ECLI:NL:RBNHO:2026:2726

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/15/374913 / FA RK 26-878
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 5:15 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens schizofrenie

De officier van justitie verzocht op 19 februari 2026 om een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en momenteel wordt verpleegd in een Intensive Care Unit. De rechtbank hield op 4 maart 2026 een mondelinge behandeling waarbij betrokkene, zijn advocaat, een arts-assistent, de geneesheer-directeur en een verpleegkundige werden gehoord. De geneesheer-directeur werd telefonisch gehoord.

De advocaat voerde aan dat het verzoek niet voldeed aan de eisen omdat de bevindingen van de geneesheer-directeur niet waren ondertekend. De geneesheer-directeur lichtte toe dat het systeem geen handtekening vereist en dat zij de bevindingen zelf had opgesteld. De rechtbank concludeerde dat ondanks het ontbreken van een handtekening de bevindingen authentiek zijn en verwierp het verweer.

Uit de stukken en het verhandelde bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder maatschappelijke teloorgang, agressie en gevaar voor de veiligheid. Betrokkene is nog niet gestabiliseerd, vertoont achterdocht en agressie, en is niet ingesteld op medicatie. De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk en passend, waarbij verschillende vormen van zorg werden opgelegd, waaronder medicatie, insluiting, toezicht, bewegingsbeperkingen en opname.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en naar verwachting effectief. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden, tot en met 4 september 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorg aan betrokkene wegens ernstig nadeel door schizofrenie.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/374913 / FA RK 26-878
beschikking van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ( [land] ),
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende
in het [accommodatie] ,
locatie [locatie] , Unit [unit] , te [adres] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. J.W.E. Groot, kantoorhoudende te Wognum (gemeente Medemblik).

1.Procedure

1.1.
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 19 februari 2026, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • het informatierapport Wvggz van de politie van 30 januari 2026;
  • een uittreksel justitiële documentatie van betrokkene van 30 januari 2026;
  • het zorgplan van 6 februari 2026;
  • de medische verklaring van 16 februari 2026;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur van 18 februari 2026;
  • een historisch overzicht van eerder gegeven machtigingen in het kader van de Wvggz 19 februari 2026.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
4 maart 2026, in het gebouw van voornoemde accommodatie.
1.4.
Betrokkene wordt verpleegd in de ICU (Intensive Care Unit). Betrokkene is daar gehoord.
1.5.
De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [arts-assistent] , arts-assistent;
  • [geneesheer-directeur] , geneesheer-directeur;
  • [verpleegkundige] , verpleegkundige.
1.6.
De geneesheer-directeur is telefonisch gehoord.
1.7.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.1.
De advocaat van betrokkene heeft ter zitting gesteld dat het verzoek niet
voldoet aan de eisen voor het verlenen van een zorgmachtiging, nu de bevindingen van de
geneesheer-directeur niet zijn voorzien van een handtekening.
2.1.2.
Ter zitting heeft de geneesheer-directeur (telefonisch) toegelicht dat zij betrokkene heeft gezien, dat zij op de hoogte is van de casus en dat zij de bevindingen zelf heeft opgesteld. Voorts heeft zij verklaard dat al enige tijd geen handtekening meer onder de bevindingen wordt gezet, omdat het systeem zo is ingericht dat de geneesheer-directeur de bevindingen alleen kan bijvoegen als de geneesheer-directeur die de casus heeft beoordeeld zelf het document heeft opgesteld.
2.1.3.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de bevindingen van de geneesheer-directeur niet voorzien zijn van een handtekening. Dat roept de vraag op of de bevindingen daadwerkelijk zijn opgesteld door de geneesheer-directeur die als opsteller van het document is vermeld. De rechtbank is, gelet op de onder 2.1.2 vermelde toelichting, van oordeel dat ondanks het ontbreken van de handtekening moet worden aangenomen dat de bevindingen afkomstig zijn van de geneesheer-directeur die als opsteller van het document is vermeld. Nu de rechtbank zich er ter zitting van heeft verzekerd dat de bevindingen van de geneesheer-directeur in dit geval afkomstig zijn van [geneesheer-directeur] , die ook als dienstdoend geneesheer-directeur en opsteller van het document is vermeld, heeft de rechtbank geconcludeerd dat er geen gebrek kleeft aan de voorliggende bevindingen en het verweer van de advocaat verworpen. De rechtbank voegt daar nog aan toe dat in artikel 5:15 van Pro de Wvggz niet als wettelijk vereiste is opgenomen dat de bevindingen door de geneesheer-directeur moeten zijn ondertekend.
2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er door voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
  • maatschappelijke teloorgang;
  • de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.3.
Betrokkene heeft zorg nodig om:
- de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat betrokkene diens autonomie zoveel mogelijk herwint.
2.4.1.
De rechtbank heeft, anders dan de advocaat van betrokkene ter zitting heeft bepleit, onvoldoende vertrouwen dat betrokkene zijn verblijf en behandeling op vrijwillige basis in de accommodatie zal voortzetten. Betrokkene is nog niet gestabiliseerd en hij wordt, af en toe met gesloten deur, verpleegd in de ICU (Intensive Care Unit). Er is nog steeds achterdocht en agressie, ook naar zorgverleners. Betrokkene is nog niet ingesteld op medicatie. Indien betrokkene in de gegeven omstandigheden de accommodatie verlaat, is de kans reëel dat betrokkene in conflict komt met andere mensen waarbij hij dreigend kan zijn en dan zal het dreigend ernstig nadeel weer ontstaan. Gelet op voorgaande is de rechtbank is van oordeel dat verplichte zorg noodzakelijk is.
2.4.2.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- insluiten van betrokkene, telkens maximaal 7 dagen;
- het uitoefenen van toezicht op betrokkene, telkens maximaal 7 dagen;
- het beperken van bewegingsvrijheid, telkens maximaal 3 maanden;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie, telkens maximaal 3 maanden.
2.4.3.
De vormen van verplichte zorg ‘het insluiten van betrokkene’ en het ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’ worden door de rechtbank met toepassing van artikel 6:4, tweede lid, van de Wvggz opgenomen. Deze vormen van verplichte zorg zijn weliswaar niet door de officier van justitie verzocht, maar ter zitting is gebleken dat betrokkene wordt verpleegd in de ICU (Intensive Care Unit) en dat de deur op momenten van de dag moet worden gesloten.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van 6 maanden, en geldt aldus tot en met 4 september 2026.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op
[geboortedatum] te [plaats] ( [land] ), met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.4 vermeld voor de volledige duur van de zorgmachtiging, tenzij onder 2.4 een kortere duur is vermeld;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
4 september 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. drs. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van E.B.B.M. van Linden als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.