ECLI:NL:RBNHO:2026:2589

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
10945157 \ CV EXPL 24-1277
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging oneerlijke incassokostenbedingen en toewijzing hoofdsom met wettelijke rente

In deze civiele zaak tussen Huurmij B.V. Supershortlease en de gedaagde partij heeft de kantonrechter ambtshalve de oneerlijkheid van twee incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden beoordeeld. De eisende partij heeft niet gereageerd op het tussenvonnis waarin de oneerlijkheid van artikel 6 van Pro de algemene voorwaarden en artikel 7 lid 4 van Pro de BOVAG-voorwaarden werd vastgesteld.

De kantonrechter vernietigde daarom deze bedingen en wees de buitengerechtelijke incassokosten af. De hoofdsom werd vastgesteld op €3.102,10, zijnde 80% van het oorspronkelijk gevorderde bedrag. De vordering tot vergoeding van de verschenen rente werd afgewezen omdat deze was berekend over een te hoog bedrag. Wel werd de wettelijke rente toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding.

De gedaagde werd grotendeels in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en proceskosten. De proceskosten werden vastgesteld op een totaal van €862,48, bestaande uit dagvaardingskosten, griffierecht en salaris gemachtigde. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Oneerlijke incassokostenbedingen vernietigd, hoofdsom van €3.102,10 met wettelijke rente toegewezen, overige vorderingen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10945157 \ CV EXPL 24-1277
Uitspraakdatum: 11 maart 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Huurmij B.V., handelende onder de naam
Supershortlease
te Haarlem
de eisende partij
gemachtigde: ACCS Gerechtsdeurwaarders B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 22 oktober 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van twee incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft niet gereageerd.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De eisende partij heeft niet gereageerd. De kantonrechter ziet geen reden om anders over de oneerlijkheid van artikel 6 van Pro de algemene voorwaarden en artikel 7 lid 4 van Pro de BOVAG-voorwaarden te denken en vernietigt daarom deze bedingen. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.
2.2.
Gelet op hetgeen in het tussenvonnis is overwogen is een bedrag van € 3.102,10 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 3.877,63 x 0.8).
2.3.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.4.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.102,10, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 5 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,48;
griffierecht € 496,00;
salaris gemachtigde € 253,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter