ECLI:NL:RBNHO:2026:2732

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
12136879
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:686a lid 9 BWArt. 262 RvArt. 99 RvArt. 100 RvArt. 107 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing zaak naar bevoegde kantonrechter wegens vestigingsplaats en arbeidsplaats

De kantonrechter te Haarlem heeft ambtshalve de relatieve bevoegdheid getoetst in een geschil over het einde van een individuele arbeidsovereenkomst tussen verzoeker en Royal FloraHolland.

Op grond van de wet is de kantonrechter van de woonplaats van de gedaagde of de plaats waar de arbeid gewoonlijk werd verricht bevoegd. Royal FloraHolland is gevestigd in Aalsmeer en de werkzaamheden van verzoeker werden daar ook verricht. Aalsmeer valt onder het arrondissement van de rechtbank Amsterdam, niet Noord-Holland.

Daarom verklaarde de kantonrechter zich onbevoegd en verwees de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam, zittingsplaats Amsterdam. De beschikking is op 16 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter E. Jochem.

Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12136879 \ AO VERZ 26-34
Beschikking van 16 maart 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [plaats],
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker],
procederend in persoon,
tegen
ROYAL FLORAHOLLAND,
gevestigd te Aalsmeer,
verweerder,
hierna te noemen: Royal FloraHolland.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met 10 producties.
1.2.
Ten slotte is beschikking bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De kantonrechter moet ambtshalve toetsen of zij relatief bevoegd is van het geschil kennis te nemen. [1]
2.2.
Het verzoek heeft betrekking op het einde van een (individuele) arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in Titel 10 afdeling 9 van Boek 7 van het BW. Op grond van artikel 7:686a lid 9 BW worden dergelijke verzoeken – in afwijking van hetgeen is bepaald in artikel 262 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) – gedaan aan de ingevolge de artikelen 99, 100 en 107 tot en met 109 Rv bevoegde kantonrechter.
2.3.
Gelet op het bepaalde in artikel 99 en Pro artikel 100 Rv Pro is de rechter van de woonplaats van de gedaagde (in dit geval Royal FloraHolland) dan wel de rechter van de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt of laatstelijk werd verricht, bevoegd. De woonplaats van een rechtspersoon is daar waar hij zijn wettelijke of statutaire zetel heeft. [2]
2.4.
Uit het verzoekschrift blijkt dat Royal FloraHolland in Aalsmeer is gevestigd en dat [verzoeker] zijn werkzaamheden gewoonlijk in Aalsmeer verricht(te). Aalsmeer ligt niet in het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, maar in het arrondissement van de rechtbank Amsterdam. De kantonrechter te Haarlem zal zich daarom onbevoegd verklaren van het geschil kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rechtbank Amsterdam, zittingsplaats Amsterdam.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen;
3.2.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam, zittingsplaats Amsterdam.
Dit beschikking is gewezen door mr. E. Jochem en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 110 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.Artikel 1:10 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).