Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
De minister van Infrastructuur en Waterstaat, ILT
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Dat verweerder in het algemeen een verdergaande specificatie mag verlangen, betekent naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat verweerder de onderhavige aanvraag tot vernieuwing van het vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie van stuurman-werktuigkundige mocht afwijzen. Dat oordeel motiveert de rechtbank als volgt. Door eiser is drie keer eerder een aanvraag gedaan om zijn vaarbevoegdheidsbewijs te vernieuwen. Door verweerder is niet weersproken dat hij bij deze aanvragen, die allen zijn toegekend, steeds hetzelfde formulier, dat door Kiwa wordt verstrekt, heeft overgelegd en dat hij ook op die formulieren niet nader heeft gespecificeerd hoeveel hij op zijn vaartuigen in de functie van schipper en hoeveel als stuurman-werktuigkundige arbeid heeft verricht. Verder staat op het formulier van Kiwa ook niet aangegeven dat het ingevulde gespecificeerd of onderbouwd moet worden. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en met het vertrouwensbeginsel om zonder voorafgaand bericht de vernieuwing af te wijzen vanwege een gebrek aan specificatie. Van eiser kon niet worden verwacht dat hij een specificatie van zijn vaartijd zou bijhouden, nu dit nooit eerder van hem werd verlangd. Om dit met terugwerkende kracht over vijf jaar te verlangen is onzorgvuldig en in strijd met het opgewekte vertrouwen dat dit voor het vernieuwen van zijn vaarbevoegdheidsbewijs niet nodig is. Het bestreden besluit kan daarom niet in stand blijven. De beroepsgrond slaagt.