ECLI:NL:RBNHO:2026:2267

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
11838755 \ CV EXPL 25-5309
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • C. Sijm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:174 lid 1 BWArt. 6:174 lid 2 BWArt. 6:174 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gemeente niet aansprakelijk voor schade door botsing tegen paaltje bij parkeergarage-uitgang

Op 14 december 2024 reed eiser een parkeergarage aan Het Krom te Haarlem uit en raakte daarbij een paaltje dat vlak naast de uitgang stond. Eiser vorderde vergoeding van de schade aan haar auto van € 1.951,73 van de gemeente Haarlem, stellende dat het paaltje scheef stond en onvoldoende zichtbaar was, waardoor de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk zou zijn.

De gemeente voerde verweer en stelde dat het paaltje niet gebrekkig was en dat zij niet aansprakelijk kon worden gehouden. De kantonrechter overwoog dat het paaltje er stond om foutparkeren tegen te gaan, een legitiem doel, en dat het paaltje wit was geschilderd en verlicht werd, waardoor het voldoende zichtbaar was. Ook werd meegewogen dat een automobilist bij het uitrijden van een parkeergarage bedacht moet zijn op obstakels en dat de bocht op lage snelheid genomen kan worden.

De rechtbank concludeerde dat het paaltje niet gebrekkig was en dat de gemeente geen onrechtmatig handelen kon worden verweten. De vordering van eiser werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter C. Sijm op 25 februari 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en oordeelt dat de gemeente niet aansprakelijk is voor de schade door botsing tegen het paaltje.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11838755 \ CV EXPL 25-5309
Vonnis van 25 februari 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiser],
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: [gemachtigde] (ARAG Rechtsbijstand),
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HAARLEM,
te Haarlem,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
gemachtigde: mr. S. Groenewoud.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- het tussenvonnis van 15 oktober 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 16 februari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is op 14 december 2024 omstreeks 19:00 een (particuliere) parkeergarage aan Het Krom te Haarlem uitgereden en rechtsaf geslagen. Omdat tegenover de uitgang van de parkeergarage een auto (fout)geparkeerd stond, heeft [eiser] de bocht krap genomen. Zij heeft daarbij met haar auto een paaltje geraakt dat vlak naast de uitgang van de parkeergarage op de straat staat.
2.2.
Het paaltje stond ten tijde van de botsing scheef, in de richting van de muur. Het paaltje was, anders dan de vele andere paaltjes die zich in de nabije omgeving bevinden, door de gemeente wit geschilderd. Boven de uitgang van de parkeergarage is straatverlichting aanwezig. De uitgang van de parkeergarage, de straatverlichting en het paaltje zijn zichtbaar op de onderstaande afbeelding (bron: Google Maps).
2.3.
CED Nederland B.V. heeft de schade aan de auto van [eiser] vastgesteld op € 1.951,73. De gemeente heeft het verzoek van [eiser] om de schade te vergoeden afgewezen.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – veroordeling van de gemeente tot betaling van € 1.951,73, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Het paaltje voldoet niet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld. Het paaltje staat namelijk scheef en is voor bestuurders die de parkeergarage uitrijden niet zichtbaar. De gemeente had het paaltje moeten verplaatsen, verwijderen of ervoor moeten waarschuwen. De gemeente is daarom als wegbeheerder aansprakelijk.
3.3.
De gemeente voert verweer. De gemeente concludeert tot afwijzing van de vordering van [eiser].
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De gemeente is als wegbeheerder aansprakelijk voor de schade van [eiser] als het paaltje niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden (gebrekkigheid) en de schade daarvan het gevolg is. [1] Of het paaltje gebrekkig is, hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder de functie en de fysieke toestand van het paaltje, de kans op schade en de mogelijkheid en bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen. [2]
4.2.
Omdat het paaltje scheef stond, kan worden aangenomen dat er eerder een voertuig tegenaan is gebotst. Uit het feit dat de gemeente in de nabije omgeving alleen dit paaltje wit heeft geschilderd, kan bovendien worden afgeleid dat ook de gemeente vindt dat dit paaltje gemakkelijker over het hoofd kan worden gezien dan andere paaltjes. De kantonrechter is niettemin van oordeel dat het paaltje niet gebrekkig is. Dit oordeel is gegrond op de volgende omstandigheden:
  • Het paaltje staat er volgens de gemeente om foutparkeren tegen te gaan. Dit is een legitiem doel. Het staat de gemeente in beginsel vrij om om deze reden paaltjes te plaatsen. Volgens [eiser] had de gemeente het paaltje ook dichterbij de muur kunnen plaatsen, maar het paaltje zou daardoor minder effectief worden.
  • Omdat het paaltje wit is geschilderd en vlakbij het paaltje straatverlichting aanwezig is, is het paaltje (‘s avonds) beter zichtbaar.
  • Een automobilist die richting de parkeergarage rijdt, komt veel vergelijkbare paaltjes tegen. Bij het uitrijden van de parkeergarage moet een automobilist daarom eerder bedacht zijn op de aanwezigheid van paaltjes.
  • Zelfs als een automobilist het paaltje bij het uitrijden van de parkeergarage over het hoofd ziet, is geen ernstige schade te verwachten. Een redelijk handelend automobilist neemt de bocht naar rechts namelijk op lage snelheid. De uitgang van de garage is bovendien zodanig breed dat het in de meeste van de denkbare omstandigheden mogelijk is om een ruime bocht te maken.
  • Van de gemeente kon niet worden verwacht dat zij meer veiligheidsmaatregelen zou nemen. Het plaatsen van een waarschuwing binnen de parkeergarage is niet aan de gemeente, maar aan de eigenaar van de parkeergarage. Anders dan [eiser] betoogt, hoefde de gemeente ook geen spiegel schuin tegenover de uitgang van de parkeergarage te bevestigen. Zelfs als het plaatsen van een spiegel effectief zou zijn (hetgeen de gemeente betwist), geldt dat het paaltje niet zodanig gevaarlijk is dat de gemeente deze maatregel moest nemen.
4.3.
De volgende omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel:
  • [eiser] voert aan dat, omdat het paaltje scheef stond in de richting van de muur, de onderkant van het paaltje omhoog is gekomen. De kans om het paaltje met een auto te raken is daardoor echter niet of amper groter geworden. [eiser] heeft het paaltje geraakt met de rechteronderkant van haar auto. Als het paaltje recht had gestaan, had [eiser] het paaltje zeer waarschijnlijk alsnog geraakt, maar was het raakpunt met de auto misschien anders geweest.
  • Het feit dat tegenover de uitgang van de parkeergarage een auto (fout)geparkeerd stond en [eiser] de bocht daardoor krap heeft genomen, leidt niet tot aansprakelijkheid. Dit komt namelijk niet voor risico van de gemeente.
  • Volgens [eiser] is het paaltje tijdens het uitrijden van de parkeergarage vanuit de auto niet zichtbaar. De gemeente betwist dit. Aannemelijk is dat het van de lengte van de bestuurder, het type auto en de wijze waarop de bocht wordt genomen afhangt of het paaltje zichtbaar is. Zelfs als het paaltje (onder omstandigheden) vanuit een auto niet of nauwelijks zichtbaar is, betekent dat niet dat het paaltje gebrekkig is. Een automobilist die een parkeergarage uitrijdt en een deel van de weg niet kan zien, mag er namelijk niet zonder meer van uitgaan dat daar geen obstakels aanwezig zijn.
4.4.
Uit het voorgaande volgt dat ook van onrechtmatig handelen van de gemeente, anders dan [eiser] betoogt, geen sprake is.
4.5.
De gemeente is niet aansprakelijk voor de schade van [eiser]. De vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen.
4.6.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente worden begroot op:
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
542,50

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vordering van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 542,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sijm en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:174 lid Pro 1, lid 2 en lid 6 BW.
2.HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236.