ECLI:NL:RBNHO:2026:2384

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
11814348 CV EXPL 25-4851
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v lid 3 BWArt. 6:230v lid 7 BWArt. 3:40 lid 2 BWArt. 3:41 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over oneerlijk prijswijzigingsbeding energieleverancier ENGIE Nederland Retail B.V.

In deze civiele procedure vordert ENGIE Nederland Retail B.V. betaling van een openstaand bedrag van €492,40 van de gedaagde partij, die niet is verschenen en verstek is verleend. De kantonrechter toetst ambtshalve of aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten is voldaan, zoals voorgeschreven in de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v BW, en constateert dat ENGIE onvoldoende heeft onderbouwd dat zij aan deze plichten heeft voldaan.

Met name is vastgesteld dat de bestelknop met de tekst 'Ja ik ga akkoord' niet duidelijk maakt dat het plaatsen van de bestelling een betalingsverplichting inhoudt, wat in strijd is met artikel 6:230v lid 3 BW. Ook is onvoldoende aangetoond dat de consument adequaat is geïnformeerd over het herroepingsrecht, wat een schending van artikel 6:230v lid 7 BW inhoudt. Deze tekortkomingen leiden tot sancties en gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst voor 40% van de hoofdsom.

Daarnaast onderzoekt de kantonrechter de algemene voorwaarden en productvoorwaarden op oneerlijke bedingen. Het prijswijzigingsbeding in de productvoorwaarden wordt als oneerlijk beoordeeld omdat het te onbepaald is en de consument onvoldoende tijdig en persoonlijk wordt geïnformeerd over tariefwijzigingen, waardoor het evenwicht tussen partijen wordt verstoord. De kantonrechter is voornemens dit beding te vernietigen en geeft ENGIE de gelegenheid hierop te reageren.

Andere bedingen zoals het rentebeding en incassobeding in de algemene voorwaarden worden als niet oneerlijk beoordeeld. De zaak wordt aangehouden om ENGIE in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het oordeel omtrent het prijswijzigingsbeding en de gevolgen daarvan voor de vordering.

Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst gedeeltelijk vernietigd wordt wegens schending van informatieplichten en het prijswijzigingsbeding in de productvoorwaarden oneerlijk is, waarna de zaak wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11814348 \ CV EXPL 25-4851
Uitspraakdatum: 21 januari 2026
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENGIE Nederland Retail B.V.
gevestigd te Zwolle
de eisende partij
gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 492,40 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
De precontractuele informatieplichten
2.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
De precontractuele informatieplichten
2.2.
De eisende partij heeft in de dagvaarding gesteld dat zij heeft voldaan aan de hiervoor genoemde precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW. Ter onderbouwing hiervan heeft zij het belscript, voorzien van een toelichting, overgelegd. De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij daarmee voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten.
2.3.
Artikel 6:230v lid 3 BW bevat echter nog een bijzondere verplichting voor overeenkomsten die op elektronische wijze worden gesloten, zoals de onderhavige overeenkomst. Deze verplichting houdt in dat de handelaar het elektronische bestelproces zo moet inrichten dat de consument een aanbod pas kan aanvaarden als hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat zijn bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Indien de overeenkomst wordt aanvaard door gebruik van een knop of soortgelijke functie, moet die knop of soortgelijke functie worden uitgerust met een goed leesbare, ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van de bestelling een betalingsverplichting jegens de handelaar inhoudt.
2.4.
Om te beoordelen of de handelaar aan deze verplichting heeft voldaan, moet alleen rekening worden gehouden met de woorden op de bestelknop (of soortgelijke functie) waarmee de consument het bestelproces afrondt. Er mag geen acht worden geslagen op de verdere omstandigheden van het bestelproces.
2.5.
Uit de toelichting en stukken volgt dat de eisende partij naar aanleiding van het telefoongesprek een offerte aan de gedaagde partij toegestuurd. Om deze offerte te accorderen dient een consument vervolgens op een knop te klikken waarop staat ‘Ja ik ga akkoord’. Daarmee is naar het oordeel van de kantonrechter geen duidelijke mededeling gedaan dat de consument met het aanklikken van die knop een betalingsverplichting aangaat. Er is dan ook niet voldaan aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
De contractuele informatieplicht
2.6.
Voor wat betreft de contractuele informatieplicht (artikel 6:230v lid 7 BW) heeft de eisende partij ook nagelaten (voldoende) te stellen en onderbouwen dat deze is nagekomen. Zij heeft enkel verwezen naar de overeenkomst, maar dit stuk bevat niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. Ten aanzien van het herroepingsrecht heeft de eisende partij in de toelichting aangegeven dat in de bevestigingsbrief die de klant ontvangt staat
‘Nadat u van ENGIE de schriftelijke bevestiging heeft ontvangen, heeft u 14 kalenderdagen de mogelijkheid om gebruik te maken van uw herroepingsrecht en af te zien van de overeenkomst’. De kantonrechter ziet die tekst echter niet terug in de overgelegde stukken, waardoor de kantonrechter niet kan vaststellen of de gedaagde partij daadwerkelijk op het herroepings-recht is gewezen.
2.7.
De kantonrechter zal voor deze schendingen een sanctie toepassen.
Welke sancties horen hierbij?
2.8.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
2.9.
In deze zaak heeft de eisende partij de essentiële precontractuele informatieplichten zoals opgenomen in artikel 6:230m lid 1 onder c BW en 6:230v lid 3 BW geschonden. Daarnaast heeft zij de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW geschonden. Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de kantonrechter de overeenkomst gedeeltelijk vernietigen, te weten voor 40% van de door de gedaagde partij verschuldigde hoofdsom. Daarbij wordt (mede) toepassing gegeven aan de artikelen 3:40 lid 2 en 3:41 BW, en aan de artikelen 6:193b, 6:193d, 6:193f en 6:193j BW, omdat de schending van de informatieplichten ook een oneerlijke handelspraktijk is.
Ambtshalve toetsing vanAlgemene Voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers (april 2017)(hierna: de algemene voorwaarden) en deProductvoorwaarden ENGIE Open (versie 2022.1)(hierna: de productvoorwaarden)
2.10.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest [1] , gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Prijswijzigingsbeding
2.11.
In de artikel 2 van Pro de productvoorwaarden is het volgende opgenomen:
‘2.1. Tariefwijzigingen: 2 keer per jaar
De tarieven voor de levering van elektriciteit en/of gas (de leveringskosten per kWh en m3) en de kosten die we maken om energie aan jou te kunnen leveren (vaste leveringskosten) wat een vast bedrag is per dag worden door marktontwikkelingen beïnvloed. ENGIE kan deze beide tarieven aanpassen op 1 januari en 1 juli van elk jaar. Bij onvoorziene wijzigingen in de marktomstandigheden kan ENGIE de leveringstarieven ook op andere momenten aanpassen. Als na aanmelding blijkt dat je in plaats van de opgegeven slimme meter, een conventionele (ook wel domme) meter hebt, dan hanteren wij het enkeltarief.
2.2.
Aankondiging tariefwijzigingen
Bij tariefwijzigingen per 1 januari en per 1 juli worden de nieuwe leveringstarieven minimaal één week van tevoren kenbaar gemaakt op www.engie.nl. Bij tariefstijgingen word je uiterlijk binnen 30 dagen na de wijziging persoonlijk geïnformeerd. Bij onvoorziene tussentijdse stijgingen (anders dan op 1 januari en 1 juli) informeert ENGIE je hierover persoonlijk binnen maximaal 10 dagen na de tariefstijging. Je kunt in dat geval binnen 10 dagen na ontvangst van het bericht van tariefstijging het contract zonder opzegtermijn beëindigen en overstappen naar een andere leverancier of een ander contract bij ENGIE. De meest recente tarieven zijn altijd te vinden op www.engie.nl.’
2.12.
Verder is in artikel 19.3 en artikel 19.4 van de algemene voorwaarden is het volgende opgenomen.
“19.3 Wij kunnen met elkaar afspreken dat wij de leveringstarieven mogen veranderen tijdens de overeenkomst. Redenen hiervoor zijn overheidsbesluiten en de ontwikkelingen op de markt voor elektriciteit of gas, waaronder prijsontwikkeling op de groothandelsmarkten voor elektriciteit of gas, wijzigingen met betrekking tot marge en prijs- en inkooprisico's, wijzigingen in de kostenstructuur voor het betreffende product en wijzigingen in onze algemene kostenstructuur. Ook andere, uitzonderlijke, omstandigheden kunnen een reden zijn om de leveringstarieven te veranderen, in dat geval zal deze reden duidelijk aan u uitgelegd worden.
19.4
Veranderen wij de leveringstarieven? Dan informeren we u schriftelijk of digitaal. Wij informeren u tijdig voordat wij deze tarieven veranderen en wij melden dan ook dat u onze overeenkomst zonder vaste einddatum mag beëindigen. Daarvoor gelden wel deze voorwaarden. Deze bepaling geldt niet voor een wijziging van de tarieven door een wijziging van de overheidsheffingen of de belastingen.”
2.13.
Voor de beantwoording van de vraag of deze prijswijzigingsbedingen oneerlijk zijn, is van belang of het kernbedingen zijn. Een kernbeding is in beginsel namelijk niet onderworpen aan de oneerlijkheidstoets, mits het beding duidelijk en begrijpelijk is geformuleerd. [2]
2.14.
Anders dan het Hof Amsterdam [3] (in een zaak op tegenspraak) tot uitgangspunt heeft genomen, is de kantonrechter van oordeel dat de prijswijzigingsbedingen moeten worden aangemerkt als kernbedingen. Er is immers een variabel contract afgesloten, waarbij de prijs voor de te leveren energie varieert. Zonder een prijswijzigingsbeding kan een variabel energiecontract niet tot stand komen. Naar het oordeel van de kantonrechter is de mogelijkheid om de tarieven te wijzigen dan ook de essentie/de kern van een variabel contract, zodat prijswijzigingsbedingen in zo’n contract moeten worden gezien als een kernbeding.
2.15.
In een zaak van een andere energieleverancier is geoordeeld dat het prijswijzigingsbedingen uit artikel 19.3 en 19.4 van de algemene voorwaarden niet oneerlijk zijn. [4] De kantonrechter is echter voorhands van oordeel dat de in artikel 2.1. en 2.2. van de productvoorwaarden opgenomen prijswijzigingsbeding wel oneerlijk zijn. In tegenstelling tot het in de algemene voorwaarden opgenomen wijzigingsbeding zijn in de productvoorwaarden geen specifieke redenen die tot wijziging van de prijs kunnen leiden benoemd. Hierdoor biedt het beding de mogelijkheid om de prijs vanwege elke willekeurige redenen aan te passen. Dit is te onbepaald en maakt dat een consument niet duidelijk en begrijpelijk wordt geïnformeerd over (de mogelijke negatieve financiële gevolgen van) het wijzigingsbeding.
2.16.
Daar komt bij dat op basis van artikel 2.2. van de productvoorwaarden tariefwijzigingen slechts één week voordat deze in gaan op de website van de eisende partij worden gepubliceerd en een consument pas persoonlijk wordt geïnformeerd nadat de tariefwijziging is ingegaan. Ook op dit punt wijken de productvoorwaarden af van de algemene voorwaarden. In artikel 19.4. van de algemene voorwaarden is immers opgenomen dat een consument voordat een tariefwijziging in gaat persoonlijk wordt geïnformeerd. Aangezien veel consumenten een website niet wekelijks controleren, is de kans groot dat een consument pas op de hoogte raakt van een tariefwijziging nadat deze is ingegaan.
Hierdoor is er geen sprake van een reële opzegmogelijkheid als bedoeld in de bijlage bij Richtlijn 93/13 onder 2 b, tweede alinea. De consument kan dan immers niet van het contract af zonder enige tijd gebonden te zijn aan het hogere tarief. Aldus is sprake van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. Dat maakt het beding oneerlijk en de kantonrechter is daarom voornemens het beding te vernietigen. Alvorens daartoe over te gaan, wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich bij akte over dat voornemen en de eventuele gevolgen voor de vordering uit te laten. Voor zover sprake is van een oneerlijk prijswijzigingsbeding, moet de eisende partij ter onderbouwing van haar vordering aangeven wat er méér is betaald dan het aanvangstarief over de duur van de overeenkomst en daarbij ook een specificatie/ berekening overleggen.
Eindnota
2.17.
In de algemene voorwaarden is ten aanzien van de eindnota een beding (artikel 12.3) opgenomen. Dit beding is niet oneerlijk.
Rentebeding
2.18.
Artikel 12.6 van de algemene voorwaarden betreft een rentebeding:
“(…) Betaalt u te laat? Dan informeren wij u eerst schriftelijk of digitaal dat u in verzuim bent. U krijgt dan nog veertien kalenderdagen de tijd om te betalen zonder dat wij hiervoor extra kosten in rekening brengen. Ook informeren wij u over de gevolgen als u niet alsnog binnen deze veertien kalenderdagen betaalt. Dan moet u ons de gewone wettelijke rente betalen.(…)”
2.19.
Het rentebeding in artikel 12.6 van de algemene voorwaarden is in overeenstemming met de regeling in artikel 6:119 BW Pro. Daarbij speelt mee dat partijen een betalingstermijn zijn overeengekomen en dat de consument (pas) de wettelijke rente is verschuldigd als hij niet binnen de hiervoor genoemde termijn van veertien kalenderdagen heeft betaald. Dit beding is daarom niet oneerlijk.
Incassobeding
2.20.
Artikel 12.6 van de algemene voorwaarden ziet ook op de incassokosten. Dit beding is niet oneerlijk, omdat het beding in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.
Conclusie
2.21.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het prijswijzigingsbeding uit artikel 2.1 en 2.2 .van de productvoorwaarden.
2.22.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
2.23.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 18 februari 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).
2.Artikel 4 lid 2 van Pro Richtlijn 93/13/EEG en artikel 6:231 aanhef Pro en onder a BW
3.Gerechtshof Amsterdam 25 maart 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:704 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)