CCV Group vordert betaling van openstaande facturen voor een servicecontract dat de voormalig vennoot van een opgeheven vof met hen had gesloten. De overeenkomst betrof onderhoud en reparatie van pinautomaten en werd jaarlijks stilzwijgend verlengd.
De gedaagde stelde dat het abonnement rond de zomer van 2023 was opgezegd, mede vanwege het overlijden van haar compagnon en het beëindigen van het huurcontract. Dit verweer werd niet met bewijs onderbouwd. De kantonrechter oordeelde dat de opzegging pas eind 2023 had plaatsgevonden, waardoor de abonnementskosten voor 2023 verschuldigd zijn.
De gedaagde was op de hoogte van de facturen, ondanks dat deze naar een verlaten winkelpand werden gestuurd. Zij had de adreswijziging niet tijdig doorgegeven, waardoor zij aansprakelijk blijft. De wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen. Tevens werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.