ECLI:NL:RBNHO:2026:2433
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering machtiging gijzeling wegens onvoldoende bewijs betalingsonwil
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert de officier van justitie een machtiging om betrokkene in gijzeling te nemen wegens het niet betalen van een boete voor het bezit van stoffen uit lijst 1 van de Opiumwet. Gijzeling is een vrijheidsbenemend dwangmiddel bedoeld om betaling af te dwingen wanneer iemand wel kan, maar niet wil betalen.
De kantonrechter overweegt dat de officier van justitie onvoldoende heeft aangetoond dat betrokkene betalingsonwil vertoont. Hoewel betrokkene kentekenhouder is van meerdere voertuigen en in 2024 een verkeersboete heeft voldaan, is niet bewezen dat betrokkene daadwerkelijk over financiële middelen beschikt. Ook is niet uitgesloten dat betrokkene als katvanger fungeert. Daarnaast staan meerdere boetes open, wat het vermoeden van betalingsonwil niet voldoende ondersteunt.
De officier van justitie heeft ook subsidiair verzocht om een machtiging onder de voorwaarde dat binnen een jaar de openstaande vordering wordt voldaan, maar ook deze vordering wordt afgewezen. De kantonrechter wijst de vordering tot machtiging gijzeling af en benadrukt dat gijzeling een uiterste maatregel is die alleen kan worden toegepast bij voldoende bewijs van betalingsonwil.
Uitkomst: De vordering tot machtiging gijzeling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betalingsonwil.