Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2709

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
11868065
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:82 BWArt. 6:271 BWArt. 611a RvArt. 6:97 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding en schadevergoeding bij gebrekkige levering en installatie van thuisbatterijen

In deze zaak staat een gemengde overeenkomst tot levering en installatie van thuisbatterijen centraal. De installatie vertoonde ernstige gebreken die niet binnen de gestelde termijnen door de gedaagde, Solaar B.V., zijn hersteld. De eiser heeft de overeenkomst daarom buitengerechtelijk ontbonden.

De rechtbank stelt vast dat Solaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen, zoals blijkt uit inspectierapporten en correspondentie. Ondanks ingebrekestellingen en termijnen om herstel te verrichten, bleef herstel uit, waardoor Solaar in verzuim is geraakt. De ontbinding is daarmee rechtsgeldig.

De rechtbank veroordeelt Solaar tot terugbetaling van de aankoopsom, de de-installatie van de thuisbatterijen binnen 15 dagen, en tot betaling van een schadevergoeding voor het gemiste rendement vanaf 1 januari 2025. Tevens worden de kosten van het inspectierapport, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen. De vorderingen tot herstel van gebreken en btw-teruggave worden niet inhoudelijk behandeld.

De uitspraak benadrukt dat een aanbod tot herstel na verzuim niet leidt tot zuivering van dat verzuim en dat de ontbinding gevolgen heeft voor het ongedaan maken van reeds verrichte prestaties. De schadevergoeding wordt gematigd vastgesteld op de helft van het potentiële rendement uit de offerte, rekening houdend met onzekerheden.

Uitkomst: De overeenkomst is rechtsgeldig ontbonden, Solaar moet de aankoopsom terugbetalen, de batterijen verwijderen en schadevergoeding betalen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11868065 \ CV EXPL 25-5798
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. R.A. Bos,
tegen
de besloten vennootschap
SOLAAR B.V.,
gevestigd te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Solaar,
gemachtigde: mr. J.E. van Rossem.
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om een (gemengde) overeenkomst tot levering en installatie van thuisbatterijen. De installatie vertoont diverse gebreken. De gedaagde partij heeft nagelaten om de gebreken binnen de gestelde termijn te herstellen. De eisende partij heeft de overeenkomst terecht buitengerechtelijk ontbonden. De vordering tot restitutie van de aankoopsom en verwijdering van de thuisbatterijen wordt toegewezen. Ook moet de gedaagde partij het positief contractsbelang aan de eisende partij vergoeden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 augustus 2025;
- de conclusie van antwoord van 15 oktober 2025;
- het bericht van 16 februari 2026 met productie(s) van Solaar;
- de mondelinge behandeling van 17 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de akte van (subsidiaire) eisvermeerdering;
- de pleitnotie van [eiser].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
2.1.
Op 1 november 2024 heeft Solaar een offerte verstuurd naar [eiser]. In de offerte staat (onder meer):
“(…) Investeren in een slimme thuisbatterij van Solaar biedt niet alleen milieuvriendelijke voordelen, maar levert ook een aantrekkelijk rendement op investering (ROI) en aanzienlijke besparingen op uw energiekosten.
Potentieel rendement op investeringJAARLIJKSE BESSPARING OP ENERGIEREKENING: € 8335.63TERUGVERDIENTIJD (JAAR) JAARLIJKSE ROI: 1.6”
2.2.
Naar aanleiding van vragen van [eiser] over de offerte heeft Solaar op 1 november 2024 aan [eiser] geschreven:
“(…) Ik heb u de offerte gestuurd van de 21kwh. Bij afname van 2 thuisbatterijen van 21kwh krijgt u van ons een korting van 10%. (…) De btw op de thuisbatterijen is gesubsidieerd. Die krijgt u dus terug. Ons kantoor verzorgt voor de btw-teruggave.
Bij akkoord krijgt u op basis van een aanbetaling van 20% de technische schouw en installatie gepland. Na installatie en oplevering wordt de resterende 80% voldaan.”
2.3.
Op 18 november 2024 heeft [eiser] de offerte geaccordeerd en een bestelling geplaatst voor twee thuisbatterijen, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 42 Kw. Partijen hebben afgesproken dat Solaar de thuisbatterijen vóór 1 januari 2025 bij [eiser] zou leveren en installeren.
2.4.
Partijen zijn voor de levering en de installatie van de thuisbatterijen een totaalbedrag van € 31.457,58 inclusief 21% btw overeengekomen.
2.5.
Op 19 november 2024 heeft [eiser] 20% van de aankoopsom aan Solaar voldaan.
2.6.
Eind december 2024 is een medewerker van Solaar bij [eiser] langs geweest om de thuisbatterijen bij [eiser] te installeren.
2.7.
In januari 2025 heeft Solaar om betaling van het restantbedrag verzocht. [eiser] heeft in reactie daarop aan Solaar geschreven:
“(…) Inmiddels heb ik een groot deel van de rekening betaald. Ik hou nog € 2.000,-- plus de BTW daarop in. Ik doe dat omdat het werk nog niet klaar is. uw monteur vertelde overigens zelf dat het werk niet klaar is en dat hij snel een keer zou terugkomen. Ook daarover heb ik nog niets gehoord. De volgende zaken moeten nog geregeld worden:(…)Ik hoop en verwacht dat u een en ander nu snel in orde maakt, waarna ik het resterende geld ga betalen.”
2.8.
[eiser] heeft Solaar (onder meer) op 16 januari, 24 januari en 10 februari 2025 verzocht om de gebreken te herstellen en de installatie te voltooien.
2.9.
Op 26 februari 2025 is een monteur van Solaar bij [eiser] langs geweest.
2.10.
Op 17 maart 2025 heeft [eiser] aan Solaar laten weten dat de gebreken nog altijd niet zijn hersteld en heeft hij Solaar in gebreke gesteld. Daarbij heeft hij Solaar een termijn van 15 dagen geboden om gebreken te herstellen.
2.11.
Op 10 april 2025 heeft [eiser] (bij monde van zijn gemachtigde) een tweede ingebrekestelling verstuurd. Solaar heeft opnieuw een termijn van 15 dagen gekregen om de gebreken te herstellen.
2.12.
Op 6 mei 2025 heeft [eiser] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden.
2.13.
Op 27 mei 2025 heeft [eiser] de installatie laten keuren door EKCN. In het rapport zijn acht bevindingen opgenomen met de classificatie “serieus”: een grote kans op een levensbedreigende of brandgevaarlijke situatie na een voorziene gebeurtenis of verloop van tijd.
2.14.
Op 16 juni 2025 heeft Solaar aan [eiser] laten weten dat er op 19 juni 2025 een monteur van [bedrijf] zou langskomen om de gebreken aan de installatie te onderzoeken. [eiser] heeft hiermee ingestemd.
2.15.
De monteur van [bedrijf] heeft op 19 juni 2025 geconstateerd dat hij de installatie niet ter plekke kon herstellen. In het opleverdocument van de service-afspraak staat (onder meer):
“Hele installatie werkt niet. 23 punten wat niet klopt volgens de normen.”
2.16.
Op 27 juni 2025 heeft [bedrijf] aan [eiser] geschreven:
“Ik heb met mijn collega het rapport bekeken en we gaan dit met spoed behandelen, de monteur die verantwoordelijk is voor deze onacceptabele installatie is niet langer werkzaam en de opmerkingen die de inspecteur heeft gemaakt waren niet zichtbaar op het opleverdocument zodat we geen weet hadden van deze ondermaatse prestatie.
Deze installatie voldoet niet aan de door ons gestelde kwaliteitseisen en zal op korte termijn dan ook worden aangepast zodat de installatie weer veilig in gebruik kan worden genomen.”

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert dat Solaar veroordeeld wordt om de aankoopsom (€ 29.037,58 inclusief btw) aan hem terug te betalen en de geleverde thuisbatterijen te deinstalleren, dan wel – na eisvermeerdering – om de gebreken kosteloos te herstellen en te bewerkstelligen dat de btw aan [eiser] wordt geretourneerd, onder verbeurte van een dwangsom. Daarnaast vordert [eiser] schadevergoeding voor iedere dag dat de installatie vanaf 1 januari 2025 niet naar behoren functioneert (€ 45,68 per dag) en vergoeding van de kosten voor het opstellen van het inspectierapport door EKCN (€ 484,00). Dit alles te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Solaar voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vooropgesteld wordt dat partijen een gemengde overeenkomst hebben gesloten, die elementen bevat van een (consumenten)koopovereenkomst en van aanneming van werk.
Ontbinding
4.2.
Beoordeeld moet worden of [eiser] de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is. Daartoe is het volgende redengevend.
4.3.
Het uitgangspunt is dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis aan de wederpartij de bevoegdheid geeft de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. [1] Dat is slechts anders als de tekortkoming (gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis) de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Verder geldt dat voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, de bevoegdheid tot ontbinding pas ontstaat wanneer de schuldenaar (in dit geval Solaar) in verzuim verkeert.
4.4.
[eiser] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de thuisbatterijen gebrekkig zijn geïnstalleerd, althans dat het systeem niet naar behoren functioneert. Dit blijkt onder meer uit het opleveringsdocument van de service-afspraak van 19 juni 2025 (zie 2.15). Immers, daarin is door de door Solaar ingeschakelde monteur van [bedrijf] ([betrokkene 1]) beschreven dat “
de gehele installatie niet werkt”. Ook uit de e-mailcorrespondentie tussen [eiser] en [betrokkene 2] (werkvoorbereider bij [bedrijf]) (zie 2.16) blijkt dat de installatie ‘onacceptabel’ is en niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet. Bovendien volgt uit het inspectierapport van EKCN dat de installatie niet veilig is. Daarmee staat vast dat Solaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen.
4.5.
Op 17 maart 2025 en 10 april 2025 heeft [eiser] aan Solaar een termijn van vijftien dagen geboden om de gebreken te herstellen en de thuisbatterijen deugdelijk te installeren. Solaar heeft niet binnen de door [eiser] gestelde termijn op de ingebrekestelling(en) gereageerd. De kantonrechter stelt vast dat Solaar daardoor in verzuim is komen te verkeren. [2] Weliswaar heeft Solaar daarna nog (herhaaldelijk) aangeboden om de gebreken te herstellen, maar dat doet niet ter zake. Een aanbod tot nakoming leidt niet tot zuivering van het verzuim. De conclusie is dan ook dat [eiser] de overeenkomst met Solaar op 6 mei 2025 rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden. Het enkele feit dat [eiser] in juni 2025 heeft meegewerkt aan het aanbod van Solaar om de gebreken door [bedrijf] te laten onderzoeken, maakt dat niet anders. Daarmee zijn de gebreken immers niet hersteld.
4.6.
De ontbinding heeft tot gevolg dat partijen verplicht zijn om de reeds verrichtte prestaties ongedaan te maken. [3] Solaar wordt om die reden veroordeeld om aan [eiser] terugbetalen wat zij van hem heeft ontvangen (€ 29.037,58) en de thuisbatterijen te deinstalleren. Hiervoor wordt een termijn gegeven van 15 dagen na betekening van het vonnis. De gevorderde dwangsom wordt toegewezen, met dien verstande dat deze wordt gemaximeerd op een bedrag van € 10.000,00 en uitsluitend wordt verbonden aan de veroordeling tot deinstallatie van de thuisbatterijen. Aan een veroordeling tot betaling van een geldsom kan geen dwangsom worden gekoppeld. [4]
4.7.
De kantonrechter komt niet toe aan de beoordeling van de subsidiaire vordering(en) van [eiser] tot herstel van de gebreken en teruggave van de btw.
Schadevergoeding
4.8.
[eiser] vordert daarnaast vergoeding van de schade die hij lijdt en heeft geleden door de gebrekkige nakoming van Solaar. Volgens [eiser] heeft Solaar in de offerte een rendement van € 8.335,63 per jaar per thuisbatterij beloofd. Met twee thuisbatterijen zou dit een rendement van € 45,68 per dag opleveren. Door de gebrekkige installatie loopt [eiser] dit rendement sinds 1 januari 2025 mis. Solaar heeft hiertegen aangevoerd dat in de offerte slechts gesproken wordt van een
potentieelrendement. Het betreft geen toezegging of belofte. Het daadwerkelijke rendement hangt af van allerlei factoren, zoals de kwaliteit van de zonnepanelen en fluctuaties in de markt, aldus Solaar.
4.9.
De kantonrechter overweegt als volgt. In de wet is bepaald dat de rechter de schade begroot op de manier die het meest in overeenstemming is met de aard van de schade, en dat de schade wordt geschat als de omvang niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. [5] Bij de toepassing van deze bepaling heeft de rechter een grote mate van vrijheid. Het is niet gebleken dat [eiser] sinds 1 januari 2025 enig rendement met de thuisbatterijen heeft behaald. Daar staat tegenover dat het aannemelijk is dat [eiser] bij goed functionerende thuisbatterijen ten minste de helft van het in de offerte genoemde potentiële rendement had kunnen realiseren. De kantonrechter begroot de schade van [eiser] daarom op een bedrag van € 22,84 per dag. Solaar wordt veroordeeld om deze schade aan [eiser] te vergoeden, te rekenen vanaf 1 januari 2025 tot de dag waarop Solaar de thuisbatterijen heeft verwijderd.
4.10.
[eiser] maakt ook aanspraak op vergoeding van de kosten voor het opstellen van het inspectierapport door EKCN. Op grond van de wet [6] komen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking. Vereist is dat de verrichte werkzaamheden noodzakelijk waren en dat de gemaakte kosten naar hun omvang redelijk zijn. Solaar heeft niet betwist dat dit het geval is. De vordering tot betaling van € 484,00 wordt daarom toegewezen.
Solaar heeft geen tegenvordering ingesteld en kan niet verrekenen
4.11.
De stelling van Solaar dat zij kosten heeft gemaakt voor (onder meer) de levering en installatie van de thuisbatterijen en dat zij schade lijdt door de waardevermindering van de thuisbatterijen, wordt gepasseerd. Solaar heeft hier namelijk geen tegenvordering aan verbonden. Voor zover Solaar een tegenvordering had willen instellen, had het op haar weg gelegen om dit bij conclusie van antwoord te doen. Dit heeft zij nagelaten. Voor zover Solaar een beroep op verrekening met de vordering van [eiser] doet, wordt daaraan voorbijgegaan omdat de gegrondheid van de gestelde tegenvordering in deze procedure niet op eenvoudige wijze is vast te stellen. [7] Bovendien heeft Solaar de gepretendeerde tegenvordering op geen enkele wijze onderbouwd en nagelaten hiervoor een grondslag aan te voeren.
Nevenvorderingen
4.12.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 1.065,38 worden toegewezen.
4.13.
Solaar is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.178,04
4.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Solaar om binnen 15 dagen na betekening van het vonnis de aankoopsom van € 29.037,58 aan [eiser] terug te betalen;
5.2.
veroordeelt Solaar om binnen 15 dagen na betekening van het vonnis de geleverde thuisbatterijen te deinstalleren, onder verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 100,00 per dag dat Solaar daarmee in verzuim blijft, met een maximum van € 10.000,00;
5.3.
veroordeelt Solaar om aan [eiser] te betalen een schadevergoeding van € 22,84 per dag over de periode vanaf 1 januari 2025 tot de dag waarop de thuisbatterijen door Solaar zijn verwijderd;
5.4.
veroordeelt Solaar om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 484,00 aan kosten voor het opstellen van het inspectierapport door EKCN;
5.5.
veroordeelt Solaar om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.065,38 aan buitengerechtelijke kosten;
5.6.
veroordeelt Solaar in de proceskosten van € 2.178,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Solaar niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.7.
veroordeelt Solaar tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 6:265 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 6:82 BW Pro.
3.Artikel 6:271 BW Pro.
4.Artikel 611a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
5.Artikel 6:97 BW Pro.
6.Artikel 6:96 lid 2 BW Pro.
7.Artikel 6:136 BW Pro.