Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2490

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
C/15/371458 / FA RK 25-5664
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens praktische redenen

De rechtbank Noord-Holland heeft op 11 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin de verzoekers, de moeder en vader van twee minderjarige kinderen, gezamenlijk het gezag over de kinderen wilden beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de moeder wilden toewijzen. De vader woont sinds augustus 2024 in Dubai en is niet van plan terug te keren naar Nederland, wat praktische problemen veroorzaakt bij het gezamenlijk nemen van gezagsbeslissingen.

De moeder kan door het tijdsverschil en de langere verzendtijd van toestemmingsformulieren niet altijd snel beslissingen nemen, bijvoorbeeld over medische behandelingen of het vernieuwen van paspoorten. De rechtbank stelt dat het in het belang van de kinderen is dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt, zodat zij snel en zelfstandig kan handelen. De ouders onderhouden wekelijks contact en de kinderen hebben regelmatig contact met de vader.

De Raad voor de Kinderbescherming ondersteunt het verzoek en benadrukt het belang van continuïteit en stabiliteit voor de kinderen. De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd omdat het niet mogelijk is om gezamenlijk snel en adequaat beslissingen te nemen, en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de moeder krijgt het eenhoofdig gezag over de kinderen toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
Locatie Haarlem
gezag
zaak-/rekestnr.: C/15/371458 / FA RK 25-5664
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 11 maart 2026
in de zaak van:
[de moeder],
wonende in [plaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
en
[de vader],
in de Basisregistratie Personen vanaf 13 augustus 2024 geregistreerd als niet ingezetene,
hierna te noemen: de vader,
hierna samen met de moeder te noemen: de verzoekers,
advocaat mr. H. Plantenga uit Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
­ het verzoek, met producties, van de verzoekers, ontvangen op 5 november 2025;
­ het e-mailbericht van de advocaat van de verzoekers, ontvangen op 24 februari 2026.
1.2.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 februari 2026 in aanwezigheid van de moeder en de advocaat van de verzoekers. Vanuit de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) was [vertegenwoordiger van de raad] tijdens de zitting aanwezig als informant.
1.3.
De vader is, met afmeldbericht, niet verschenen.
1.4.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft de mogelijkheid gekregen om zijn mening kenbaar te maken. De advocaat van de verzoekers heeft in een e-mailbericht toegelicht dat de verzoekers hun zoon niet met de procedure willen belasten en dat [de minderjarige 1] daarom niet met de kinderrechter in gesprek gaat.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op [huwelijksdatum] in [plaats] ( [land] ) met elkaar gehuwd, welk huwelijk op [datum] is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Amsterdam van 15 maart 2023.
2.2.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
­
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
­
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] .
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] worden hierna samen ook genoemd: de kinderen.
2.3.
Aan de echtscheidingsbeschikking is het door de verzoekers opgestelde ouderschapsplan gehecht. Daarin hebben de verzoekers afgesproken dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben. Zij hebben ook een zorgregeling afgesproken.

3.Het verzoek

3.1.
De verzoekers verzoeken – zoals de rechtbank begrijpt – hun gezamenlijk gezag te beëindigen en te bepalen dat de moeder het eenhoofdig gezag over de kinderen toekomt. Zij verzoeken de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De verzoekers hebben hun verzoek als volgt onderbouwd. In augustus 2024 is de vader naar Dubai geëmigreerd en hij is niet van plan om terug te keren naar Nederland. Vooral vanwege praktische redenen is het daarom van belang dat de moeder het eenhoofdig gezag over de kinderen toekomt. Zo kan de moeder zonder toestemmingsformulieren met de kinderen reizen en hun paspoorten vernieuwen. Ook kan zij dan zelfstandig medische beslissingen nemen over de kinderen, zonder dat deze vertraagd of belemmerd worden door de afstand met de vader. De situatie van eenhoofdig gezag is in het belang van de kinderen, omdat het hun welzijn, continuïteit en stabiliteit bevordert.
3.3.
De moeder en de advocaat van de verzoekers hebben hier tijdens de zitting aan toegevoegd dat een scan van de handtekening van de vader soms niet wordt geaccepteerd. Het tijdsverschil met de vader zorgt voor vertraging bij het nemen van gezagsbeslissingen, terwijl sommige gezagsbeslissingen juist snel moeten (kunnen) worden genomen. De verzoekers hebben wekelijks contact met elkaar en zij overleggen over belangrijke beslissingen over de kinderen. De kinderen videobellen minimaal drie keer per week met de vader en de afgelopen kerstvakantie hebben de kinderen met hun vader doorgebracht in Dubai.

4.Het advies van de Raad

4.1.
De Raad is het eens met het verzoek. Vooral vanwege het tijdsverschil met Dubai en het werk van de vader is het goed als de moeder alleen de gezagsbeslissingen over de kinderen kan nemen, wat zij nu feitelijk al doet. Het is fijn dat er contact is tussen de verzoekers onderling en tussen de vader en de kinderen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank kan het gezamenlijk gezag beëindigen en één van beide ouders met het gezag over een kind belasten, als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt of als dit anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. [1]
5.2.
Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg ter zake en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, of in ieder geval in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen, zodanig dat het kind niet klem of verloren raakt tussen de ouders.
5.3.
Bij de beoordeling van het verzoek van de verzoekers stelt de rechtbank voorop dat het uitgangspunt van de wet is dat ouders in beginsel gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kinderen uitoefenen. Er kunnen zich situaties voordoen waarin het noodzakelijk is dat alleen één van de ouders na het uiteengaan het ouderlijk gezag uitoefent.
5.4.
In dit geval ziet de rechtbank, net als de Raad, grond om van het genoemde wettelijk uitgangspunt af te wijken en zij legt uit waarom. Het is in het belang van de kinderen dat bepaalde gezagsbeslissingen over hen snel genomen kunnen worden, zoals beslissingen over medische behandelingen en ingrepen. Vooral vanwege praktische redenen is het belangrijk dat de moeder alleen het gezag over de kinderen toekomt. De vader woont in Dubai en daardoor is er sprake van tijdsverschil tussen de verzoekers en het per post verzenden van een door de vader ondertekende toestemmingsverklaring duurt daardoor enige tijd. De moeder heeft toegelicht dat een scan van de handtekening van de vader niet altijd wordt geaccepteerd. Door deze situatie is het niet altijd mogelijk om gezamenlijk met spoed vereiste gezagsbeslissingen over de kinderen te nemen. Dat is niet in het belang van de kinderen. De verzoekers hebben wekelijks contact met elkaar en de moeder is van plan gezagsbeslissingen met de vader te blijven bespreken. Zij wil vooral snel kunnen handelen als dat nodig is. Ook de vader en de kinderen hebben frequent contact met elkaar. De toewijzing van het gezamenlijke verzoek van de verzoekers zal dit niet veranderen.
5.5.
De rechtbank beëindigt het gezamenlijk gezag van de verzoekers en belast de moeder met het eenhoofdig gezag over de kinderen, omdat dat anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is. De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
bepaalt dat het gezamenlijk gezag van de verzoekers over de minderjarigen:
­
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
­
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
wordt beëindigd en bepaalt dat de moeder alleen het gezag over voornoemde minderjarigen toekomt;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.G. van der Erve als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW van overeenkomstige toepassing.