Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 23 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van [gedaagde].
Rechtbank Noord-Holland
Urbi Investment vordert in kort geding de ontruiming van een bedrijfsruimte wegens een huurachterstand van €37.297,13 en betaling van achterstallige huur, boeterente, incassokosten en een voorschot op schadevergoeding. De huurder erkent de huurachterstand en verzet zich niet tegen ontruiming, maar vraagt om een redelijke ontruimingstermijn en betwist de hoogte van de boete, rente, incassokosten en het voorschot.
De kantonrechter stelt vast dat de ontruiming toewijsbaar is omdat de huurder zich daar niet tegen verzet en wijst een termijn van zeven dagen toe. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat de huurder vrijwillig tot ontruiming zal overgaan. De huurachterstand en de toekomstige huur tot aan de ontruiming worden toegewezen, evenals de contractuele boeterente, omdat geen reden is voor matiging.
Het voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onzekerheid over herverhuur. De buitengerechtelijke incassokosten worden beperkt toegewezen tot €40,00 conform artikel 6:96 lid 4 BW Pro. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen en betaling van huurachterstand, toekomstige huur, boeterente, incassokosten en proceskosten.