De rechtbank Noord-Holland heeft op 11 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin de verzoekers, de moeder en vader van twee minderjarige kinderen, gezamenlijk het gezag over de kinderen wilden beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de moeder wilden toewijzen. De vader woont sinds augustus 2024 in Dubai en is niet van plan terug te keren naar Nederland, wat praktische problemen veroorzaakt bij het gezamenlijk nemen van gezagsbeslissingen.
De moeder kan door het tijdsverschil en de langere verzendtijd van toestemmingsformulieren niet altijd snel beslissingen nemen, bijvoorbeeld over medische behandelingen of het vernieuwen van paspoorten. De rechtbank stelt dat het in het belang van de kinderen is dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt, zodat zij snel en zelfstandig kan handelen. De ouders onderhouden wekelijks contact en de kinderen hebben regelmatig contact met de vader.
De Raad voor de Kinderbescherming ondersteunt het verzoek en benadrukt het belang van continuïteit en stabiliteit voor de kinderen. De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd omdat het niet mogelijk is om gezamenlijk snel en adequaat beslissingen te nemen, en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt.