AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot regeling gebruik en onderhoud gemeenschappelijke dakgoot
Tussen buren bestaat een geschil over een gemeenschappelijke dakgoot die lekkage veroorzaakte in de woning van verzoekster. Na eerdere afspraken en herstelwerkzaamheden verzoekt verzoekster de kantonrechter een regeling te treffen voor het gebruik, onderhoud en kostenverdeling van de dakgoot op grond van artikel 3:168 lid 2 BWPro.
De voorgestelde regeling bevat bepalingen over het voorkomen van overlast, jaarlijkse inspectie, onderhoud, schadeherstel, kostenverdeling, nakoming en boetes. Verweerster verzet zich tegen het verzoek en stelt dat de regeling een heropening van aansprakelijkheidsdiscussies is, terwijl partijen eerder afspraken maakten over herstel van gevolgschade.
De kantonrechter overweegt dat het treffen van een regeling discretionair is en dat de voorgestelde regeling op veel punten overeenkomt met de wet, waardoor deze overbodig is. Andere bepalingen kunnen tot onredelijke of escalatiebevorderende situaties leiden. De kantonrechter acht het niet in het belang van partijen om de regeling te treffen en wijst het verzoek af. Verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een regeling voor de gemeenschappelijke dakgoot wordt afgewezen en verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitspraak
RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11861607 \ EJ VERZ 25-46
Beschikking van 4 maart 2026
in de zaak van
[verzoekster],
te [plaats],
verzoekster,
hierna te noemen: [verzoekster],
gemachtigde: mr. R. Vos,
tegen
[verweerster],
te [plaats],
verweerster,
hierna te noemen: [verweerster],
gemachtigden: mr. B. Wernik en mr. E. Aslan.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties van [verzoekster]
- de aanvullende productie van [verzoekster]
- het verweerschrift van [verweerster]
- de mondelinge behandeling van 10 februari 2026.
1.2.
Ten slotte is een datum voor het geven van een beschikking bepaald.
2.De feiten
2.1.
[verzoekster] en [verweerster] zijn buren. Tussen hun woningen bevindt zich een gemeenschappelijke dakgoot.
2.2.
[verzoekster] had vanaf oktober 2023 last van lekkage in haar woning die volgens de aannemer was terug te voeren op de gemeenschappelijke dakgoot. Op 30 april 2024 heeft in een door [verzoekster] tegen [verweerster] aangespannen procedure een mondelinge behandeling bij de woningen van partijen plaatsgevonden. Een daarbij aanwezige deskundige die door de rechter was aangewezen, heeft bevestigd dat de lekkage was terug te voeren op de dakgoot. Partijen hebben toen afgesproken dat:
zij zouden koersen op herstel van de door de deskundige aangewezen problemen;
zij daartoe beiden offertes zouden aanvragen;
de door de deskundige in de woningen waargenomen gevolgschade voor eigen rekening van partijen zou komen.
2.3.
Na die mondelinge behandeling heeft [verzoekster] met toestemming van [verweerster] een noodvoorziening laten aanbrengen.
2.4.
Beide partijen hebben offertes opgevraagd. [verweerster] heeft daartoe in de periode juni/juli 2024 meerdere aannemers toegelaten op het dak. Deze aannemers hebben, om de situatie te kunnen beoordelen, het zeil van de noodvoorziening even verwijderd en later teruggeplaatst.
2.5.
Omdat partijen niet tot een gezamenlijke keuze voor een aannemer konden komen, heeft de voorzieningenrechter aannemingsbedrijf Wiela aangewezen. Omdat [verweerster] de opdrachtbevestiging van Wiela niet tekende, heeft de voorzieningenrechter haar bij vonnis van 27 september 2024 bevolen dat alsnog te doen, waaraan [verweerster] gevolg heeft gegeven.
2.6.
Na hevige regenval heeft zich op 27 september 2024 wederom lekkage voorgedaan in de woning van [verzoekster]. De aannemer van [verzoekster] heeft na het zien van de dakgoot aangegeven dat de noodvoorziening was aangepast en stukgemaakt.
2.7.
Na voltooiing van de werkzaamheden aan de dakgoot door Wiela hebben beide partijen geen last meer gehad van lekkage.
2.8.
Op 7 februari 2025 heeft [verzoekster] aan [verweerster] bericht dat het plastic onder de nokvorst van de woning van [verweerster] afbreekt en in de gemeenschappelijke dakgoot terechtkomt, wat tot verstopping van de dakgoot en tot lekkage zal leiden.
3.Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoekster] verzoekt dat de kantonrechter op grond van artikel 3:168 lid 2 BWPro de volgende regeling treft:
“ Regeling ex artikel 3:168 BWPro betreffende het gebruik en onderhoud van de gemeenschappelijke dakgoot
Artikel 1 – Begripsbepalingen
Onder “de goot” wordt verstaan: de gemeenschappelijke dakgoot gelegen tussen de twee woningen met de adressen [adres 1] en [adres 2] te [plaats]. Onder “eigenaren” wordt verstaan: de beide eigenaren van voornoemde woningen. Onder “materiaal” wordt verstaan: ieder (bouw)materiaal, dakbedekking, vuil, blad of ander afval afkomstig van de woningen of daken van de eigenaren.
Artikel 2 – Voorkomen van overlast
Iedere eigenaar draagt er zorg voor dat geen materiaal afkomstig van zijn woning/dak in de goot terechtkomt.
Indien toch materiaal in de goot terechtkomt, is de betreffende eigenaar verplicht dit onverwijld te verwijderen zonder de goot te beschadigen.
Artikel 3 – Onderhoud en controle
De eigenaren zullen jaarlijks gezamenlijk, in de maand [bijvoorbeeld: oktober] de goot inspecteren op vervuiling, schade en doorstroming.
Indien schoonmaak of klein onderhoud noodzakelijk blijkt, zullen de eigenaren dit gezamenlijk (laten) uitvoeren en de kosten hiervan bij helfte dragen.
Artikel 4 – Schade en herstel
Indien zich lekkage of andere schade voordoet in één of beide woningen, waarvan niet vaststaat of niet is uitgesloten dat deze samenhangt met of afkomstig is van of door de goot, schakelen de eigenaren gezamenlijk en op gezamenlijke kosten een deskundige in die de oorzaak vaststelt.
Indien de deskundige vaststelt dat de goot oorzaak of medeoorzaak is van de schade, zullen de eigenaren de noodzakelijke herstel- of vervangingswerkzaamheden gezamenlijk en ieder voor de helft van de kosten uitvoeren.
Indien de deskundige vaststelt dat de schade is veroorzaakt door materiaal afkomstig van één woning/dak of te wijten is aan de nalatigheid van één eigenaar, komen de herstelkosten uitsluitend voor rekening van die betreffende eigenaar.
Artikel 5 – Kostenverdeling
Tenzij in deze regeling anders is bepaald, komen alle gezamenlijke kosten van inspectie, onderhoud en herstel van de goot voor gelijke delen (ieder 50%) ten laste van de eigenaren.
Artikel 6 – Nakoming en boete
Indien een eigenaar in gebreke blijft met de naleving van een verplichting uit deze regeling, stelt de andere eigenaar hem schriftelijk in gebreke met een termijn van één week om alsnog te voldoen.
Indien de eigenaar daarna nog steeds in gebreke blijft, verbeurt hij aan de andere eigenaar een onmiddellijk opeisbare boete van € 100,= per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 5.000,=.
De boete laat onverlet het recht van de andere eigenaar om volledige schadevergoeding te vorderen.
Artikel 7 – Duur en wijziging
Deze regeling geldt voor onbepaalde tijd en is verbonden aan de eigendom van de beide woningen.
Wijziging van deze regeling kan slechts schriftelijk en met instemming van beide eigenaren plaatsvinden.”
[verzoekster] verzoekt verder dat wordt bepaald dat partijen tot inschrijving van de regeling in de openbare registers dienen over te gaan, en zo nodig één van hen daartoe bevoegd is, op kosten van beiden, en dat [verweerster] wordt veroordeeld in de proceskosten.
3.2.
[verzoekster] legt aan het verzoek het volgende ten grondslag. Gelet op de voorgeschiedenis tussen partijen is het van belang dat er een duidelijke regeling komt ten aanzien van de gemeenschappelijke dakgoot, zodat verdere schade en escalatie kunnen worden voorkomen.
3.3.
[verweerster] voert verweer. [verweerster] concludeert tot afwijzing van het verzoek, met veroordeling van [verzoekster] in de kosten van deze procedure. Voor het geval de kantonrechter wel een regeling treft, verzoekt [verweerster] om de voorgestelde regeling op meerdere punten te wijzigen.
3.4.
[verweerster] voert het volgende aan. Het verzoek van [verzoekster] moet worden beschouwd als een poging om, onder het mom van een regeling, opnieuw discussies te openen over aansprakelijkheid, terwijl partijen op 30 april 2024 hebben afgesproken dat de gevolgschade in de woningen van partijen voor eigen rekening zal worden hersteld.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4.De beoordeling
4.1.
De kantonrechter kan op grond van artikel 3:168 lid 2 BWPro op verzoek een regeling treffen met betrekking tot het genot, het gebruik en het beheer van een gemeenschappelijk goed. Artikel 3:168 lid 2 BWPro geeft de kantonrechter een discretionaire bevoegdheid: de kantonrechter is niet verplicht om een regeling te treffen. Bij het al dan niet treffen van een regeling betrekt de kantonrechter de belangen van partijen en het algemeen belang.
4.2.
De kantonrechter acht het niet in het belang van partijen om de door [verzoekster] gewenste regeling te treffen. Het verzoek van [verzoekster] wordt daarom afgewezen. De kantonrechter licht deze beslissing hieronder toe.
4.3.
Uitgangspunt is dat de rechtspositie tussen [verzoekster] en [verweerster] ten aanzien van de dakgoot wordt beheerst door de wet en de tussen hen gemaakte afspraken. De voorgestelde regeling komt op een aantal punten overeen met de wet en is in zoverre overbodig. Zo bepaalt de voorgestelde regeling (artikel 5) bijvoorbeeld gelijk aan artikel 5:65 BWPro dat de kosten voor onderhoud en herstel worden gedeeld.
4.4.
Op meerdere andere punten wijkt de voorgestelde regeling wel af van de wet, met als doel om, voor het geval zich in de toekomst weer problemen voordoen ten aanzien van de gemeenschappelijke dakgoot, daar op dit moment al duidelijkheid over te verschaffen. De kantonrechter begrijpt deze wens van [verzoekster], aangezien de communicatie tussen [verzoekster] en [verweerster] in het verleden vaak moeizaam is verlopen. De kantonrechter heeft dit ook tijdens de mondelinge behandeling van 10 februari 2026 kunnen waarnemen. Het is echter de vraag of het mogelijk is om op dit moment al duidelijkheid te scheppen over eventuele toekomstige problemen. De betreffende bepalingen kunnen in een concreet geval namelijk tot een onredelijke uitkomst leiden. Dat kan het geval zijn als op grond van artikel 4 bijPro lekkage steeds een deskundige moet worden ingeschakeld, ook als de kosten daarvan niet in een redelijke verhouding staan tot de mogelijk beperkte schade. Ook de verplichting van partijen om van hun dak afkomstig materiaal dat in de dakgoot terechtkomt onverwijld te verwijderen (artikel 2), zelfs als hierdoor geen overlast wordt veroorzaakt, kan tot méér problemen tussen partijen leiden. De kantonrechter zou deze en andere bepalingen kunnen aanvullen met open normen (bijvoorbeeld: ‘voor zover dat redelijk is’), maar daar zou de regeling minder duidelijk van worden, terwijl het juist de bedoeling van [verzoekster] is om duidelijkheid te scheppen.
4.5.
De enige inhoudelijke bepaling waarvoor het hierboven beschreven probleem niet geldt en waarvan de inhoud niet al voortvloeit uit de wet, is de bepaling dat de eigenaren jaarlijks gezamenlijk, bijvoorbeeld in de maand oktober, de goot zullen inspecteren op vervuiling, schade en doorstroming (artikel 3). Deze bepaling is van zeer beperkte betekenis voor de rechtspositie van partijen en vormt daarom onvoldoende aanleiding om een regeling te treffen.
4.6.
Waar [verzoekster] de regeling voorstelt om verdere escalatie te voorkomen, vreest de kantonrechter bovendien juist dat het treffen hiervan tot verdere escalatie kan leiden. Gelet op de toch al moeizame verhouding tussen partijen liggen discussies over de uitleg van de regeling en met name de verschuldigdheid van de daarin opgenomen boetes (artikel 6) voor de hand. Daar zijn beide partijen niet bij gebaat. Ook om deze reden acht de kantonrechter het niet in het belang van partijen om de voorgestelde regeling te treffen.
4.7.
[verzoekster] is in het ongelijk gesteld en wordt daarom op grond van artikel 289 RvPro veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van [verweerster] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
720,00
5.De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek af.
5.2.
veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoekster] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Sijm en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.