]
3. [eiser 3]wonende te [plaats 1]
4. [eiser 4]wonende te [plaats 2]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. B.W. Floris (Yource B.V.)
tegen
de commanditaire vennootschap
Transavia Airlines C.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs (LVH Advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd. De vervoerder voert aan dat de passagiers zelf niet op tijd bij de gate waren. Daarom is er geen sprake van een annulering, vertraging of instapweigering. De kantonrechter volgt het verweer van de vervoerder. Het is de verantwoordelijkheid van de passagiers om op tijd bij de gate te zijn. Omdat zij dit hebben nagelaten worden hun vorderingen afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 11 mei 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Malaga Airport (Spanje), met vlucht HV6115 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagiers zijn meer dan drie uur later dan gepland aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 2.421,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 439,41 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van Pro de Verordening). Daarnaast vorderen de terugbetaling van de kosten van een vervangende vlucht op grond van artikel 9 van Pro de Verordening, dan wel artikel 19 van Pro het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (hierna: het Verdrag van Montreal), dan wel artikel 6:74 BW Pro.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder betwist dat de Verordening in onderhavig geval van toepassing is. Hij voert in dit verband aan dat de vlucht niet vertraagd is uitgevoerd en dat de passagiers zijn aangemerkt als ‘no-show’. De passagiers hebben zich dan ook niet tijdig bij de incheckbalie gemeld, aldus de vervoerder.
4.3.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor toepassing van de Verordening is onder meer vereist dat de passagiers zich – behalve in geval van annulering – bij de incheckbalie melden. [1] De vervoerder heeft gemotiveerd betwist dat de passagiers zich (tijdig) bij de gate hebben gemeld. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft hij een afschrift van het ‘reserveringsoverzicht’ overgelegd. Hieruit blijkt dat zij ‘no-shows’ waren. De verantwoordelijkheid om tijdig bij de gate te zijn ligt bij de passagiers, hetgeen zij hebben nagelaten. Daarmee hebben zij niet aan de voorwaarden voor toepassing van de Verordening voldaan. Voor zover de passagiers hebben aangevoerd dat zij vanwege een storing aan de bagagebanden te laat waren en deze storing te wijten was aan de vervoerder zelf, slaagt dit betoog evenmin. De vervoerder heeft immers voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat dit onder de verantwoordelijkheid van de luchthaven. Voor eventuele schade door het niet functioneren van dit proces zullen zij dus de luchthaven moeten aanspreken. De vordering van de passagiers wordt daarom afgewezen.
4.4.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 506,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 126,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 3 lid 2 van Pro de Verordening.