ECLI:NL:RBNHO:2026:2566

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
11998575
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 WvKArt. 6:96 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Incassovordering toegewezen wegens niet tijdig opgezegd servicecontract pinautomaat

CCV Group vordert betaling van openstaande facturen voor een servicecontract dat de voormalig vennoot van een opgeheven vof met hen had gesloten. De overeenkomst betrof onderhoud en reparatie van pinautomaten en werd jaarlijks stilzwijgend verlengd.

De gedaagde stelde dat het abonnement rond de zomer van 2023 was opgezegd, mede vanwege het overlijden van haar compagnon en het beëindigen van het huurcontract. Dit verweer werd niet met bewijs onderbouwd. De kantonrechter oordeelde dat de opzegging pas eind 2023 had plaatsgevonden, waardoor de abonnementskosten voor 2023 verschuldigd zijn.

De gedaagde was op de hoogte van de facturen, ondanks dat deze naar een verlaten winkelpand werden gestuurd. Zij had de adreswijziging niet tijdig doorgegeven, waardoor zij aansprakelijk blijft. De wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen. Tevens werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De voormalig vennoot wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten wegens niet tijdige opzegging van het servicecontract.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11778574 \ CV EXPL 25-4359
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
CCV GROUP B.V., O.A. H.O.D.N. "CCV NEDERLAND" EN "CCV HOLLAND",
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: CCV Group,
gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 1],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Feiten

2.1.
CCV Group is leverancier en verhuurder van (mobiele) pinautomaten en andere betaaloplossingen zoals kassasystemen en online betalingsmogelijkheden.
2.2.
[gedaagde] is voormalig vennoot van de opgeheven vennootschap onder firma [bedrijf] (hierna: de vof).
2.3.
[gedaagde] heeft ten behoeve van de vof met CCV Group een servicecontract gesloten voor het onderhoud en de reparatie bij de bij de vof in gebruik zijnde mobiele pinautoma(a)t(en). De overeenkomst is gesloten voor de duur van een jaar en wordt – behoudens opzegging – telkens voor de duur van een jaar verlengd. De kosten van de softwarelicentie dienen jaarlijks in één keer aan CCV Group te worden voldaan.
2.4.
Bij facturen van 23 oktober 2023 heeft CCV Group aan de vof een bedrag van
€ 54,45 inclusief btw voor de softwarelicentie en een bedrag van € 244,42 inclusief btw voor een all-in servicecontract smart voor 2023 gefactureerd.
2.5.
Bij e-mails van 23 november 2023 heeft CCV Group een betalingsherinnering gestuurd.
2.6.
Bij e-mail van 23 november 2023 heeft [gedaagde] laten weten dat de factuur niet is betaald, omdat haar partner eerder dat jaar was overleden en de winkel in [plaats 2] niet meer bestaat. Zij heeft CCV Group gevraagd daarmee rekening te houden en coulance toe te passen op het bedrag. In reactie daaro heeft CCV Group [gedaagde] bij e-mail van 24 november 2023 verzocht om contact op te nemen met haar Service Center en dan de overlijdensverklaring dan bij de hand te hebben.
2.7.
Bij e-mails van 29 november en 15 december 2023 heeft CCV Group betalingsherinneringen aan [gedaagde] gestuurd. De facturen zijn onbetaald gebleven.

3.Het geschil

3.1.
CCV Group vordert - samengevat - dat [gedaagde] zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van € 298,87, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de vervaldatum van de facturen tot aan de dag van algehele voldoening, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 44,83.
3.2.
CCV Group legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] de hoofdsom verschuldigd is uit hoofde van de serviceovereenkomst, die zij ten behoeve van de vof met CCV Group heeft gesloten. [gedaagde] is over de hoofdsom wettelijke handelsrente verschuldigd, omdat zij in verzuim verkeert vanaf de vervaldatum van de facturen. CCV Group maakt ook aanspraak op vergoeding van de kosten voor werkzaamheden die zijn verricht om de facturen buiten rechte betaald te krijgen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen. [gedaagde] ging ervan uit dat het abonnement automatisch zou worden stopgezet nadat eind maart 2023 het huurcontract van de vof was beëindigd en in juni 2023 haar compagnon onverwacht is overleden. Rond de zomerperiode 2023 is er contact gezocht met CCV Group om het contract te beëindigen, maar daarop is geen reactie ontvangen. [gedaagde] heeft de verzonden facturen nooit gezien of ontvangen, omdat die naar het verlaten winkelpand zijn gestuurd waar [gedaagde] niet meer kwam.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, verder ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kern van het geschil is of [gedaagde] de openstaande facturen van CCV Group moet betalen. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is en legt hierna uit hoe hij tot dat oordeel is gekomen.
Geen consumentenovereenkomst
4.2.
De overeenkomst tussen CCV Group en de vof, waarvan [gedaagde] vennoot was, is aangegaan in het kader van bedrijfsactiviteiten. Daardoor is geen sprake van een consumentenovereenkomst en hoeft de zaak niet (ambtshalve) aan het consumentenrecht te worden getoetst.
4.3.
[gedaagde] is op grond van artikel 18 van Pro het Wetboek van Koophandel (WvK) als voormalig vennoot van de vof aansprakelijk voor schulden van de (inmiddels opgeheven) vof.
De facturen zijn verschuldigd
4.4.
[gedaagde] heeft niet betwist dat een serviceovereenkomst is aangegaan voor de duur van een jaar met jaarlijkse verlenging behoudens tijdige opzegging. Ook is niet betwist dat de kosten jaarlijks in een keer aan CCF Group moeten worden voldaan en dat een betalingstermijn van 14 dagen is overeengekomen.
4.5.
[gedaagde] stelt dat het abonnement rond de zomer van 2023 is opgezegd, maar die stelling is niet met stukken onderbouwd. Uit door CCV Group overgelegde stukken volgt daarentegen dat [gedaagde] (pas) eind 2023 heeft opgezegd. Gelet daarop gaat de kantonrechter ervan uit dat de overeenkomst niet eerder dan eind 2023 is opgezegd. Als gevolg daarvan zijn de abonnementskosten voor het jaar 2023 verschuldigd. Dat de vof niet het hele jaar gebruik heeft gemaakt van de diensten van CCV Group, doet aan de betalingsverplichting niet af. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat [gedaagde] er vanuit ging dat de overeenkomst automatisch zou stoppen na het overlijden van haar compagnon. Nog daargelaten dat dit niet valt te rijmen met de ook door [gedaagde] ingenomen stelling dat zij de overeenkomst medio 2023 heeft opgezegd, komt deze onjuiste aanname, hoe vervelend ook, voor haar rekening en risico.
Rente en incassokosten
4.6.
De wettelijke handelsrente over de factuurbedragen wordt toegewezen. Met CCV Group is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] vanaf de vervaltermijn van de facturen in verzuim is, waardoor de wettelijke handelsrente vanaf die datum wordt toegewezen.
4.7.
Het verweer van [gedaagde] dat zij de facturen nooit heeft gezien, omdat die naar een inmiddels verlaten winkelpand zijn gestuurd waar zij nooit meer kwam, wordt gepasseerd. Ten eerste omdat uit de e-mail van [gedaagde] van 23 november 2023 (zie 2.6 bij Feiten) blijkt dat zij van de (per e-mail) verzonden facturen op de hoogte was. Ten tweede omdat het de eigen verantwoordelijkheid van [gedaagde] als (voormalig) vennoot was om de adreswijziging tijdig aan haar contractpartners door te geven, danwel om aan het oude adres verzonden post nog enige tijd te laten doorzenden.
4.8.
CCV Group vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Het gevorderde bedrag van € 44,83 is in lijn met het Besluit en zal daarom worden toegewezen.
Proceskosten
4.9.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van CCV Group worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
174,00
(2 punten × € 87,00)
Totaal
429,78

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan CCV Group te betalen een bedrag van € 298,87, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf de vervaldatum van de facturen tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan CCV Group te betalen een bedrag van € 44,83 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan CCV Group te betalen een bedrag van € 429,78 aan proceskosten,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.