Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaak tussen
de minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
De stelling dat eiseres een vergunning heeft voor het lozen van haar afvalwater inclusief alle stoffen die daarin zitten, is onjuist. De bij eiseres aangetroffen stoffen zijn in de watervergunningen van eiseres niet vergund. Verweerder kan niet beoordelen of de overtreding gelegaliseerd kan worden, omdat eiseres daartoe niet een voldoende lange meetreeks heeft uitgevoerd. Ook heeft eiseres nog geen aanvraag tot legalisatie ingediend. Na afweging van alle belangen is niet gebleken dat sprake is van bijzondere omstandigheden die vereisen dat van het opleggen van de last onder dwangsom moet worden afgezien. Het algemeen belang, het waterkwaliteitsbelang en het voorkomen van ongewenste precedentwerking maken het opleggen van de last noodzakelijk.