ECLI:NL:RBNHO:2026:27

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
371484
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming van een woning wegens geluidsoverlast en ongepast gedrag door de huurder

In deze zaak vordert de woningbouwcorporatie Woonopmaat de ontruiming van de woning van de gedaagde, die sinds 16 november 2020 huurt. De vordering is gebaseerd op ernstige en structurele geluidsoverlast en ongepast gedrag van de gedaagde, die door omwonenden is ervaren. Ondanks eerdere waarschuwingen en een gedragsaanwijzing heeft de gedaagde haar gedrag niet veranderd. De voorzieningenrechter heeft op 7 januari 2026 geoordeeld dat de ontruiming gerechtvaardigd is, omdat de overlast de leefomgeving van omwonenden ernstig verstoort. Tevens is er een straatverbod opgelegd voor twaalf maanden rondom de woning van de vriend van de gedaagde, om verdere overlast te voorkomen. De rechter heeft de vordering van Woonopmaat toegewezen, met een ontruimingstermijn tot 2 februari 2026, en een dwangsom opgelegd voor eventuele overtredingen van het straatverbod.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/371484 / KG ZA 25-709
Vonnis in kort geding van 7 januari 2026
in de zaak van
STICHTING WOONOPMAAT,
te Heemskerk,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonopmaat,
advocaat: mr. N. Reinalda,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
in persoon.

1.De zaak in het kort

1.1.
In deze zaak gaat het om geluidsoverlast en ongepast gedrag dat omwonenden door [gedaagde] en haar bezoek ervaren. De verhuurder, Woonopmaat, vordert dat [gedaagde] de woning moet ontruimen. Woonopmaat vordert ook om aan [gedaagde] een straatverbod op te leggen, omdat haar aanwezigheid bij de woning [betrokkene], die ook van Woonopmaat huurt, ruzies en overlast veroorzaakt en Woonopmaat vreest dat [gedaagde] na de ontruiming daar zal gaan verblijven. [gedaagde] voert verweer.
1.2.
Op grond van het overlastdossier is voldoende aannemelijk dat sprake is van ernstige en structurele overlast en dat de eerder door Woonopmaat opgelegde gedragsaanwijzing niet heeft geleid tot verandering van het gedrag van [gedaagde]. De voorzieningenrechter wijst daarom de ontruimingsvordering toe. Het gevorderde straatverbod wordt eveneens toegewezen, omdat het belang van omwonenden op een leefomgeving met zo min mogelijk (geluids)overlast zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] om zich in dit beperkte gebied, waar de woning [betrokkene] is, te bevinden. Als prikkel wordt een dwangsom aan [gedaagde] opgelegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 21 producties
- de mondelinge behandeling van 18 december 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de spreeknotities van Woonopmaat.

3.De feiten

3.1.
Woonopmaat is een woningbouwcorporatie in de gemeente Heemskerk en omstreken en verhuurt voornamelijk woningen in de sociale huursector.
3.2.
Met ingang van 16 november 2020 huurt [gedaagde] van Woonopmaat de woning gelegen aan de [adres 1] in [plaats] (hierna: de woning). Het betreft een tussenwoning. Op de huurovereenkomst zijn van toepassing de Algemene Huurvoorwaarden
zelfstandige woonruimte september 2020 (hierna: de algemene huurvoorwaarden).
3.3.
In artikel 6.3, 6.8. en 6.11 van de algemene huurvoorwaarden staat, voor zover relevant:
6.3.
Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt.
6.8.
Huurder dient ervoor zorg te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren of door derden die zich vanwege huurder in, rondom of in de directe nabijheid van het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden.
Tevens dient huurder zich als goed huurder te gedragen richting medewerkers van verhuurder en/of door verhuurder ingehuurde derden. Fysiek of verbaal geweld, agressiviteit, dan wel ander wangedrag leidt tot passende juridische maatregelen jegens huurder, die kunnen leiden tot beëindiging van de huurovereenkomst.
6.11.
Het is huurder niet toegestaan de tuin, (…) te gebruiken voor opslag en/of stalling van (…), afval, (…) en andere zaken van welke aard dan ook. (…)
3.4.
Vanaf begin december 2020 heeft Woonopmaat veelvuldig overlast meldingen van omwonenden ontvangen. Woonopmaat heeft de meldingen vastgelegd in een overlastdossier
3.5.
Het overlastdossier bevat diverse memo’s en meldingen van omwonenden met de volgende strekking:
3 december 2020
Zonet heb ik de bewoner van de (...) aan de lijn gehad. (…) de achterbuurvrouw van mevrouw [gedaagde] die aan de [adres 1] woont. (…) mevrouw [gedaagde] schreeuwt de boel bij elkaar, zowel overdag als ’nachts.
Mevrouw zorgt voor veel verbale overlast. Buurvrouw heeft mevrouw [gedaagde] meerdere malen (haar kant van het verhaal) aangesproken maar volgens buurvrouw is mevrouw Van
Veen niet van reden vatbaar en koekoek in haar hoofd. (…) het is wel zorgelijk dat mevrouw [gedaagde] nu al in de buurt voor overlast zorgt.
11 december 2020
Meneer (…) gebeld. (…). Hij heeft wat problemen met zijn buurvrouw van [adres 1]. Ze slaat veel met deuren en staat regelmatig te schreeuwen in haar tuin, zowel overdag als in de nacht. Ongeveer 1,5 week geleden stond ze dronken aan de deur. Ze beschuldigde hem ervan dat hij steeds zijn hond in de tuin doet en dat hij blijft. Meneer heeft haar verteld dat hij haar helemaal zat is en dat ze weg moet gaan. Ze is weggegaan en sindsdien is het rustiger. Ik vraag meneer waarom hij denkt dat de buurvrouw dronken was. (…) Hij ziet haar vaak terugkomen van de Jumbo en ze heeft dan blikken bier mee. Ze loopt vaak dronken op straat en iedereen in de buurt zou dit weten. (…).
12 april 2021
[12-4 09:08] (…): Hallo met (…) ik ben het een beetje zat te worden met [adres 1] achter uit raam schreeuwen naar de achter buren als jullie niks doen mensen willen handtekening op gaan halen als zo door gaat sinds zij hier woont dit gaat niet goed zo . (…)
[12-4 09:09] (…): Hoi (…) dit bericht ontvang ik van de bewoner van de [adres 2]. Het gaat over zijn buurvrouw die op [adres 1] woont
26 mei 2021
Vandaag samen met (…) een buurtonderzoek gedaan. Adressen bezocht aan de [adres 3], [adres 4] en [adres 5]. (…). We bellen aan bij [nummer 1] en daar mogen we binnen komen. (…). Zij vertellen dat de buurvrouw van [adres 1] regelmatig schreeuwt. Ze willen er geen melding over doen, omdat ze niet willen klagen. (…). (…) de laatste tijd is haar gedrag verandert. (…) Nu schreeuwt ze als de kleinkinderen bijvoorbeeld spelen in de tuin of als er honden blaffen. Meneer heeft een motor en laatst startte hij de motor en toen hoorde mevrouw haar ook schreeuwen. Ze hangt dat boven uit het raam. (…) Als mevrouw schreeuwt, zegt ze gerichte dingen over het geluid dat ze hoort. Zoals: je moet je bek houden, moet ik eens doen zo schreeuwen als jullie, kut kinderen. (…)
27 juli 2021
Vanmorgen op huisbezoek bij mevrouw (…) en meneer (…) met (…) aan de [adres 3] [nummer 2]. (…). Mevrouw geeft aan dat ze last hebben van de bewoner die woont op de andere hoek van het blok, [adres 1]. (…) zij schreeuwt regelmatig vanuit haar raam. (…) (…) Ze roep dat dingen als "vieze hond", "stink hond", hou je kut kind bij je", " jullie zijn hoertjes". Ze schreeuwt overdag of als in de avond en mevrouw heeft het ook wel 's nachts gehoord. (…) Vriend verteld dat ze regelmatig aan het filmen is. Voornamelijk als hij bijvoorbeeld op straat aan het praten is met een buurman of als hij bij de buurman van [adres 1] in de voortuin zit. Hij vindt dit erg vervelend. (…).
3.6.
In verband met de overlastmeldingen heeft Woonopmaat op 2 juni 2021 een huisbezoek aangekondigd bij [gedaagde], maar daar is [gedaagde] niet mee akkoord gegaan. Ze schrijft op 4 juni 2021 aan Woonopmaat dat de meldingen onterecht zijn en klaagt over geschreeuw op straat, blaffende honden en dat zij zich vaak gestalkt voelt.
3.7.
Na de aankondiging van het huisbezoek blijft het op een enkele overlastmelding na tot juni 2022 rustig. Woonopmaat ontvangt dan opnieuw meldingen van omwonenden dat [gedaagde] overdag en 's nachts veel en hard schreeuwt en scheldt. Ook haar tuin maakt een onverzorgde indruk en is vies. Omwonenden hebben last van ongedierte. Het overlastdossier bevat in de zomerperiode van 2022 diverse memo’s met de volgende strekking:
14 juni 2022
Via (…) gehoord dat het onrustig is bij mevrouw [gedaagde]. Er zijn twee bewoners die hun melding op papier hebben gezet. Gisteravond en vannacht is de politie gebeld. Gisteravond liep mevrouw met ontbloot bovenlijf op straat en ze gedroeg zich provocerend richting meneer (…) en familie (…). Afgelopen nacht was mevrouw aan het schreeuwen vanuit het raam. Wijkagent (…) vandaag gebeld. (…)
17 juni 2022
Meldingsformulier overlast ontvangen van (…) [adres 2] Veroorzaker overlast is bewoonster [adres 1]. Overlast bestaat uit, geluidsoverlast, Onaangepast gedrag, Agressief gedrag en drank misbruik. Schreeuwen, schelden provoseren. Overlast konijnen in tuin, briefjes in brievenbus, uitschelden moeder en kinderen. s' avonds en s' nachts schreeuwen uit het raam. Daardoor slaapt melder op de bank.
30 juni 2022
Gebeld door mevrouw [gedaagde]. Ze klinkt wat verward. Ze belt over de buurman. Ze heeft last van de buurman. Hij zou water en wiet in haar gezicht gooien en wij zouden al 1,5 jaar lang op de hoogte zijn van de problemen. Ik geef aan dat ik weet dat het niet lekker loopt tussen haar en de buurman. Haar buurman heeft recent ook een melding over haar gedaan. Ze zegt dat er meer mensen meeluisteren, dat ik het weet. Ik vraag wie er meeluisteren. Daarna verbreekt ze de verbinding.
10 augustus 2022
Klacht over [adres 1], ze heeft de hele nacht lopen schreeuwen. Er zou al een dossier liggen bij ons. Wil graag iemand spreken.
14 september 2022
Gebeld door (…), van [adres 6] (…) klinkt erg boos, zij is helemaal klaar met haar achterbuurvrouw van de [adres 1].
Zij heeft sinds enige tijd last van de muizen die uit de tuin van haar achterbuurvrouw vandaan komen. In de achtertuin is het een grote bende. Ze vraagt zich af waarom er niks aan gedaan wordt, (…). (…)
3.8.
Woonopmaat heeft [gedaagde] op 15 september 2022 gevraagd om haar tuin op te ruimen en geen overlast meer te veroorzaken. Daarna blijft het rustig. Vanaf dat moment ervaren omwonenden bij de woning aan de [adres 7] in [plaats] die [betrokkene], een vriend van [gedaagde] van Woonopmaat huurt, veel geluidsoverlast van [gedaagde] en [betrokkene].
3.9.
Op 15 augustus 2024 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank [gedaagde] voor twaalf maanden een straatverbod opgelegd in het gebied rondom de [adres 7].
3.10.
In de zomer van 2024 heeft Woonopmaat weer overlastmeldingen van omwonenden van de woning van [gedaagde] ontvangen. Daarnaast was de voor- en achtertuin van huurder vervuild en teelde [gedaagde] meer dan de gedoogde hoeveelheid hennepplanten in haar achtertuin. Het overlastdossier bevat in de zomer van 2024 diverse memo’s met de volgende strekking:
24 juni 2024
Hierbij het verzoek om het overlastdossier weer te openen. Ik was vrijdag bij (…) van de [adres 8] en de omwonenden hebben nog steeds veel overlast. (…)
Mevrouw schreeuwt veel. In de woning maar ook in de achtertuin. De buurman van mevrouw [gedaagde] slaapt noodgedwongen in de woonkamer omdat hij in zijn slaapkamer
teveel last heeft van schreeuwen en stampen. (…) heeft de afgelopen tijd meerdere keren de politie gebeld. De wijkagent is ook bekend met dit adres.
27 augustus 2024
(…) gebeld met de bewoonster van [adres 8]. deze geeft ook aan dat de overlast onverminderd is. ook zij benoemt de voortdurende aanwezigheid van dhr. [betrokkene]. (…) de overlast is hevig. er word veel gedronken, geschreeuwd en afval in de tuin verbrand. zij vertelt dat mw haar behoefte doet tegen een woning van een ouder echtpaar aan de overkant van de [adres 3]. (…)
28 augustus 2024
Huisbezoek [adres 4] 3. (…) Mevrouw vertelt dezelfde verhalen als de andere melders. Veel drankmisbruik, veel geschreeuw en geruzie en veel stankoverlast door het verbranden van van alles en nog wat in de tuin. Ook ervaart mevrouw overlast van de manier waarop de konijnen worden gevoerd. Volgens haar worden deze gevoerd door het voer in de tuin te gooien. Dit trekt ongedierte aan. Mevrouw heeft namelijk sinds kort last van muizen en ratten.
3.11.
Woonopmaat heeft op 30 augustus 2024 per post en e-mail [gedaagde] een waarschuwing gegeven dat de overlast moet stoppen, de tuin moet te worden opgeruimd en de hennepplanten moeten worden verwijderd. Bij een huisbezoek op 12 september 2024 bleek dat [gedaagde] de hennepplanten had verwijderd. De tuin zelf was een bende en de woning was vervuild.
3.12.
Na de waarschuwing heeft Woonopmaat weer overlastmeldingen ontvangen. Het overlastdossier bevat vanaf begin 2025 memo’s met de volgende strekking:
6 januari 2025
Op 16-12 kwam de melding dat de ruiten van de voordeur en het raam in de tuin ingegooid door een ex zijn ingegooid. De woning stond zo vol dat er eerst rommel aan de kant
moest voordat de vakman een noodvoorziening kon aanbrengen. (…) Ook is het huis vervuild.
1 april 2025
(…) Huurder heeft spullen naar de vakman gegooid en ook gescholden en bedreigingen geuit. Ook heeft zij zich aan de telefoon naar het KCC slecht geuit. (…) geeft aan dat ze vermoeden dat de schade aan de ramen zijn door huurder zelf veroorzaakt. (…) wil voorlopig niet meer naar dit adres geven ze aan, er zijn geen vakmannen die hier hun werk kunnen en willen doen.
8 juli 2025
(…) Dagelijks wordt er geschreeuwd en ruzie gemaakt (…), ook smorgens vroeg (voor 07.00 uur) Door het dagelijkse alcoholgebruik van beiden zijn er geregeld escalaties en is de politie hiervoor ook al meerdere keren bij hun aan de deur geweest. Omwonenden worden (…) uit hun slaap gehouden, terwijl ze de volgende ochtend moeten werken. Haar vriend parkeert geregeld zijn fiets in de poort, wat de doorgang belemmert. Ook loopt hij geregeld (onder invloed van) door de poort al bellend heen en weer wat als onveilig voelt. (…)
3.13.
Woonopmaat heeft [gedaagde] een laatste kans geboden door haar op 17 juli 2025 een gedragsaanwijzing te laten tekenen. De gedragsaanwijzing luidt:
Huurder verplicht zich
-
te onthouden van enig overlast veroorzakend gedrag en er op toe te zien / het er toe te leiden dat haar bezoek geen overlast in de woning aan de [adres 1] te ([postcode]) [plaats] of in de nabijheid daarvan veroorzaken,
-
te onthouden van dreigende taal en vernielingen aan het adres van omwonenden en het er toe te leiden dat haar bezoek zich daarvan zullen onthouden;
-
verhuurder en door haar ingeschakelde hulpverlening toe te laten tot de woning: de aanwijzingen van verhuurder en door haar ingeschakelde hulpverlening op te volgen en huurder geeft door ondertekening van deze gedragsaanwijzing toestemming aan verhuurder en hulpverlening om gegevens hierover met elkaar uit te wisselen,
-
als een goed huurder te gedragen
3.14.
Woonopmaat heeft daarna 123Moos, een organisatie die mensen begeleidt bij complexe problematiek zoals psychische klachten en verslavingen, ingeschakeld.
3.15.
[gedaagde] heeft contact met 123Moos gehad, maar weigert haar medewerking te verlenen aan het verstrekken van medische gegevens die nodig zijn voor het aanvragen van WMO ondersteuning. 123Moos heeft daarna de hulp moeten staken.
3.16.
Na de gedragsaanwijzing en de betrokkenheid van 123Moos heeft Woonopmaat nog steeds meldingen van overlast ontvangen over geschreeuw en geruzie, vaak onder invloed van alcohol of drugs, situaties die een onveilig gevoel geven aan omwonenden en impact hebben op hun dagelijks leven en woongenot.
3.17.
De woning is onderdeel van een renovatieproject waar [gedaagde] haar medewerking aan had toegezegd. In het logboek van de uitvoerend aannemer staat dat [gedaagde] slecht bereikbaar was en niet of laat op berichten reageerde. Op 29 september 2025 heeft de aannemer aan [gedaagde] geschreven:
Vandaag stonden wij volgens afspraak om 13:00 uur bij uw woning aan de [adres 1]. Helaas moet ik vaststellen dat dit de tweede keer is dat onze afspraak niet is doorgegaan. Onze eerdere afspraak zou gisteren (29-09) plaatsvinden, maar die afspraak had u afgezegd. Daarnaast had u aangegeven dat de woning gisteren opgeruimd zou zijn, maar dit is tot op heden niet gebeurd. (…).
3.18.
Nadat [gedaagde] bij een volgend bezoek van de aannemer weer niet thuis was, heeft de advocaat van Woonopmaat [gedaagde] per brief gesommeerd om de aannemer op 2 oktober 2025 toe te laten tot de woning. De aannemer treft [gedaagde] die dag niet aan en kan de werkzaamheden niet starten.
3.19.
Op verzoek van [gedaagde] zijn de werkzaamheden naar 28 oktober 2025 verplaatst. Op die dag was [gedaagde] thuis, maar zij was niet goed aanspreekbaar. Ook waren de woning en tuin ernstig vervuild. De aannemer is de werkzaamheden later die dag gestart, nadat [gedaagde] de keuken en hal had opgeruimd. In het verslag van 30 oktober 2025 heeft de aannemer geschreven dat de woning vol en vies is en [gedaagde] regelmatig in dronken toestand verkeert.

4.Het geschil

4.1.
Woonopmaat vordert – samengevat – om bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis, althans op een termijn die de voorzieningenrechter juist voorkomt, de woning aan de [adres 1] te ([postcode]) [plaats] met al het hare en de haren te (laten) ontruimen en te verlaten, en deze leeg en bezemschoon, onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan Woonopmaat;
II. [gedaagde] te verbieden om gedurende twaalf maanden na betekening van het te wijzen vonnis zich te (doen) bevinden in het gebied zoals aangegeven op de plattegrond als bedoeld in productie E.21;
III. [gedaagde] te veroordelen om aan Woonopmaat te voldoen een dwangsom van € 250,00 voor iedere keer dat zij het onder II. genoemde verbod overtreedt en voor elke dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 5.000,00;
IV. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.
4.2.
Woonopmaat legt aan de vordering ten grondslag dat sprake is van ernstige tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst door [gedaagde] die de ontbinding en daarop vooruitlopend de ontruiming van de woning rechtvaardigt. Op grond van artikel 7:213 BW en de artikelen 6.3, 6.8 en 6.11 van de algemene huurvoorwaarden is [gedaagde] verplicht zich als goed huurder te gedragen, geen overlast te veroorzaken, geen fysiek of verbaal geweld te uiten naar omwonenden en door Woonopmaat ingeschakelde derden en het gehuurde goed te onderhouden. [gedaagde] dient er ook voor zorg te dragen dat haar bezoek zich onthoudt van het veroorzaken van (geluids)overlast. [gedaagde] veroorzaakt al kort na het betrekken van de huurwoning structureel (geluids)overlast en vervuilt haar woning en tuin. Ondanks diverse waarschuwingen blijft [gedaagde] overlast veroorzaken en haar woning en tuin vervuilen.
Ook de laatste kans die [gedaagde] is geboden met de gedragsaanwijzing heeft niet tot ander gedrag geleid. Woonopmaat is gehouden om haar huurders een ongestoord en rustig woongenot te verschaffen. Aan deze verplichting kan zij nu niet voldoen. Bovendien is de woning van [gedaagde] ernstig vervuild, weigert zij afspraken na te komen en aangeboden hulp te aanvaarden. Woonopmaat ziet geen andere mogelijkheid om omwonenden het rustig huurgenot te verschaffen dan het vorderen van ontruiming. Woonopmaat wil daarnaast voorkomen dat [gedaagde] intrekt bij [betrokkene] en dat de overlast zich verplaatst naar de [adres 7]. Ook daar is zij ook gehouden haar huurders een rustig en ongestoord huurgenot te verschaffen. Woonopmaat meent dat een straatverbod voor [gedaagde] noodzakelijk is om de rust in de omgeving van die woning te handhaven en te waarborgen.
4.3.
[gedaagde] voert verweer. Op de zitting heeft [gedaagde] verklaard dat zij geen overlast veroorzaakt. Zij wijt haar gedrag aan de stress die zij al jaren ervaart door Woonopmaat en omwonenden, die volgens VanVeen een hetze tegen haar voeren. De rommel in de woning is volgens [gedaagde] het gevolg van de renovatiewerkzaamheden. Ze heeft daardoor ook spullen in de tuin moeten zetten. De woning en tuin zien er normaal gesproken niet zo uit als op de foto’s die zijn overgelegd, aldus [gedaagde].
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Spoedeisendheid
5.1.
De stelling van Woonopmaat dat zij omwonende huurders geen ongestoord woongenot en een veilige woonomgeving kan bieden, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende om een spoedeisend belang aan te nemen.
Ontruiming
5.2.
Ontruiming van een woning is een ingrijpende maatregel. Voor toewijzing daarvan in kort geding is daarom alleen plaats als met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten valt dat in een gewone procedure (de bodemprocedure) de huurovereenkomst zal worden ontbonden en dat [gedaagde] daarbij zal worden veroordeeld om de woning te ontruimen. Daarbij geldt dat de door Woonopmaat aan de vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden in dit kort geding voldoende aannemelijk moeten zijn. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering is in dit kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
5.3.
De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat het in dit geval met een grote mate van waarschijnlijkheid is te verwachten dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst tussen partijen zal worden ontbonden, en dat [gedaagde] zal worden veroordeeld om de woning te ontruimen. Daarover wordt het volgende overwogen.
De overlast
5.4.
De vordering van Woonopmaat is gebaseerd op meerdere door [gedaagde] veroorzaakte overlast incidenten over een periode van vijf jaar. Woonopmaat heeft haar stellingen onderbouwd met het overleggen van het overlastdossier dat memo’s en diverse schriftelijke verklaringen van omwonenden bevat. Ook heeft Woonopmaat het logboek en verslagen van de aannemer overgelegd die een renovatiewerkzaamheden in de woning heeft uitgevoerd. Uit deze stukken blijkt dat ernstige overlast is ondervonden, veroorzaakt door de gedragingen van [gedaagde], waarbij [gedaagde] geluidsoverlast veroorzaakt, omwonenden toeschreeuwt of uitscheldt en zich op andere wijze ongepast gedraagt en haar woning en tuin ernstig vervuilt. Ook ondervinden omwonenden geluidsoverlast van het bezoek van [gedaagde] (waaronder [betrokkene]) en voelen omwonenden zich bedreigd door het gedrag van de bezoekers wanneer zij zich bijvoorbeeld in de steeg bij de woning ophouden. De verklaringen van de omwonenden komen in hoge mate met elkaar overeen en schetsen tezamen een duidelijk beeld van telkens terugkerende overlast veroorzaakt door het gedrag van [gedaagde] en haar bezoek, waarbij dit gedrag door omwonenden als storend en in een enkel geval als beangstigend is ervaren. Ook blijkt uit de overgelegde stukken dat [gedaagde] haar gedrag na de gedragsaanwijzing niet of nauwelijks heeft aangepast en onvoldoende heeft meegewerkt aan de geboden hulpverlening. Het logboek en de verslagen van de aannemer bevestigen het beeld dat [gedaagde] hetzelfde gedrag blijft vertonen. Het beeld dat de aannemer schetst komt ook overeen met het verslag van 3 november 2025 van de bewonersbegeleider van Woonopmaat die het bezoek aan de woning op 28 oktober 2025 begeleidde. De foto’s van de vervuilde woning van die dag, ondersteunen het beeld van een ernstig vervuilde woning en tuin. De voorzieningenrechter acht het niet geloofwaardig dat de woning en tuin er op andere dagen niet zo uit zien. Er werden die dag uitsluitend werkzaamheden in de hal en keuken uitgevoerd. In het overlastdossier zitten daarbij vanaf zomer 2022 meldingen over de tuin. Ook was de tuin na het verwijderen van de hennepplanten in de zomer van 2024 nog steeds een rommel. Daarnaast blijkt uit de melding van eind 2024 dat de woning zo toen vol stond dat een noodvoorziening in verband met ingegooide ramen pas kon worden aangebracht nadat er rommel aan de kant was geschoven.
5.5.
[gedaagde] heeft ter zitting betwist dat zij overlast veroorzaakt. Gezien de memo’s, verklaringen en verslagen acht de voorzieningenrechter haar betwisting niet steekhoudend. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan de juistheid van de overgelegde stukken te twijfelen. De vraag is of hiermee ook vaststaat dat [gedaagde] structurele ernstige overlast heeft veroorzaakt en/of dat de situatie acuut is.
5.6.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit het geval is. De gestelde overlast levert voldoende grond op voor ontruiming in kort geding. Uit niets blijkt dat [gedaagde] zich na de waarschuwingen en de gedragsaanwijzing van Woonopmaat heeft inspannen om de overlast te beperken of verantwoordelijkheid te tonen voor haar gedrag. Dat [gedaagde] haar gedrag wijt aan een hetze tegen haar, geeft juist aan dat [gedaagde] zich onvoldoende bewust is van de gevolgen van haar gedrag voor haar leefomgeving. De stelling van [gedaagde] dat zij zich gedwongen voelde om de gedragsaanwijzing te tekenen, doet er bovendien niet aan af dat [gedaagde] een overeenkomst heeft getekend waar Woonopmaat haar aan kan houden. Onder deze omstandigheden kan niet van Woonopmaat worden gevergd dat zij de uitkomst van de bodemprocedure moet afwachten.
Belangenafweging
5.7.
Tegenover het belang van Woonopmaat en haar overige huurders om op korte termijn gevrijwaard te worden van de overlast van [gedaagde] en de onveilig situatie, staat het belang van [gedaagde] bij het behouden van haar woning. [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij zelf ook graag uit de woning weg wil, maar nog geen alternatieve verblijfplaats heeft gevonden. Dat is echter inherent aan de situatie en komt (in beginsel) voor haar rekening en risico. Daarbij komt dat 123Moos [gedaagde] hulp heeft geboden, waar alternatieve woonruimte een onderdeel van had kunnen zijn, maar [gedaagde] heeft geweigerd om daaraan voldoende medewerking te verlenen, waardoor dat traject is gestaakt. [gedaagde] heeft verder geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat een ontruiming voor haar ernstiger gevolgen heeft dan een ontruiming in zijn algemeenheid voor een huurder heeft. Gezien al het voorgaande weegt het belang van Woonopmaat zwaarder dan het belang van [gedaagde] om in haar woning te blijven.
5.8.
De conclusie is dat de voorzieningenrechter de vordering tot ontruiming zal toewijzen. De voorzieningenrechter is echter wel van oordeel dat de gevorderde ontruimingstermijn van zeven dagen, mede gezien het vinden van alternatieve opvang in de wintermaanden lastig kan zijn tot onbillijke gevolgen voor [gedaagde] leidt en zal daarom bepalen dat [gedaagde] de woning voor 2 februari 2026 moet hebben ontruimd.
Straatverbod
5.9.
Een straatverbod vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich
vrijelijk te verplaatsen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake
zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen
rechtvaardigen.
5.10.
Omdat na het opleggen van het eerdere straatverbod aan [gedaagde] de overlast van [gedaagde] en [betrokkene] zich verplaatste naar de woning van [gedaagde], acht de voorzieningenrechter het zeer aannemelijk dat de overlast zich in dit geval naar de woning [betrokkene] zal verplaatsen. Op de zitting is immers niet gebleken dat [gedaagde] zicht heeft op alternatieve woonruimte. Hoewel [gedaagde] heeft gewezen op een relatiebreuk met [betrokkene], is zij samen met hem op de zitting is verschenen, zodat het aannemelijk is dat [gedaagde] bij ontruiming van de woning haar intrek bij [betrokkene] zal nemen.
Zoals hiervoor overwogen en ook blijkt uit de overgelegde meest recente meldingen van omwonenden bij de woning van [gedaagde], duurt de overlast onverminderd voort. Hoewel uit het overgelegd recente beeld- en geluidsmateriaal van het portiek bij de woning [betrokkene] niet goed kan worden afgeleid in welke mate omwonenden het geschreeuw van [gedaagde] als overlast ervaren, blijkt er wel uit dat [gedaagde] haar luidruchtige gedrag ook in de woning [betrokkene] vertoont. Uit het vonnis van 15 augustus 2024 (zie 3.9) volgt dat [betrokkene] in een gehorig pand woont. Hoewel omwonenden [betrokkene] enige vorm van geluid zoals praten en zachte muziek, moeten dulden, zijn schelden, schreeuwen en andere vormen van geluidsoverlast daarom ontoelaatbaar. De voorzieningenrechter acht het in hoge mate aannemelijk dat omwonenden weer dezelfde overlast van [gedaagde] en [betrokkene] zullen ervaren zoals voor augustus 2024, zodat dit de inbreuk op het recht van [gedaagde] om zich vrijelijk te verplaatsen rechtvaardigt. Het gevorderde straatverbod zal daarom worden toegewezen.
5.11.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het opleggen van een dwangsom noodzakelijk. Deze dient als prikkel om het straatverbod na te komen en zal worden opgelegd zoals gevorderd.
Proceskosten
5.12.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonopmaat worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.143,47
5.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om voor 2 februari 2026 de woning aan de [adres 1] te ([postcode]) [plaats] met al het hare en de haren te (laten) ontruimen en te verlaten, en deze leeg en bezemschoon, onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan Woonopmaat,
6.2.
verbiedt [gedaagde] om gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis zich te (doen) bevinden in het gebied zoals aangegeven op de plattegrond als bedoeld in productie E.21,
6.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonopmaat te voldoen een dwangsom van € 250,00 voor iedere keer dat zij het onder 6.2 genoemde verbod overtreedt en voor elke dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 5.000,00,
6.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.143,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op
7 januari 2026.
1621