De kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 18 februari 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige woont sinds augustus 2024 volledig bij haar pleegouders, de grootouders aan moederszijde. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en stemt in met de verlenging.
De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt om verlenging van beide maatregelen voor de duur van een jaar, onderbouwd met het belang van continuïteit, stabiliteit en veiligheid voor de minderjarige. De moeder werkt aan haar persoonlijke situatie en accepteert dat de minderjarige voorlopig bij de pleegouders blijft wonen. De pleegouders en moeder onderhouden goede onderlinge relaties en er is systeemtherapie ingezet.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld. De zorgen uit de eerdere beschikking zijn nog aanwezig, en de GI blijft betrokken om regie te voeren op de hulpverlening. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd omdat de minderjarige niet bij de moeder kan wonen en stabiliteit bij de pleegouders ervaart.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de verlenging geldt tot 26 februari 2027. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak of betekening.